Bureaucratie hoog door Passend Onderwijs
Uit allerlei onderzoeken bleek wel dat de toename van de bureaucratie in het onderwijs een groter wordend probleem is. Tegenwoordig moet alles vast gelegd worden. Of dat nu op papier is, of digitaal. De Bureaucratie hoger door Passend Onderwijs? Ja, zeker en daardoor de neemt de werkdruk ook toe.

Bureaucratie kan worden opgevat als het geheel van administratieve- en overleg taken in het onderwijs. Vooral speelt dit probleem rond de leerlingenzorg.

Bureaucratie hoger door Passend Onderwijs

Door de invoering van het Passend Onderwijs zijn er tal van nieuwe taken bij gekomen. Je kunt dan denken aan het opstellen van ontwikkelingsperspectieven en het uitvoeren van de zorgplicht. In het speciaal onderwijs zie je een daling van het aantal leerlingen. Het aantal zorgleerlingen in het reguliere basisonderwijs is echter sterk toegenomen.

Dat kan een probleem opleveren, zeker als daarvoor nog geen routines en deskundigheid aanwezig is op de school. Men kan die wel ‘inkopen’ via het Samenwerkingsverband. Dat betekent weer dat je allerlei formulieren bij je aanvraag moet invullen. Uiteindelijk beslist de PCL of de aanvraag wordt gehonoreerd.  De meeste onderwijsprofessionals geven aan dat deze administratieve taken veel extra tijd kosten.

Het kind is een digitaal nummer

Tegenwoordig heeft elke school een boekenkast met protocollen. Of het nu gaat om schaatsen met de klas, het schoolkamp, het begeleiden van studenten, of huiselijk geweld, er is een prachtig protocol voor.
Komt je kind of leerling in de zorg rond passend onderwijs terecht, dan begint er een heuse papiermolen te draaien. Of dat nu digitaal is, op op papier, dat maakt geen verschil.

Handelingsplannen, groepsplannen, ontwikkelingsperspectieven, leerlijnen, leerroutekaarten en zo zou ik er nog een paar kunnen opnoemen.
Het maken van al deze plannen en het uitwerken en bijhouden ervan kost heel wat tijd. Daaraan gekoppeld moet er veel overlegd worden. Want je werkt tegenwoordig als leraar niet meer alleen met een leerling. Zo is er de remedial teacher, de intern begeleider, de bouwcoördinator en de zorgcoördinator. Zij moeten ook meepraten en meebeslissen. Oh, ja en de ouders, die zou je bijna vergeten.

Minimaal 1 ordner per leerling

Onlangs had ik een gesprek met een leraar uit groep 6 van ‘De Bokkensprong’ uit Doorn. Meester Jan van Lispelen liet me zien wat hij allemaal moest doen om een kind met adhd te begeleiden in zijn groep van 32 leerlingen.
“Kijk, dit is het dossier van Diederik” en hij toonde me twee dikke ordners vol met papieren, onderzoeken, verslagen, aanvragen etcetera.

 Ik was meteen onder de indruk.
“Maar”, zei hij enthousiast, “ik heb gelukkig ook alles digitaal. Voor de zekerheid print ik altijd alles uit, want je weet het maar nooit. Laatst hadden we een storing op onze server, waardoor we drie dagen niet bij onze dossiers konden.”

“Heb je al die papieren nodig?” vroeg ik belangstellend, terwijl ik de ordners eens doorbladerde.
“Nee, ik zelf niet. Ik ken Diederik heel goed. Gewoon een hartstikke leuk kind. Ik weet wat ik aan hem heb. Hij weet precies wat hij aan mij heeft. Daarvoor hebben Diederik en ik die hele papierwinkel niet nodig”, zo legde van Lispelen mij uit.

De Zorgstructuur van de school bepaalt alles

“Maar waarom doe je dit dan allemaal?”, vroeg ik bijna boos.
Even wachtte hij en keek mij strak aan. Toen ging hij in op mijn vraag: “Allereerst hebben we de inspectie. Die willen vooral verantwoording zien van alles wat je doet, of niet gedaan hebt. Vervolgens hebben we het Samenwerkingsverband: je krijgt geen ondersteuning, als je niet een hele batterij aan aanvraagformulieren hebt ingediend”.

Van Lispelen nam een slok van de lauwe koffie en vervolgde zijn betoog: ”Onze zorgstructuur vraagt eveneens het nodige. Want zij willen zich kunnen verantwoorden naar de Inspectie en het bestuur. We leggen bijna elke zucht die we slaken, of scheet die we laten, vast.”

“Hoe houd je dit vol en hoeveel tijd ben je er mee kwijt?” vroeg ik verbaasd.
“Och, dat valt best mee, ik besteed ongeveer twee uur per dag aan deze Kafka-achtige routines”, lachte hij me ondeugend toe.
“Maar, ik zou die tijd veel liever besteden aan mijn leerlingen”, reageerde hij fel.

We moeten nooit vergeten het kind te zien

“En weet je wat nu zo raar en rot is? Door al die onnodige taken die je er bij moet doen, heb ik bijna geen tijd voor m’n eigen kinderen”, sprak hij gewetensvol.
“Mijn kinderen kennen me alleen van de zondag”.
En even zakte zijn hoofd in z’n handen.
“Gelukkig zijn mijn vrouw en kinderen geweldig en begrijpen ze me en daar ben ik erg dankbaar voor”.

Ik nam afscheid van meester van Lispelen en wenste hem veel sterkte toe. Hij borg de ordners op in een kast, waar er nog veertig stonden.
“En denk er aan”, riep hij me na, “We moeten nooit vergeten het kind te zien in de leerling en niet het dossier!”

Dat was voor mij het bewijs, dat van Lispelen een kanjer was, die alles deed voor zijn groep en niet keek naar etiketten en protocollen. Bureaucratie hoger door Passend Onderwijs? Fijn dat de Overheid dat zo goed geregeld heeft.

Print Friendly, PDF & Email