Groot Dictee der Nederlandse TaalDit jaar was het weer raak: het Derde Groot Dictee der Nederlandse Taal vanuit de nieuwe bibliotheek te Utrecht. Gerdi Verbeet las dit keer het dictee voor. Helaas zien we dit tumultueuze gebeuren niet meer voor de televisie. Dat is jammer, ja zelfs een taalkundig verlies voor ons land. 

Zelf heb ik ook een keer mee gedaan aan een dergelijk gebeuren. Niet dat ik mezelf had opgegeven. Nee, op aandringen van een aantal collega’s. Het was georganiseerd door de Rotaryclub Veenendaal en nog een aantal gulle gevers, zover je daar van kon spreken. Een groot aantal deelnemers had zich er voor opgegeven. 

Het doel van een dergelijk dictee is, dat de deelnemers foutloos opschrijven wat de voorlezer uitspreekt voor zijn toehoorders. Je zou denken, dat het gaat om taalvaardigheid, maar niets is minder waar: het gaat vooral om een foutloze spelling. Degene met de minste fouten mocht zich de beste speller, of taalpurist van Veenendaal noemen.

Op onverklaarbare wijze en een fles wijn had ik me laten overhalen om mee te doen, een vriendelijke geste van één van mijn oud-collega’s. En daar zat ik dan, te midden van andere gelukkigen, geflankeerd door onze algemeen directeur en drie collega-directeuren.

Groot Dictee der Nederlandse Taal begint

In de hal van de plaatselijke scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs, waar het zweet van de pauzerende pubers nog na ‘galmde’, stonden zo’n zeventig leerlingen setjes in strakke rijen geplaatst met in de rechter bovenhoek een nummer geplakt. Op de door passers beschadigde bladen lagen de te beschrijven proefwerkbladen en ballpoint al klaar, uitnodigend voor de steeds zenuwachtiger worden deelnemers. Tenslotte wenste niemand af te gaan.
Een combo produceerde harde jazzmuziek om de deelnemers te vergasten op een warm onthaal. De kruisen en mollen geselden mijn trommelvliezen.

Precies om acht uur werden we gesommeerd onze plaatsen in te nemen. Ik keek eens rond en zag het gemêleerde deelnemersveld: jonge scholieren, mannen in een keurig pak, vrouwen van middelbare leeftijd en pokdalige pubers. Daarna nam ik plaats achter tafeltje nummer 30 en voelde hoe aan de onderkant de kauwgom zich in de voorbije jaren had opgehoopt tot een bijna prehistorische stalagtiet.

Een keurig uitziende man posteerde zich achter de lessenaar en begon met de bril half op zijn neus gewichtig de uitleg van het dictee voor te lezen. Toen er geen vragen bleken te zijn vanuit de deelnemers, stak hij van wal. De zinnen werden in een rustig tempo, bijna overdreven goed gearticuleerd voorgelezen. Soms hakkelend, maar zich dan weer gauw herstellend, overzag hij als een veldheer ‘zijn’ zaal met zwoegende deelnemers.

Spiekende algemeen directeur zoekt steun

De sfeer kreeg steeds meer iets van een belangrijk examen. Zelfs de burgemeester, die voor mij zat, deed zijn uiterste best. Vooral bij moeilijke woorden zag ik zijn rug krommen, alsof hij Alpe d’Huez moest beklimmen.

Slechts het geronk van de koffie- en snoepautomaten verbraken de stilte.
Enkele surveillanten slopen als roofdieren rond het zwoegende deelnemersveld.

Mijn voormalig algemeen directeur probeerde een een-tweetje met mij, zodat hij ook wist hoe je bepaalde moeilijke woorden moest schrijven. Maar ik had geen behoefte aan een sidekick.

Uiteindelijk konden we onze pen neerleggen en vergenoegd of panisch achterover leunen. Even ontstond er nog paniek onder een aantal deelnemers over het woord 55-+. Of was het 55-plusser, of toch vijfenvijftig plusser? Als 63+’er zat ik daar niet meer mee.
Het was een bijzonder verhaal met vooral veel moeilijke woorden. Degene die de meest bizarre, meest ongebruikelijke en meest nutteloze woorden uit het jongste Groene Boekje uit zijn hoofd geleerd had, werd waarschijnlijk de winnaar. Ik was dat in ieder geval niet. En daar was ik niet rouwig om.

Eloquente schoonzoon en gehypete hond

Mijn vrouw hoort me al zeggen: dat ik de geëxalteerde talkshow van Paul en Witteman redelijk waardeer. Of dat haar hapjes van exquise kwaliteit zijn. En mijn kleinzoon zal me waarschijnlijk een schop geven, als ik zeg dat hij eloquent is. Kan ik meteen eens tegen mijn postbode zeggen, dat zij niet zo dedaigneus moet doen en dat zij wat moet doen aan haar peroxide blonde kapsel, want een dergelijke gehypete vertoning kan mijns inziens niet meer voor PostNL. Nee, dan kijk ik liever naar mijn pico bello gestylede Tibetaanse terriër en zeg ik gewoon dat ‘ie braaf is. 

Print Friendly, PDF & Email