Gedichtensite en gedachten over de Veluwe, Wadden en nog meer van mees Peet

Categorie: onderwijs Pagina 1 van 2

alles wat betreft onderwijs, leerlingen, leraren en lesgeven

Stoffige onderwijs geheimen van vijftig jaar geleden

stoffige onderwijs geheimen
Laatst had ik eindelijk eens wat tijd om van alles op te ruimen. Je zult misschien zeggen: “Hoe kan dat nou? Zoveel vrije tijd heb je tegenwoordig als onderwijsgevende toch niet meer.”
Nee, het was ook heel bijzonder. Want ik ben gepensioneerd. Daarom zijn de stoffige onderwijs geheimen van vijftig jaar geleden het vermelden waard

Maar goed. Ik was bij mij thuis de zolder aan het opruimen. Ik stuitte daar op een grote doos met allerlei spullen van zeker vijftig jaar geleden. Er zat van alles is: een oud leerplan (dat in die tijd alleen veranderde, als men een nieuwe methode aanschafte) van slechts 10 pagina’s; een oud schriftje met de gegevens van de teldata; een schrift met verslagen van de teamvergadering (die werd 1 of 2 keer per jaar gehouden); een schrift met de besteding van de gelden voor leer- en verbruiksmiddelen.

Tenslotte vond ik nog een cahier dat blijkbaar was gepromoveerd tot weekagenda. Hierin stond per dag vermeld, wat het hoofd der school zoal deed naast zijn gewone werk als groepsleerkracht.

De werkweek vijftig jaar geleden

Van maandag tot en met zaterdag werd er lesgegeven. Elke dag van 8.30u. tot 11.45u. en van 13.45u. tot 15.30u. ’s Woensdags- en zaterdagmiddag hadden de kinderen vrij. Af en toe kwam er een leverancier met slechts één aktetas aan de deur.
Soms werd er opgebeld. Dan rinkelde de zwarte bakelieten telefoon in de klas van het hoofd. Lesgeven aan zo’n 40 tot 45 leerlingen was normaal.

Orde en netheid stonden hoog in het vaandel. Enkele cactussen en vetplanten trachtten de huiselijkheid in het lokaal te bevorderen.
Eén keer per jaar kwamen de Kinderzegels, Sinterklaas en Piet, de schoolarts en de tandarts. Ook kregen de kinderen eens per jaar een filmvoorstelling op zolder. De ene keer ‘Jantje in Dromenland’, het andere jaar een stoterige film over een als egel uitgedoste marionet.
Het leukste vonden wij, leerlingen, als de films achteruit werden teruggespeeld. Dan gierden we het uit.

De harde realiteit van stoffige onderwijs geheimen

Pleinwacht was er niet. Het team dronk in de pauze gezamenlijk koffie. De meeste leerkrachten rookten voor de klas. Regelmatig mocht een leerling zelfs naar de sigarenboer om een pakje sigaretten te halen voor zijn of haar meester.

’s Zomers werd er op het plein wel eens gevolleybald door het team. Het was niet alleen spannend om te zien, maar ook heel komisch: je meester in een te lange korte broek met daaronder een paar ultra witte benen.
Bij ziekte van een collega werd het hoofd niet geplaagd door vervangingsfondsen, invallijsten, wachtgeldverplichtingen en dergelijke. Nee, de kinderen werden naar huis gestuurd.

“Ik moet jullie iets vervelends vertellen”, sprak het hoofd dan tot de desbetreffende klas.
“Jullie meester is ziek. Dus gaat allen naar huis.”
Een gejuich was meestal het gevolg. En met wat leedvermaak naar de anderen zwermden de leerlingen uit, in groepjes of alleen.

Geen Formatieplan,  Schoolwerkplan of Nascholingsplan. Laat staan een  Strategisch Beleidsplan, of Personeelsbeleidsplan. Functioneringsgesprekken en Beoordelingsgesprekken bestonden helemaal niet. Het personeel werkte gewoon hard.

Werkvergaderingen, commissiebijeenkomsten, werkgroepen en cursussen waren helemaal niet nodig. Onze voorgangers moesten het allemaal alleen doen. Wat wisten ze toch weinig.

Tegenwoordig is alles beter? Vergeet het maar.

Nee, er is veel veranderd. Maar of dat ook tot verbeteringen heeft geleid betwijfel ik. Kijken we naar de essentie van ons werk, dan gaat het maar om één ding: het begeleiden van elk kind in zijn groei naar volwassenheid. Dat vraagt niet om stapels papier, maar om inzicht, liefde en realiteitszin.

Juist de bedrijfsmatige aanpak van het onderwijs is funest voor de leerlingen en leraren. Al het geld, dat opgeslokt wordt door managers, bestuursgebouwen en het middenmanagement kan vele malen beter besteed worden. Namelijk aan de leerlingen zelf en de leraren.  Stoffige onderwijs geheimen van vijftig jaar geleden kunnen je ogen openen.

Vandaag: sporten is gezond

vandaag: sporten is gezond

In Vandaag: sporten is gezond een bijzonder verhaal over hoe gezond bewegen is. Juist nu in de corona tijd en de daarmee samenhangende lock down. Of dat nu in de buitenlucht is, of binnen, dat maakt niet uit.  Zelf fiets en wandel ik graag in mijn woonomgeving. Maar anderen zweren bij de sportschool, of pakken de racefiets. 

Vandaag: sporten is gezond

Bij het zien van al die mensen, die lui in parken liggen, dacht ik terug aan mijn oude gymlerares. Zij wist van wanten. Zeker weten, dat ze die slome jongeren aan het bewegen had gekregen. Vandaar dat ik een afspraak had gemaakt voor een bezoek. Precies volgens de corona regels. 

Eindelijk had ik na lang zoeken en de inhoud van een benzinetank het adres van mijn oude gymlerares gevonden. U kent ze vast wel, die leuke nieuwbouwwijken, die zo opvallen door hun straatnamen en hun ingenieus in elkaar gevlochten wegen en straten.

Menigeen zoekt en rijdt zich suf om bezoeken te kunnen afleggen. Regelmatig tref je de slachtoffers van dergelijke stedenbouwkundige ellende jammerlijk langs de kant van de weg aan. Helemaal krom van de stress en soms agressief, als je ze per ongeluk naar de weg vraagt.

Maar gelukkig, ik was er. Op Zonnedauw 14 in de ‘Klapmolenstaete’ woonde mijn gymjuffrouw, Greet Schimmel-Verhoef. Nu alweer 75 jaar.
Tijdens een toevallige ontmoeting bij een supermarkt zagen we elkaar weer. Een afspraak was daar een logisch gevolg van.

Oud vrouwtje op Reebokken

Ik was eindelijk op de 6e verdieping en stond bij haar voordeur. Krachtig drukte ik op de bel en wachtte geduldig tot mij werd open gedaan. Ik hoorde driftige voetstappen in de gang en met een zwaai werd de deur open gedaan. Een ontzettend oud en krom vrouwtje gekleed in een trainingspak en op ‘Reebokken’ stond voor mij en keek me wantrouwend aan door haar brilletje, terwijl ze achteloos een gewicht van 50 kilo in haar rechterhand hield.

“Is mevrouw Schimmel-Verhoef thuis?”, vroeg ik, “Ik heb namelijk een afspraak met haar”.
“Ik zal mijn dochter even roepen, wacht u maar even,” antwoordde ze mij. Ze sprong weer de gang door in de richting van de kamer, daarbij een salto makend die in een circus niet zou misstaan.

Even later vulde een rijzige gestalte de gang. En daar stond dan opeens Greet Schimmel-Verhoef in de deuropening.
“Wat leuk, zeg. Kom binnen, kom binnen”, riep ze joviaal en trok me de gang in. Ik had het idee dat mijn arm opeens wat langer was geworden. In de kamer aangekomen werd ik op een stoel neer geplant.

Ik keek mijn ogen uit. De moeder, die ik eerst ontmoette, schaarde op een turnpaard. Greet zelf nam plaats op een fitnessfiets, begon te trappen en zei: “Doe alsof je thuis bent, wij gaan gewoon door. Dat houdt ons jong. Volgende week wordt mijn moeder al weer honderd. En moet je haar eens zien”. En werkelijk de oude mevrouw Verhoef bewoog zich nu voort via een serie ijzers langs het plafond, gelijk Jane van Tarzan.

Hup met de beentjes ………

Al pratend met haar onder het genot van een kopje brandnetelthee moest ik er ook aan geloven. Eerst moest ik samen met Oma Verhoef enige rek- en strekoefeningen doen, daarna werd me een lopende band aangewezen, waarop ik plaats moest nemen. “Hup met de beentjes”, sprak Greet vrolijk.

“Even dat luie zweet er uit.”
En om haar woorden kracht bij te zetten, gaf ze me een klap op de schouder, waarvoor een normaal iemand aangifte zou doen wegens mishandeling. Ik moest m’n uiterste best doen om de band bij te houden. Na tien minuten mocht ik eraf met de tong bijna op mijn knieën.

Maar pauze werd me niet gegund.
“Hier”, riep Oma en ze gooide me twee gewichten toe. Ik liet ze stuiteren op de grond, vangen leek me te gevaarlijk.
Ik pakte ze op en goochelde er wat mee. Greet liet me zien, wat je met zo’n halter kon doen. Alsof het niets was tilde ze enkele malen achtereen een halter met 150 kg omhoog. Mijn mond viel open van verbazing. En zo ging het maar door.

Diep onder de indruk vroeg ik van alles. Uiteindelijk nam ik afscheid en keerde huiswaarts. Ik voelde na dertig jaar weer de spierpijn en daarvoor hoefde ik niet eens aan haar gymlessen van vroeger te denken.

Scholen weken dicht: ben woedend!

Scholen weken dicht

Scholen weken dicht: ben woedend aldus veel ouders. Maandagavond kondigde premier Rutte deze als één van de vele maatregelen af. De Lockdown was een feit in ons land. Al snel kwamen de reacties los. Vooral veel boosheid onder ouders, docenten, organisaties en andere groepen. Vijf weken geen school, gewoon schandalig. Scholen weken dicht: ben woedend, aldus deze reaguurders. 

Scholen weken dicht: ben woedend

Toen dit bericht door drong bij scholen, ouders en organisaties bleek dat velen hier niet op zaten te wachten. Het was de zoveelste teleurstelling van ons volk. Eerst al vreselijke rijen bij de Black Friday uitverkopen. Met op de koop toe een toename van besmettingen. Vervolgens het weekend erop nog meer lange rijen voor de winkels en opnieuw een toename van besmettingen.

En dan als klap op de vuurpijl (wat ook niet meer mag) een sluiting van alle scholen tot 19 januari. Veel mensen hadden zo’n sluiting eerder gewild. Maar nu het een feit was, werden velen boos. Hoe kan men zo stom zijn om scholen vijf weken te sluiten. Voor deze mensen, die blijkbaar niet kunnen rekenen, help ik ze graag uit de droom.

Geen 5 weken, echt niet!

Zelf heb ik meer dan 43 jaar in het basisonderwijs gewerkt. Ik weet dus heel goed, hoe dat rond deze dagen op school toe gaat. In de laatste week voor kerst wordt er nauwelijks nog wat serieus gedaan. Geen toetsen, want de rapporten zijn al klaar. Het is veel knippen en plakken en kerstkaarten maken. Of leuke kerststukjes maken van overgebleven groenblijvers. Oefenen voor de kerstviering. Een kerstontbijt ontbrak ook nooit. Dus deze week kun je al niet meetellen.

Dan gewoon twee weken kerstvakantie. Dat hebben ze elk jaar. Dan zijn het nog 10 lesdagen na de kerst tot 19 januari. De eerste dag wordt er ook weinig gedaan. Kinderen moeten toch ook hun verhaal kwijt. Dan is er nog niet eens rekening gehouden met lesuitval door ziekte van het personeel. Tegenwoordig worden de leerlingen dan ook naar huis gestuurd. Veelal gaat het dan nog maar om een dag of 8. 

Als de achterstand door deze lesuitval groot zou zijn, dan is er toch iets mis in ons onderwijs. Of zijn docenten niet in staat om achterstanden weg te werken tegenwoordig? Of is Passend Onderwijs misschien niet zo passend als de bedenkers ervan hadden uitgedacht?

Scholen weken dicht: ben woedend

Eigenlijk is het juist een goed besluit. Het blijkt uit onderzoek, dat juist scholen bijdragen aan een grote verspreiding van het corona virus. Eigenlijk wisten we dat al. Maar het Rijks Instituut voor Misleiding (RIVM) wist het weer beter. Het is ook heel logisch.

Ouders mogen niet meer in school komen. Want dat is veiliger. Ben het daar niet mee eens. Nu staan alle ouders aan het einde van de dag aan de rand van het schoolplein hun kinderen op te wachten: zonder afstand en zonder mondkapjes. Gezellig keuvelend over alles wat de school doet. Of boos met stemverheffing hun ongenoegen verkondigen over alle maatregelen. De aerosolen komen je tegemoet.

Wees creatief

Misschien kunnen scholen ook de grenzen opzoeken, zoals Hema, Action en Wibra probeerden. Gewoon vanaf 4 januari buiten les geven. Of thuisonderwijs in clusters geven bij wisselende ouders. Want kinderen tellen niet mee in de corona groepsgrootte. 

Of doe gezellig en ruil eens je kinderen met anderen. Er is genoeg te bedenken in deze Corona tijd. Wees creatief en niet boos. Er zijn al genoeg slachtoffers

Passend Onderwijs vooral veel bureaucratie

DSC_2914

Tegenwoordig moet alles vast gelegd worden. Of dat nu op papier is, of digitaal. Door de toename van de bureaucratie neemt de werkdruk ook toe. In de praktijk blijkt, dat Passend Onderwijs vooral veel bureaucratie is. En de leerling is de pineut.

Bureaucratie kan worden opgevat als het geheel van administratieve- en overleg taken in het onderwijs. Vooral speelt dit probleem rond de leerlingenzorg. Door de invoering van het Passend Onderwijs zijn er tal van nieuwe taken bij gekomen. Je kunt dan denken aan het opstellen van ontwikkelingsperspectieven en het uitvoeren van de zorgplicht. In het speciaal onderwijs zie je een daling van het aantal leerlingen. Het aantal zorgleerlingen in het reguliere basisonderwijs is echter sterk toegenomen.

Dat is een probleem, zeker als daarvoor geen routines en deskundigheid hebt op de school. Men kan die wel ‘inkopen’ via het Samenwerkingsverband. Dat betekent dat je allerlei formulieren bij je aanvraag moet invullen. Uiteindelijk beslist de PCL of de aanvraag wordt gehonoreerd.  De meeste onderwijsprofessionals geven aan dat deze administratieve taken veel extra tijd kosten.

Passend Onderwijs: papier, papier, papier

Tegenwoordig heeft elke school een boekenkast met protocollen. Of het nu gaat om schaatsen met de klas, het schoolkamp, het begeleiden van studenten, of huiselijk geweld, er is een prachtig protocol voor.
Komt je kind in de zorg rond passend onderwijs terecht, dan begint er een heuse papiermolen te draaien. Of dat nu digitaal is, of op papier, dat maakt geen verschil.

Handelingsplannen, groepsplannen, ontwikkelingsperspectieven, leerlijnen, leerroutekaarten en zo zou ik er nog een paar kunnen opnoemen.
Het maken van al deze plannen en het uitwerken en bijhouden ervan kost heel wat tijd. En er moet er veel overlegd worden. Want je werkt tegenwoordig als leraar niet meer alleen met een leerling. Zo is er de remedial teacher, de intern begeleider, de bouwcoördinator en de zorgcoördinator. Zij moeten ook meepraten en meebeslissen. Oh, ja, de ouders, die zou je bijna vergeten.

Passend Onderwijs: de praktijk

Onlangs had ik een gesprek met een leraar uit groep 6 van ‘De Bokkensprong’ uit Doorn. Meester Jan van Lispelen liet me zien wat hij allemaal moest doen om een kind met adhd te begeleiden in zijn groep van 32 leerlingen.
“Kijk, dit is het dossier van Diederik” en hij toonde me twee dikke ordners vol met papieren, onderzoeken, verslagen, aanvragen etcetera.

Ik was meteen onder de indruk.
“Maar”, zei hij enthousiast, “ik heb gelukkig ook alles digitaal. Voor de zekerheid print ik altijd alles uit, want je weet het maar nooit. Laatst hadden we een storing op onze server, waardoor we drie dagen niet bij onze dossiers konden.”
“Heb je al die papieren nodig?” vroeg ik belangstellend, terwijl ik de ordners eens doorbladerde.
“Nee, ik zelf niet. Ik ken Diederik heel goed. Gewoon een hartstikke leuk kind. Ik weet wat ik aan hem heb. Hij weet precies wat hij aan mij heeft. Daarvoor hebben Diederik en ik die hele papierwinkel niet nodig”, zo legde van Lispelen mij uit.

“Maar waarom doe je dit dan allemaal?”, vroeg ik bijna. Even wachtte hij en keek mij strak aan.
Toen ging hij in op mijn vraag: “Allereerst hebben we de inspectie. Die wil vooral verantwoording zien van alles wat je doet, of niet gedaan hebt. Vervolgens hebben we het Samenwerkingsverband: je krijgt geen ondersteuning, als je niet een hele batterij aan aanvraagformulieren hebt ingediend”.

Passend Onderwijs Kafka-achtig

Van Lispelen nam een slok van de lauwe koffie en vervolgde zijn betoog: ”Onze zorgstructuur vraagt eveneens het nodige. Want zij willen zich eveneens kunnen verantwoorden naar de Inspectie en het bestuur. We leggen bijna elke zucht die we slaken, of scheet die we laten vast.”
“Hoe houd je dit vol en hoeveel tijd ben je er mee kwijt?” vroeg ik verbaasd.
“Och, dat valt best mee, ik besteed ongeveer twee uur per dag aan deze Kafka-achtige routines”, lachte hij me ondeugend toe.
“Maar, ik zou die tijd veel liever besteden aan mijn leerlingen”, reageerde hij fel.

“En weet je wat nu zo raar en rot is? Door al die onnodige taken, die je er bij moet doen, heb ik bijna geen tijd voor m’n eigen kinderen”, sprak hij gewetensvol.
“Mijn kinderen kennen me alleen van de zondag”. En even zakte zijn hoofd in z’n handen.
“Gelukkig zijn mijn vrouw en kinderen geweldig en begrijpen ze me en daar ben ik erg dankbaar voor”.

We moeten nooit vergeten het kind te zien in de leerling

Ik nam afscheid van meester van Lispelen en wenste hem veel sterkte toe. Hij borg de ordners op in een kast, waar er nog dertig stonden.
“En denk er aan”, riep hij me na, “We moeten nooit vergeten het kind te zien in de leerling en niet het dossier!”
Dat was voor mij het bewijs, dat van Lispelen een kanjer was, die alles deed voor zijn groep en niet keek naar etiketten en protocollen. Passend Onderwijs vooral veel bureaucratie, helaas!

Echte topleraren vergeet je nooit

Echte topleraren vergeet je nooit

Wie was je favoriete leraar? Van welke leraar stak je het meeste op? Bijna iedereen is in staat hierop antwoord te geven. Was het die leraar geschiedenis, die zo geweldig kon vertellen? Of de tekenleraar, die jouw talenten ontdekte en stimuleerde daar mee verder te gaan? Of de leraar, die je regelmatig een schouderklopje gaf? Want echte topleraren vergeet je nooit. 

Topleraren waar leerlingen mee weglopen

De topleraren, waar de leerlingen mee weg lopen, dat zijn leraren die niet alleen pedagogisch sterk zijn. Nee, dat zijn leraren die didactisch eveneens het nodige in hun mars hebben. Zij zijn in staat op effectieve wijze les te geven. Zij gaan (en hun leerlingen ook) effectief om met de lestijd. Daardoor lukt het hen om tijd over te hebben voor de zogenaamde ‘leuke dingen’.

Een effectieve leraar is gek op les geven. Hij/zij bezit die passie en straalt dat helemaal uit. Heb je dat niet, dan is het bijna niet mogelijk om effectief les te geven. Kinderen voelen feilloos aan of je ervoor gaat, of niet. Merken ze, dat je om één of andere reden, niet die passie hebt, dan kan een klas je maken en breken.

Een effectieve leraar demonstreert een zorgzame houding. Zo’n leraar raakt niet verstrikt in de hectiek van alle dag, toetsen en externe invloeden. Zij blijven oog houden voor hun leerlingen en hun thuissituatie. Zo’n leraar zegt niet ‘Dat is na schooltijd, of buiten het plein, dus jammer dan’. Maar zulke leraren zijn tevens zeer bekwaam om de balans te bewaren in wat kan, of niet kan, als het gaat om persoonlijke zaken.

 Zo’n leraar kent elke leerling en de leerlingen kennen hem

Effectieve leraren zijn bijzonder goed in staat om te kijken wat een leerling bezig houdt. Zij kennen de persoonlijke interessewereld van hun klas. Ben jij zo’n leraar, dan vind je altijd wel een klik met elke leerling. 

Een effectieve leraar kan ‘Outside the Box’ denken. Jij geeft niet op een standaard manier les. Elke keer op dezelfde manier. Dat is toch vreselijk saai. Jij bent in staat om steeds weer op nieuwe manieren dingen uit te leggen. Wat werkt bij de ene groep/leerling, hoeft niet te werken bij de andere groep/leerling. Jij bent creatief en adaptief als het gaat om lesmethoden. Jij weet alle kinderen te triggeren.

Als effectieve leraar ben je sterk in de communicatie. Jij bent open, duidelijk en best direct. Maar altijd met gevoel en de nodige empathie. Als jij praat met iemand, dan spreekt daar respect uit. Kinderen, collega’s, ouders voelen zich veilig en gehoord. Aan jou hebben ze wat.

Een topleraar heeft niet meer nodig dan zichzelf

 Jij bent als effectieve leraar pro-actief. Natuurlijk ben je goed in plannen en je organisatie. Juist daardoor zie je van te voren risico’s, gevaren en mogelijkheden. Jij denkt dan in oplossingen en kansen. En al helemaal niet in problemen. En een effectieve en topleraar staat boven de stof. Heeft veel kennis en ervaring.

Een effectieve leraar gebruikt diverse media tijdens de lessen. Je gebruikt ze niet omdat dat in is. Je zet ze in op die momenten, waarop ze het beste tot hun recht komen. Maar je beperkt de inzet er ook van. Te vaak een PowerPoint is de doodsteek voor de actieve leerling. Jouw beste mediamiddelen: dat ben je zelf, je mimiek, je stem, je gevoel en uitstraling.

En effectieve leraar daagt zijn leerlingen uit. Zij vragen meer van hun leerlingen dan de gemiddelde leraar. En dat niet altijd met dank van die leerlingen. Zij zijn in staat om leerlingen goed te laten presteren, mede omdat zij hoge verwachtingen hebben. Pas als we ouder zijn, herinneren we ons deze topleraren.

Een effectieve leraar staat altijd boven de stof. Zij zijn in staat onderwijs te geven op een manier, die bij de leerlingen past. Zonder schijnbaar enige moeite kunnen ze inspelen op de individuele behoefte van de leerlingen. Zo’n leraar lijkt wel een jongleur. Alles onder controle, niets gaat mis en hij beheerst de techniek tot in de puntjes.

Echte topleraren vergeet je nooit

Een effectieve leraar, of topleraar word je niet zo maar. Zoiets gaat niet vanzelf. Je moet open staan voor goede adviezen en nieuwsgierig zijn naar nieuwe ontwikkelingen en mogelijkheden. Je dient kritisch naar je zelf en jouw handelen te zijn. Maar daarnaast moet je de drive en de passie hebben om het onderwijs tot een waar feest te maken, zowel voor je leerlingen, als voor jezelf. De effectieve leraar doet recht aan zijn leerlingen en aan zichzelf. En durft fouten toe te geven en kan zich kwetsbaar opstellen. Echte topleraren vergeet je nooit. 

Kijk ook eens naar mijn onderwijs gedichten.

Derde Groot Dictee der Nederlandse Taal 2020 vanuit Utrecht

Groot Dictee der Nederlandse TaalDit jaar was het weer raak: het Derde Groot Dictee der Nederlandse Taal vanuit de nieuwe bibliotheek te Utrecht. Gerdi Verbeet las dit keer het dictee voor. Helaas zien we dit tumultueuze gebeuren niet meer voor de televisie. Dat is jammer, ja zelfs een taalkundig verlies voor ons land. 

Zelf heb ik ook een keer mee gedaan aan een dergelijk gebeuren. Niet dat ik mezelf had opgegeven. Nee, op aandringen van een aantal collega’s. Het was georganiseerd door de Rotaryclub Veenendaal en nog een aantal gulle gevers, zover je daar van kon spreken. Een groot aantal deelnemers had zich er voor opgegeven. 

Het doel van een dergelijk dictee is, dat de deelnemers foutloos opschrijven wat de voorlezer uitspreekt voor zijn toehoorders. Je zou denken, dat het gaat om taalvaardigheid, maar niets is minder waar: het gaat vooral om een foutloze spelling. Degene met de minste fouten mocht zich de beste speller, of taalpurist van Veenendaal noemen.

Op onverklaarbare wijze en een fles wijn had ik me laten overhalen om mee te doen, een vriendelijke geste van één van mijn oud-collega’s. En daar zat ik dan, te midden van andere gelukkigen, geflankeerd door onze algemeen directeur en drie collega-directeuren.

Groot Dictee der Nederlandse Taal begint

In de hal van de plaatselijke scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs, waar het zweet van de pauzerende pubers nog na ‘galmde’, stonden zo’n zeventig leerlingen setjes in strakke rijen geplaatst met in de rechter bovenhoek een nummer geplakt. Op de door passers beschadigde bladen lagen de te beschrijven proefwerkbladen en ballpoint al klaar, uitnodigend voor de steeds zenuwachtiger worden deelnemers. Tenslotte wenste niemand af te gaan.
Een combo produceerde harde jazzmuziek om de deelnemers te vergasten op een warm onthaal. De kruisen en mollen geselden mijn trommelvliezen.

Precies om acht uur werden we gesommeerd onze plaatsen in te nemen. Ik keek eens rond en zag het gemêleerde deelnemersveld: jonge scholieren, mannen in een keurig pak, vrouwen van middelbare leeftijd en pokdalige pubers. Daarna nam ik plaats achter tafeltje nummer 30 en voelde hoe aan de onderkant de kauwgom zich in de voorbije jaren had opgehoopt tot een bijna prehistorische stalagtiet.

Een keurig uitziende man posteerde zich achter de lessenaar en begon met de bril half op zijn neus gewichtig de uitleg van het dictee voor te lezen. Toen er geen vragen bleken te zijn vanuit de deelnemers, stak hij van wal. De zinnen werden in een rustig tempo, bijna overdreven goed gearticuleerd voorgelezen. Soms hakkelend, maar zich dan weer gauw herstellend, overzag hij als een veldheer ‘zijn’ zaal met zwoegende deelnemers.

Spiekende algemeen directeur zoekt steun

De sfeer kreeg steeds meer iets van een belangrijk examen. Zelfs de burgemeester, die voor mij zat, deed zijn uiterste best. Vooral bij moeilijke woorden zag ik zijn rug krommen, alsof hij Alpe d’Huez moest beklimmen.

Slechts het geronk van de koffie- en snoepautomaten verbraken de stilte.
Enkele surveillanten slopen als roofdieren rond het zwoegende deelnemersveld.

Mijn voormalig algemeen directeur probeerde een een-tweetje met mij, zodat hij ook wist hoe je bepaalde moeilijke woorden moest schrijven. Maar ik had geen behoefte aan een sidekick.

Uiteindelijk konden we onze pen neerleggen en vergenoegd of panisch achterover leunen. Even ontstond er nog paniek onder een aantal deelnemers over het woord 55-+. Of was het 55-plusser, of toch vijfenvijftig plusser? Als 63+’er zat ik daar niet meer mee.
Het was een bijzonder verhaal met vooral veel moeilijke woorden. Degene die de meest bizarre, meest ongebruikelijke en meest nutteloze woorden uit het jongste Groene Boekje uit zijn hoofd geleerd had, werd waarschijnlijk de winnaar. Ik was dat in ieder geval niet. En daar was ik niet rouwig om.

Eloquente schoonzoon en gehypete hond

Mijn vrouw hoort me al zeggen: dat ik de geëxalteerde talkshow van Paul en Witteman redelijk waardeer. Of dat haar hapjes van exquise kwaliteit zijn. En mijn kleinzoon zal me waarschijnlijk een schop geven, als ik zeg dat hij eloquent is. Kan ik meteen eens tegen mijn postbode zeggen, dat zij niet zo dedaigneus moet doen en dat zij wat moet doen aan haar peroxide blonde kapsel, want een dergelijke gehypete vertoning kan mijns inziens niet meer voor PostNL. Nee, dan kijk ik liever naar mijn pico bello gestylede Tibetaanse terriër en zeg ik gewoon dat ‘ie braaf is. 

Hun hebben iets gedaan

Hun hebben iets gedaan

Hun hebben iets gedaan

De Nederlandse Taal is een moeilijke taal. Niet alleen Nederlanders hebben er moeite mee. Vaak zie je BN-ers haspelen en klungelen met onze taal. ‘Hun’ hebben iets gedaan, of nagelaten. Gezegden worden verkeerd gebruikt ‘de zanger kreeg een staande ovulatie’ of ‘dat is niet tegen dobermannsoren gezegd’. Laat staan dat een vluchteling de taal snel leert. Toch is het frappant, dat menig buitenlander, soms beter Nederlands spreekt, dan degenen die hier geboren zijn.

Vervoegen van werkwoorden

Gelukkig hebben we in onze taal veel buitenlandse woorden overgenomen. Dat scheelt weer een slok op een boterham. Maar onze taal blijft lastig. Eén van de meest lastige thema’s is het vervoegen van werkwoorden. Dat is door het bestaan van zwakke, sterke en onregelmatige werkwoorden vaak niet te beredeneren.

Vandaag ga ik vliegen, maar morgen is het we vlogen. Dan zou wiegen toch wogen zijn. Maar nee, dat is van wegen. Zou vogen dan van vegen zijn? Nee, want dat is geveegd.
Bij bezoeken is de verleden tijd bezochten. Maar wordt vloeken dan we vlochten? Nou ja, dat komt van vlechten. Toch is beslocht niet de verleden tijd van beslechten.
Als ik vandaag roep, is het morgen riep. Maar poepen wordt geen piep. En ik doop wordt geen diep. Je kind is gedoopt, maar kopen wordt weer gekocht.

Pagina 1 van 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén

Deze website maakt gebruik van cookies. 

View more
Akkoord
Geen cookies