Gedichten en gedachten over de Veluwe, Wadden en Natuur van Dichter bij de Natuur

Categorie: onderwijs Pagina 1 van 6

alles wat betreft onderwijs, leerlingen, leraren en lesgeven

9 Dingen die goede leraren nooit doen

9 Dingen die goede leraren nooit doen

Misschien is het wel mosterd na de maaltijd: 9 Dingen die goede leraren nooit doen . Als leraar ben je de regisseur en directeur van een groep leerlingen. Jij krijgt en draagt alle verantwoordelijkheid die daar bij hoort.

Daarmee krijg je een zekere mate van gezag. Dat gezag heb je nodig. Maar dat gezag kun je eveneens zo verspelen. Deze misstappen voor de leraar kun je voorkomen. Realiseer je, dat we allemaal wel eens zo’n blunder hebben begaan. Als je dat beseft, is het gelukkig mogelijk om je handelen als leraar weer op de rails te krijgen.

9 Dingen die goede leraren nooit doen.

1. Gebruik alleen de methode
Als je alleen les geeft door nauwgezet de methode te volgen, dan doe je je leerlingen te kort. Maar dat is niet alleen saai voor hen. Je bewijst je leerlingen hiermee een slechte dienst.

Gebruik je alleen het boek, dan zullen ze heel veel missen. Leerlingen willen graag oefenen, ontdekken en experimenteren. Ze leren juist van jouw kennis en ervaringen.

Uiteindelijk is een boek gewoon een gids met suggesties. Het is de kunst om een verbinding te leggen tussen hetgeen in het boek wordt beschreven, de realiteit, jouw kennis en ervaring en de belevingswereld van de kinderen.

2. Zorg dat je te laat komt

Je wilt graag, dat je leerlingen allemaal op tijd komen. Je kunt het dan niet maken zelf te laat te komen, omdat jij wel hun voorbeeld bent. Wat je van je leerlingen verwacht, moet jezelf kunnen tonen.

Te laat komen heeft nog andere nadelen. Je mist tijd voor de eigen rustige start van die dag. Je mist het contact met je collega’s en je mist het persoonlijke contact met de leerlingen bij de start van de dag.

3. Zittend lesgeven kan best

Een leerkracht, die veel zit, wordt wel eens luiheid en desinteresse verweten. Natuurlijk zijn er uitzonderingen (ziekte, blessure). Maar lesgeven vanuit je bureaustoel kan echt niet.

Als je wat uitlegt, zorg dan dat je voor je groep staat. Loop door het lokaal en maak echt contact met de groep en individuele leerlingen. Zijn de leerlingen aan het werk, loop dan ook door de klas en help, waar het nodig is.

4. Kinderen uitlachen

Het mag duidelijk zijn, dat je nooit een kind moet uitlachen. Of nog erger: een leerling voor schut zetten. Dat is een pedagogische doodzonde. Een onschuldige grap van jou, kan een kind juist veel pijn doen. Wees daarin eveneens een goed voorbeeld voor je leerlingen.

Je dient als opvoeder en onderwijsgevende oprecht en integer te zijn. Daarentegen is het een groot talent, als je in staat bent om op een juiste wijze humor te gebruiken in jouw klas tijdens de lessen.

5. Een favoriete leerling hebben

Het is verleidelijk bepaalde leerlingen meer (positieve) aandacht te geven dan andere leerlingen. De sportieve leerling wordt b.v. meer gewaardeerd, dan de ‘stijve’ leerling met gym.

Maar onthoudt, dat elke leerling jouw aandacht en zorg nodig heeft. Je kunt het niet maken, de ene leerling meer aandacht en complimenten te geven, dan de andere leerling.

6. Eten, mobiele telefoon voor de klas

Een kopje thee, of koffie drinken voor de klas? Tuurlijk mag dat. Maar doe het dan, als de kinderen wat drinken, of eten. Mogen de leerlingen hun smartphone tijdens jouw uitleg, of les gebruiken?

Waarschijnlijk niet. Doe het dan zelf ook niet. Een goed voorbeeld doet goed volgen. Je kunt best een paar uur zonder.

7. Je geduld verliezen

Het tonen van een sterke negatieve emotie is één van de ergste dingen, die je kunt doen. Ultieme kwaadheid over een leerling, of groep uit je niet in de klas. Gebeurt dit echter vaker, dan kan dat rampzalig zijn. Je bent voor altijd de band met je groep kwijt.

Misschien is het beter om bij een opkomende boosheid even een time-out te nemen. Gewoon even een korte pauze voor jou en de groep? Houd jezelf altijd in de hand.

8. De controle over de groep verliezen

Stel duidelijk je grenzen en regels. Bespreek die met de klas en pas ze consequent toe: er valt niet over te onderhandelen.
Kinderen hebben het haarfijn door, als ze die grenzen steeds kunnen verleggen. Kinderen, die zich er strikt aan houden, voelen zich beet genomen, als ze merken dat die regels niet voor alle leerlingen gelden.

Ben je de controle kwijt over je klas, dan krijg je die bijna niet meer terug. Je moet niet die ‘leuke’ meester of juf willen zijn.
Heb je op een bepaald moment niet de aandacht van je groep, zorg er dan voor dat je die op een positieve manier weer terug krijgt.

9. Veel van het zelfde

Een leuk werkblad is altijd welkom. Maar bij elk vak steeds maar weer een werkblad is oervervelend. Zoek bij verwerkingen en bij het inoefenen naar variatie. Laat leerlingen ook meedenken: Wat vinden jullie leuk? Hoe zullen we dit gaan oefenen?

Kijk eens bij je collega’s. Overleg met parallelcollega’s. Daarnaast is er op internet genoeg te vinden om voor de broodnodige variatie te zorgen.

9 Dingen die goede leraren nooit doen

Herken je bepaalde misstappen? Of zijn ze je helemaal vreemd? Ik ben reuze benieuwd naar jouw persoonlijke ervaringen. En misschien heb je nog tips voor collega’s. Deel ze met mij.
Vast hartelijk bedankt.

Zin en onzin van toetsen

Zin en onzin van toetsen

Na een verlengde kerstvakantie gingen de meeste kinderen weer naar de basisschool. Ook onze kleinkinderen. Maar ze waren nog maar koud gestart, of de LVS-toetsen kwamen als kinderkwellingen weer tevoorschijn. Daarom verdiep ik me graag in de Zin en onzin van toetsen in het onderwijs. 

Al tientallen jaren werken onderwijsgevenden slaafs aan het in stand houden van deze Toetscultuur. Ik vraag me terecht af, waarom dat gebeurt. Voor de kinderen levert het in ieder geval geen meerwaarde op. Alleen maar stress en een minderwaardigheidscomplex. 

Zin en onzin van toetsen

Volgens mij toetsen we ons maf. In ieder geval lijkt het daar wel heel erg veel op. Maar voldoen we dan aan de opgelegde norm van de Inspectie? De vraag die ik me terecht stel: waar is het kind in al die toetsen, analyses en groepsplannen?

Als ik kijk naar deze periode: lvs-toetsen in alle groepen zijn afgenomen en geanalyseerd. We hebben een datamuur gemaakt, kinderen bestempeld met A’s, B’s, of hoge E. De eindtoets wordt straks door de leerlingen van groep acht gemaakt. Gezegend de leerlingen die goed zijn in begrijpend lezen. Jammer voor die kinderen die daar moeite mee hebben.

Geweldig al die getallen, percentielscores, standaardscores en uitkomsten. Vaak lijken dergelijke uitkomsten op de AEX-index in economisch zwaar weer.

We toetsen ons maf

Ik vind dat aan een dergelijke toetsmanie een halt toe geroepen moet worden. Anders zullen over een paar jaren nog andere toetsen hun intrede doen, of we het willen of niet. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de peuter-entreetoets voor driejarigen, de kruip- en smijttoets voor éénjarigen, de zuigelingen-eindtoets en de baby-zuigreflextoets voor pasgeborenen.

En dan praat ik nog niet over de toetsen die daar voor nog allemaal kunnen plaatsvinden. Of zou er toch een oudergeschiktheidstoets moeten komen, voordat men aan kinderen denkt?

Als ik naar me zelf kijk, werd er in mijn jeugd nog niet zoveel getoetst. Ik weet wel, dat critici zullen zeggen “Dat is ook niet zo moeilijk, want dat is een halve eeuw geleden”, maar toch. Maar tegenwoordig toetsen we ons maf.

Pak je oor

Toen ik een aantal jaren op de kleuterschool had gezeten, moest ik op een dag met de vingers van mijn rechterarm proberen over mijn hoofd m’n linkeroor aan te raken. Zelf vond ik het een vreemde manoeuvre. Mijn moeder keek echter verheugd, toen ze zag dat het lukte.

“Je mag naar de grote school”, zei ze blij.
“Oh”, zei ik minder blij.
Enkele weken later ging ik naar de eerste klas. Er was niet veel aan. Ik moest vooral stil zitten. Met weemoed dacht ik terug aan de zandbak, blokken en verkleedkleren.

Nog een enkele keer werd ik getoetst: de menstekening, toevallig kon ik erg goed tekenen. Later nog een vlekkentest, die door mijn creativiteit ook al mooi uitviel.
“Oh, wat goed. Jij moet wel slim zijn”, riepen de deskundigen.
“Och”, zei ik, “Ik heb me nog ingehouden om niet teveel op te vallen”.

Dat was het dan. In 8 jaar onderwijs slechts drie proeven van bekwaamheid. Hoe simpel en doeltreffend.
Jaren en jaren later bleek, dat ik genoeg in m’n mars had om het onderwijs in te gaan en er 42 jaar te blijven en zelfs mijn doctoraal Onderwijskunde te behalen.

Meer toetsen? Of meer ruimte?

Wat nodig is in ons onderwijs is ten eerste bezieling, de ongebreidelde drive om alles voor je leerlingen te willen doen, om ze uit te dagen, hen te begeleiden en te stimuleren in hun ontwikkeling. Iedereen, die in het onderwijs werkt, dient die ‘drive’ te hebben en uit te stralen. Daarnaast zijn kennis en allerlei vaardigheden onmisbaar om je werk op professionele wijze te doen.

Ja, maar dan wel als het past binnen de onderwijsvisie van de school. Uitkomsten daarvan moeten handvatten bieden om de onderwijskwaliteit te verbeteren, zodat het kind er beter van wordt. Maar altijd met mate.

Geef vooral ruimte. Ruimte aan kinderen om zich te ontwikkelen en te groeien. Zeker net zo belangrijk is de ruimte voor onderwijsgevenden. Zo kunnen zij eveneens hun talenten ontwikkelen en benutten. Daar worden kinderen, leerkrachten en de school beter van.
En daar gaat het toch om?

De Elfstedentocht van 1997, een deelnemer vertelt

De Elfstedentocht van 1997De Elfstedentocht van 1997 was de laatste Tocht der Tochten. Nu, 25 later, blikken we terug op deze tocht. Een onbekende deelnemer doet zijn verhaal. Graag laten we je mee genieten van dit relaas. 

De Elfstedentocht van 1997, al weer 25 jaar geleden

Dit keer geen bekende Nederlander aan het woord. Geen winnende spruitjeskoning, of historische figuur. Nee, hier lees je het verhaal van een onbekende Nederlander. Maar zeker net zo imposant als al die andere verhalen. De tijd dat winters nog winters waren. Maar zelfs dat is betrekkelijk. 

“En hoe gaat het?” vroeg de verslaggever aan de dodelijk vermoeide schaatser met rugnummer 2789, die als één van de laatste net voor
sluitingstijd de finish passeerde. Hijgend, zwetend en reutelend zeeg de met ijzel bedekte wintersporter neer op een oud groentekistje, dat daar nog stond voor de huldiging van de winnaar.

Met holle ogen keek hij de verslaggever aan en het enige wat hij wel kon uitbren​gen was, dat het nog niet ging.
De verslaggever rook echter nieuws op dit late uur en zocht het startnummer in zijn paperassen op.
“Aha”, klonk het triomfantelijk.
“Als ik het goed heb, bent u Johan Drost, bijgenaamd ‘De Tempobeul van Biggekerke’. Onderwijzer van beroep.”

Ondanks het mooie weer was het zwaar

Even wachtte hij om de reactie te peilen van de aangesprokene.
Toen hij zag, dat de dodelijk vermoeide ‘Tempobeul’ opkeek, vroeg hij wat doordringender: “Was het echt zo zwaar?”IMG_20210209_152707
“Het was vreselijk zwaar”, antwoordde de verkleumde Johan Drost.
“Ik heb nooit geweten dat 200 kilometer zo lang kon zijn.”

“Hebt u ook veel getraind? Hoe was uw voorbereiding?” vroeg de reporter om de vaart er in te houden.
Johan Drost nam een hap zemelen uit een verfrommeld zakje en sprak enigszins sputterend: “Ik heb veel getraind. Heel veel. Dat is het voordeel als je in het Onderwijs werkzaam bent”.

Even wachtte Johan en brak een ijspegel van zijn neus.
Toen vervolgde hij: “Al mijn weekenden, mijn adv-uren, mijn vakanties heb ik getraind om met dit evenement mee te kunnen doen.  Zelfs tijdens de lessen schaatste ik door de klas. Mijn leerlingen moedigden me zelfs aan, als ik een sprintje naar het bord trok. Ook bij gym had ik altijd de ijzers onder. Je zou kunnen zeggen, dat ik ermee opstond en mee naar bed ging. Dat laatste vond mijn vrouw minder prettig. En dat alles zonder ooit een scheve schaats te hebben gereden.”

Het Kruisje van de Elfstedentocht van 1997

Ondertussen nam hij een slok geitenmelk uit een smoezelig flesje.
“U zult zich wel een gelukkig man voelen, nu u het gehaald hebt”, sprak de verslaggever meelevend en daarbij wijzend op het door velen zo fel begeerde ‘Kruisje’, dat enigszins scheef op het beijzelde trainingsjack gespeld was.

“Och. Vindt u dat? Dat valt wel mee”, reageerde ‘de Tempobeul’ uit Biggekerke.
“Ik heb wel eens erger dingen meegemaakt. Ik kan me nog goed de winter van ’71-’72 herinneren. Toen lag er nauwelijks ijs. Dat was pas
zwaar. Slechts weinigen hebben toen de finish gehaald.”

Nog 333 kilometer te gaan

“U zult uw leerlingen wel veel te vertellen hebben na zo’n belevenis als deze”, besloot de reporter om een eind aan het gesprek te maken.
“Ik hoop het”, antwoordde Johan Drost. “Veel zal afhangen van mijn conditie en de vloer in het lokaal. Maar met een beetje geluk en wat extra zemelen en zonnepitten moet dat lukken”.

Toen stond hij op. Deed zijn jack dicht en trok de muts verder over de oren. Met zwabberende slagen kwam hij in beweging en reed op zijn noren de donkere nacht in………………………………. richting Biggekerke.

Pagina 1 van 6

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik op akkoord als je geen bezwaar hebt. Of kies anders voor geen cookies. Voor de privacy policy zie onder aan deze website in de footer.

View more
Akkoord