De Elfstedentocht van 1997De Elfstedentocht van 1997 was de laatste Tocht der Tochten. Nu, 25 later, blikken we terug op deze tocht. Een onbekende deelnemer doet zijn verhaal. Graag laten we je mee genieten van dit relaas. 

De Elfstedentocht van 1997, al weer 25 jaar geleden

Dit keer geen bekende Nederlander aan het woord. Geen winnende spruitjeskoning, of historische figuur. Nee, hier lees je het verhaal van een onbekende Nederlander. Maar zeker net zo imposant als al die andere verhalen. De tijd dat winters nog winters waren. Maar zelfs dat is betrekkelijk. 

“En hoe gaat het?” vroeg de verslaggever aan de dodelijk vermoeide schaatser met rugnummer 2789, die als één van de laatste net voor
sluitingstijd de finish passeerde. Hijgend, zwetend en reutelend zeeg de met ijzel bedekte wintersporter neer op een oud groentekistje, dat daar nog stond voor de huldiging van de winnaar.

Met holle ogen keek hij de verslaggever aan en het enige wat hij wel kon uitbren​gen was, dat het nog niet ging.
De verslaggever rook echter nieuws op dit late uur en zocht het startnummer in zijn paperassen op.
“Aha”, klonk het triomfantelijk.
“Als ik het goed heb, bent u Johan Drost, bijgenaamd ‘De Tempobeul van Biggekerke’. Onderwijzer van beroep.”

Ondanks het mooie weer was het zwaar

Even wachtte hij om de reactie te peilen van de aangesprokene.
Toen hij zag, dat de dodelijk vermoeide ‘Tempobeul’ opkeek, vroeg hij wat doordringender: “Was het echt zo zwaar?”IMG_20210209_152707
“Het was vreselijk zwaar”, antwoordde de verkleumde Johan Drost.
“Ik heb nooit geweten dat 200 kilometer zo lang kon zijn.”

“Hebt u ook veel getraind? Hoe was uw voorbereiding?” vroeg de reporter om de vaart er in te houden.
Johan Drost nam een hap zemelen uit een verfrommeld zakje en sprak enigszins sputterend: “Ik heb veel getraind. Heel veel. Dat is het voordeel als je in het Onderwijs werkzaam bent”.

Even wachtte Johan en brak een ijspegel van zijn neus.
Toen vervolgde hij: “Al mijn weekenden, mijn adv-uren, mijn vakanties heb ik getraind om met dit evenement mee te kunnen doen.  Zelfs tijdens de lessen schaatste ik door de klas. Mijn leerlingen moedigden me zelfs aan, als ik een sprintje naar het bord trok. Ook bij gym had ik altijd de ijzers onder. Je zou kunnen zeggen, dat ik ermee opstond en mee naar bed ging. Dat laatste vond mijn vrouw minder prettig. En dat alles zonder ooit een scheve schaats te hebben gereden.”

Het Kruisje van de Elfstedentocht van 1997

Ondertussen nam hij een slok geitenmelk uit een smoezelig flesje.
“U zult zich wel een gelukkig man voelen, nu u het gehaald hebt”, sprak de verslaggever meelevend en daarbij wijzend op het door velen zo fel begeerde ‘Kruisje’, dat enigszins scheef op het beijzelde trainingsjack gespeld was.

“Och. Vindt u dat? Dat valt wel mee”, reageerde ‘de Tempobeul’ uit Biggekerke.
“Ik heb wel eens erger dingen meegemaakt. Ik kan me nog goed de winter van ’71-’72 herinneren. Toen lag er nauwelijks ijs. Dat was pas
zwaar. Slechts weinigen hebben toen de finish gehaald.”

Nog 333 kilometer te gaan

“U zult uw leerlingen wel veel te vertellen hebben na zo’n belevenis als deze”, besloot de reporter om een eind aan het gesprek te maken.
“Ik hoop het”, antwoordde Johan Drost. “Veel zal afhangen van mijn conditie en de vloer in het lokaal. Maar met een beetje geluk en wat extra zemelen en zonnepitten moet dat lukken”.

Toen stond hij op. Deed zijn jack dicht en trok de muts verder over de oren. Met zwabberende slagen kwam hij in beweging en reed op zijn noren de donkere nacht in………………………………. richting Biggekerke.

Print Friendly, PDF & Email
0 0 aantal stemmen
Article Rating