Fingerspitzen gefühl in de trein van NS

Reis je met het openbaar vervoer, dan kun je van alles mee maken. Niet alleen vertragingen, of het uitvallen van treinen. Nee, ook de passagiers zijn veelal bijzonder. In Fingerspitzen Gefühl in de trein zo’n raar verhaal. 

In de treincoupé heerst een gezellige drukte. Veel plaatsen zijn al bezet. Geanimeerd zitten mensen met elkaar te praten. Anderen lezen hun krantje of kijken naar de haastig langs de trein voort rennende reizigers, die ‘hun’ trein zoeken.
Met enige aarzeling stapt Erwin de coupé binnen: niet-roken. Of zal hij toch liever de andere nemen?
Een vlot uitziend meisje kijkt hem met een paar blauwe ogen vriendelijk aan. Haar mogelijke vriend blikt echter minder aardig, naar hem. Erwin gaat verder. Hij heeft nog geen Fingerspitzen Gefühl. 

Snel gaat het landschap aan hem voorbij

De meeste plaatsen zijn bezet. Sommige reizigers hebben hun tas naast zich op het rode skai gezet, alsof ze duidelijk willen maken dat ze geen prijs stellen op een buurman op hun bank.
Eindelijk vindt Erwin tegenover een sjofel uitziende man, die onderuitgezakt op de bank zit, een lege plek. Hij knikt even naar de man, die echter niet reageert en gaat zitten.

Na een kort maar heftig schudden voelt Erwin hoe de trein zich langzaam in beweging zet en aan snelheid wint. Achtergevels van huizen, achtertuinen, balkons, viaducten en overwegen flitsen voorbij. Erwin kijkt door het raam naar buiten en ziet hoe het landschap langs zijn coupéraam snelt.

De man tegenover hem komt enigszins tot leven. Traag zoekt hij in de zakken van zijn vlekkerige en vale jack. Even later valt een pakje shag op de donkerbruine vloer. Dat was nog in de tijd, dat je mocht roken. De man doet enkele slecht getimede pogingen om het op te rapen. Erwin schiet hem te hulp en reikt hem de shag aan. Een rochelend geluid is de enige dank die Erwin hoort.

Hij mist een vinger

Vriendelijk lacht hij de man toe.
Deze opent het pakje shag en rolt met een zekere bedrevenheid een shagje.
Dan ziet Erwin dat de man aan zijn linkerhand een vinger mist. Medelijdend kijkt Erwin, zich daarbij afvragend wat de oorzaak van deze handicap mag zijn, naar de man tegenover hem.

“Shaggy, meneer”, klinkt het opeens met een rauwe stem.
“Nee, dank u. Ik rook niet”, liegt Erwin. En meteen zoekt hij in de binnenzak van zijn colbert de zak met krentenbollen, die hij voor onderweg had meegenomen.
Langzaam opent Erwin het zakje. Dan ziet hij opeens de hand van zijn medepassagier voor zich.

Bijna gebiedend vraagt de onvolledige hand een deel van het maal. Het rode stompje glimt. Erwin voelt zijn krentenbol omhoog komen. De man eet zonder een dankjewel mee van Erwins lunch. Als Erwin kauwgom wil eten, komt de hand van de vreemde man weer op hem af. Voor andere passagiers, die, omdat de trein voller en voller wordt, gaat hij niet aan de kant. Zelfs zijn bezittingen schuift hij niet opzij. Hij blijft lui en uitgeteld liggen, zoals Erwin hem eerder aantrof.

Is deze tas van u? 

Geleidelijk verandert het tafereel langs de rails. Huizen, flats en bedrijven zoeven weer langs de coupé. Als de trein het station binnenrijdt wendt de man zijn blik naar buiten: hij is blijkbaar op de plaats van bestemming. Langzaam recht hij zijn ledematen. De hand met het missende vingerkootje trilt enigszins. Met een zware gang loopt hij, zonder Erwin te groeten, het gangpad uit naar de uitgang.

Dan stopt de trein. Erwin ziet hoe de man uitstapt en zich mengt tussen de mensen op het perron.
Al snel vullen nieuwe passagiers de lege coupé.
“Is deze tas van u?” klinkt het opeens.
Verbaasd kijk Erwin de jonge vrouw aan die hem de verweerde tas voor houdt. Zonder wat te zeggen pakt hij deze aan. Pas dan realiseert Erwin zich dat het de tas van de man met negen vingers is.

Voorzichtig doet hij de tas open. Geen naam of adres te zien.
Tussen allerlei papieren ziet hij wat foto’s: de man in kwestie in de tijd dat glamour blijkbaar voor hem nog de normaalste zaak van de wereld was. Verder wat pennen, een oude appel en een opgevouwen brief.

Een stuk vinger, hoe vreemd

Plots valt Erwins’ oog op een keurig opgevouwen witte zakdoek. Nieuwsgierig ontdekken zijn tastende vingers een hard voorwerp. Langzaam vouwt hij de zakdoek open. Verbaasd ontdekt hij een groot scherp mes met zwart handvat. Een totaal onverwachte gil ontsnapt uit zijn mond: onder het mes ligt een menselijke vinger, de vinger van de man.

Duizelig geworden kijkt hij om zich heen. De vrouw tegenover hem heeft opeens punkhaar en uitpuilende ogen. De andere passagiers in de coupé kijken hem verbouwereerd en verstoord aan. Stamelend probeert Erwin zich te verontschuldigen. Maar veel haalt dat niet uit. Als hij dan ook nog voelt hoe de trein zich in beweging zet, wordt het hem allemaal teveel.

Met een waas voor de ogen kijkt Erwin naar het perron. Daar ziet hij opeens de man. Bijna triomfantelijk steekt deze z’n onvolledige hand omhoog naar Erwin, alsof hij wil zeggen; “Goed hè?”
Met een onbestemd gevoel sluit Erwin de tas en bedenkt hoe hij er van af moet komen.

Dan weet hij het. Ook hij zal zich eens onbeholpen gaan gedragen. De tas zal hij bij het uitstappen per ongeluk laten staan. Zijn slachtoffer, een keurige jonge vrouw, zit al tegenover hem. Alleen dat hij nog alle vingerkootjes bezit, speelt hem nog parten.

Opeens slaat de schrik Erwin om het hart. Met een misselijk makend gevoel ziet hij onder de bank, waar de vrouw niets vermoedend zit te lezen, een drietal losse vingerkootjes traag heen en weer rollen op het ritme van de trein. Fingerspitzen Gefühl in de trein, lekker hoor.

Lees hier ook eens de alledag gedichten. 
 

Print Friendly, PDF & Email