fietsgedichten mees peetOp de pagina fiets gedichten over klassiekers en renners en de fiets vind je poëzie over de wielersport. Over gewone zaken die de racefiets betreffen, tot bijzondere situaties uit de fietssport.

Fiets gedichten van mees Peet

Natuurlijk kunnen de klassiekers niet achter blijven. En aandacht voor helden uit de fietssport: de legendarische renners.
De fietsgedichten staan op volgorde van plaatsing. Veel plezier met het lezen ervan.
Fiets gedichten mees Peet van Huinen verwijst ook graag naar meer fietsgedichten.

Mijn eerste fiets

Hij was glimmend grijs en groen
met een bel links en witte handvatten aan het stuur
toen ik acht was toen al heel erg duur
versierd met een fietstas om wat in te doen

Trots was ik op mijn Gazelle als een pauw
reed stoer rond rond ons huis door de straat
vrienden riepen: kijk eens wie daar gaat
hé, is die nieuwe fiets van jou?

Reed voor t eerst de vakantie mee
met zijn allen naar het verre Nunspeet
ruim 90 km zoals je wellicht weet
beurse billen ’s avonds o wee o wee

Ruim 4 jaren was de Gazelle in mijn bezit
toen te klein voor een puber in de groei
werd hij ingeruild voor iets groters
de fiets van mijn broer met zwart en wit

Ik nam toen afscheid van m’n eerste fiets
streelde het zadel voor de laatste keer
hem nooit weer zien deed een beetje zeer
ja, gek, dat deed me toch wel iets.

 

Wind tegen

Vol goede moed vroeg in ’t jaar op de fiets gestapt,
eerst lekker met de wind mee getrapt,
lekker zonder al te veel kracht,
zo tientallen kilometers gladjes verder gebracht.

Genietend van zon en een frisse bries,
geen regen, spatten en dus niet vies.
Af en toe uit mijn bidon wat water,
niet alles, ‘k bewaar nog wat voor later.

Terugkerend op mijn route naar huis,
krijg ik de wind tegen, recht in mijn kruis.
Ploeterend, stampend en zwetend,
vecht ik tegen een wind, die is ontketend.

Trager dan ooit lijkt het nu te gaan,
soms vechtend, dan weer op de pedalen staan.
Eindelijk, het laatste stuk van deze vroege tocht,
kom ik thuis, doodmoe en val bijna bij de laatste bocht.

Etappe koers

Brood, pap en banaan,
het eten viel niet zo goed,
een massage tot slot.

fietsgedichten mees peet

Tour de France 1966

Op weg naar de start,
nerveus voor de lange dag,
mijn broek zit te strak.

Helm op, bidons gevuld,
zenuwachtig klemmende
handen om het stuur.

De koers begint,
de eerste klim komt eraan,
er is geen houden aan.

De vluchters zijn weg,
dansend voor mij uit,
de bezemwagen zit in mijn wiel.

Urenlang stoempen
happend naar lucht,
etend, kotsend,klim na klim,

Het einde is nog ver weg.
Dan na vele uren,
de finish bereikt,

Liters water storten in mijn keel,
val van mijn fiets,
niemand helpt.

Slechts de winnaar telt.
Pas laat in de nacht
val ik in slaap

Om wakker te worden
na de te korte nacht:
de volgende etappe ramt op mijn deur!

Alpe d’Huez,

In de Franse Alpen gelegen,
komen de renners hem tegen,
sinds 1952 vaakst in de Tour,
ligt deze scherprechter op de loer.

Voor velen een kwelling ongekend groot,
voor sommigen zelfs bijna de dood.
Uitdagend blikt de bult naar beneden,
waar traag omhoog wordt gereden.

In straf tempo, of hakkend op de pedalen,
slechts enkelen weten mooi de finish te halen.
Een en twintig bochten tot aan de top,
snot voor de ogen, een rode kop.

Bij La Garde de laatste dreun op je vermogen,
rijdend, stoempend met een waas voor de ogen,
omhoog geschreeuwd door het publiek,
anderen zwalkend aan t elastiek.

Uiteindelijk ligt daar bovenaan de meet,
niemand die de winnaar ooit vergeet.
Voor de rest slechts een nummering in het klassement,
en na de Tour door niemand meer gekend.

fietsgedichten De fietssport in gedichten over klassiekers renners

Amstel-Gold Race

Direct was de koers erg hard,
waardoor het peloton in tweeën brak.
Vluchters kregen nauwelijks kans,
34 hellingen in een brute dans.
Slechts een handjevol duidelijk op kop,
daarna was de benzine op.
Donkere wolken boven ’t Limburgse land,
echt ontsnappen zat er niet bij.

Keutenberg, Cauberg of Eyserbosweg,
’t kon het verschil niet maken,
zelfs de hardste rot begon te kraken.
Met lede ogen en pap in de benen,
geen voordeel gunnend aan de ander,
moesten favorieten dan toch lossen.
Gehavend, geplaagd en bijna verslagen
stoempte het peloton voor ’t laatst naar boven.

Opnieuw bleek de Cauberg de beul te zijn,
een ultieme snok van een lepe Italiaan,
die vocht, stampte op ’t grote blad.
Gasparotto, werd de winnaar dit jaar,

Bandenwipper

Elke fiets kent twee wielen,
twee banden en twee ventielen.
Dergelijke onderdelen zijn er niet voor niets,
je kunt er niet zonder, als je rijdt op je fiets.

Bij mooi weer, met tegenwind of bij regen
laten ze je zoeven over ’s Heren wegen.
Over asfalt, grind, zand of hobbelige keien
goed opgepompt kun je blijven rijen.

Maar ligt er malheur of een scherf op je pad,
dan verschijnt er in de duurste band een gat.
Slechts met een bandenwipper bij de hand
verwissel je redelijk snel de lekke band,
om vervolgens weer op je karretje te stappen
en kilometer na kilometer weg te trappen.

Boogie Woogie (Boogerd)

Onnavolgbaar blijven zijn stralend blauwe ogen en olijke lach, of het nu winnen is, of afbeulen, dag na dag,
of het nu goed gaat, tegen zit, of bijzonder goed.
Nee, Boogie is en blijft een pure renner en verliest nimmer de moed.

Gedreven om tot het uiterste te gaan al vanaf zijn jonge vlegeljaren,
wist hij vooral in ploegverband topklussen te klaren.
Onvermoeibaar, gedreven tot en met,
kon hij aangaan, was hij vaak aan zet.

Bekroond in de koninginnenrit naar La Plagne, ontdeed hij de grootste kampioenen van hun franje.
Vele overwinningen wist hij op zijn palmares te schrijven,
en toch kon hij gewoon Michael Boogerd blijven.

Duizenden kilometers rijden op het scherpst van de snee, ontelbare bochten, afdalingen, en vele plekken op de bovenste tree.
Vele ploegleiders, journalisten, bobo´s en sponsoren, maar bovenal de tienduizenden fans wist Boogie weer te bekoren.

Zelfs in zijn laatste tour, reed hij het snot voor zijn ogen,
begreep menigeen dat hij door niet-renners werd bedrogen,
zelfs toen koerste hij als een ware kampioen, dat tekent Boogies wonderbaarlijke fatsoen.
Begrijpelijk, maar jammer dat Boogie er mee kapt, ’t is de ware wielerliefhebber die dat echt snapt.

Print Friendly, PDF & Email