fietsen door het sprielderbos

Woensdagmiddag wilde ik op deze mooie dag de corona drukte ontvluchten. De anderhalve meter werd bijna door niemand meer gehanteerd. Volle terrasjes, drukte in het centrum van het mooie #Putten. Dus dacht ik ‘laat ik maar de natuur in gaan, lekker op de fiets, weg van al die Viruslovers.’ Dus Fietsen door het Sprielderbos was een mooi alternatief

Fietsen door het #Sprielderbos

Eerst moest ik even boodschappen doen. Maar aangekomen op de fiets in ons dorpscentrum, bleek dat bijna niemand zich meer hield aan de regels. Drommen mensen op straat. Drukte op de terrassen. Drukte in de winkels. Bijna niemand met een mondkapje. Snel deed ik mijn boodschappen in de rustigste supermarkt. Daarna snel op de fiets de natuur in.

Via Krachtighuizen belandde ik al snel op het geasfalteerde fietspad door het bos.
Licht slingerend zoefden mijn banden over het wegdek.

Het bos ademde rust uit. Geen herrie, geen dringende massa mensen.
Geen gehoest en geduw. Af en toe een tegenligger. Dat was het.

De bomen keken naar mij en fluisterden mijn naam.
Wroetplekken langs het fietspad toonden de aanwezigheid van wilde zwijnen.
Maar de wolf heb ik niet gezien.

Geen mens bijna. Slechts vogels die mij nariepen, of floten naar elkaar.
Het zonlicht knipperde achter mij aan.
Mijn schaduw fietste voor me uit.

Sprielderbos en de dansende bomen

Het Sprielderbos ademt het verleden. De slingerende zandpaden, bijna allemaal toegankelijk voor publiek, leiden steeds mijn aandacht af. Af en toe een wandelaar.
De beuken en eiken staan statig verstrooid door het bos, wat toch bijna een woud is. 
Omgevallen of ontwortelde bomen, als slachtoffers van voorbije stormen,
liggen te rusten op het mos en de bladergrond.

Af en toe een boom verteerd door paddenstoelen, die soms trapsgewijs zich aan de stam vastklampen. Hun dood is weer voedsel voor insecten,
larven en ander klein grut. Vogels houden zo’n plek graag in de gaten.
Dat is hun snackbar.

Boven de boomkruinen hoor ik de roep van de buizerd. Rond cirkelend
op jacht naar wat lekkers.
Tussen de bomen groeien jonge fris groene varens.
Bijna kun je de bosgrond ruiken.

Nu zie je het niet. Maar ’s winters is dit het bos van de dansende bomen.
De kale bomen met hun soms gebogen, of kromme stammen lijken te dansen.
Vroeger gebruikte men alleen rechte stammen voor de houtbouw, zoals lange planken en masten. De bomen die geen rechte stam hadden, liet men staan.

Zie ook mijn gedicht hierover. 

Het Solse Gat

En daar ligt het. Goed verscholen in dit bos. Ook bereikbaar vanaf het dorpje Drie.
Vanaf de parkeerplaats een nog flinke wandeling. Maar ik fietste er dicht langs. Het laatste eind te voet met de fiets aan de hand. Een tamelijk diepe kuil met redelijk steil aflopende helling. Het water bedekt met groen kroos. Bijna gras lijkend. Je zou er zo op kunnen lopen, maar niet heus.

Er vreemde stilte heerst er. Was het ontstaan door een meteoriet, die tientallen eeuwen hier insloeg? Zijn het boeren geweest, die het gebruikten als leemput?

Of toch zoals de sage zegt, dat hier eens een klooster stond. Eeuwen geleden. Maar vanwege het liederlijke gedrag van de kloosterlingen zonk het klooster op een kwade nacht met man en muis de diepte in. Tenslotte sloot de grond zich weer boven de weggezonden zondaren.

Nog steeds is het stil. Mensen houden eerbiedig afstand. En lijken onder de indruk van de verhalen en de entourage. 

Tenslotte keer ik om en fiets ik weer naar huis. Een prachtige middag en een tip voor iedereen die eens een middag weg wil, de natuur in. Fietsen door het Sprielderbos een must.

 

Print Friendly, PDF & Email