Stranden overvol tijdens hittegolf

De zee heeft altijd al een grote aantrekkingskracht gehad. Wijze vissers en andere mensen met zeebenen en haringkuiten kunnen het zo mooi zeggen: “De zee geeft en de zee neemt. Soms wel wat veel.”
Een nog grotere aantrekkingskracht heeft dat zilte nat, strand en duinen op de toeristen, die gekleed of ongekleed, zomers onze kusten bevolken en tegenwoordig ook bevuilen.  Dan zijn de stranden, net zoals nu, overvol.

Ondanks corona en de daarvoor geldende regels, liggen mensen graag als haringen in een ton. Over twee maanden zijn ze ziek en dan maar klagen. Nee, mij zul je daar niet zien in deze coronazomer.

De zee heeft iets bijzonders. Zo is ze zeker bij zonsondergang romantisch, behalve bij springvloed. Dan is ze iets te onstuimig. Voor ons, nuchtere Hollanders, is het het mooist als de zon in het westen ondergaat, niet te snel, maar gestaag en zeker. Daarom kozen wij er ook jaren geleden voor om eens een vakantie aan de kust door te brengen. Zoals al zoveel Nederlanders voor ons ook hadden gedaan.

Bij Ouddorp aan zee vonden we een leuke camping voor onze caravan, een ‘Adria’. 
Anke, mijn vrouw, liep in die vakantie op het laatst. Niet dat ze nu invalide is, maar ze stond op het punt om nog net niet van onze jongste dochter te bevallen. Kyra, onze oudste, was bezig zichzelf de techniek van het fietsen op een driewieler met kiepbakje bij te brengen. En Tirza, de tweede spruit van ons, sloeg dat alles gade vanuit haar kampeer bedje of het meegenomen wandelwagentje.