hoogbegaafdheid in de klas

Tegenwoordig is de samenstelling van een klas op de basisschool zeer divers. Het Speciaal Onderwijs is sterk terug gebracht (vooral vanwege het geld). Daarom werd het Passend Onderwijs uitgevonden. Nu zitten er zoveel niveaus in één groep, dat menig leraar de wanhoop nabij is. Hoogbegaafdheid in mijn klas, oh nee!

Waarom passend onderwijs hoogbegaafdheid beknot

Mijn kleinzoon is hoogbegaafd. Af en toe haal ik hem van school. Ik vraag dan : “Hoe was het vandaag?”
“Saai”, zegt hij dan. Voor hem is het gesprek dan al voorbij.
Ik denk dan verder na. Maar ik snap het niet.

In deze tijd, waar het onderwijs beschikt over talloze middelen om het onderwijs aantrekkelijk te maken. Dan zou je toch elk kind datgene moeten kunnen geven wat het nodig heeft?

“Op donderdag vind ik het wel leuk”, vervolgt mijn kleinzoon opeens.
“Dan zit ik in de trajectklas en doen we leuke dingen die moeilijk zijn.”

En zo mag Sven één keer per week 3 uur op niveau werken. Wat is ons onderwijs toch goed!
Sven is echt een kei. Hij schaakt je van het bord af. Speelt zonder moeite gitaar  Hij zet in no-time de moeilijkste toestellen van technisch lego in elkaar. Heeft een woordenschat waar een volwassene trots op zou kunnen zijn. Maar hij krijgt de lesstof, die iedereen moet maken. 

Hoogbegaafdheid in de klas, oh nee!

Zoiets kan toevallig zijn. Maar het lijkt tekenend te zijn voor de kwaliteit van ons onderwijs. Mijn kleindochter zit nu op een (kleine) school, waar ze wel oog hebben voor de individuele onderwijsbehoefte van elk kind. Ze doet het prima. Ze krijgt extra aandacht en wordt positief gestimuleerd.

En dan wordt wel eens gesteld dat kleine scholen het minder goed doen, dan hele grote scholen. Ik weet uit ervaring dat dat niet zo is. Het kind  is bijzonder creatief, heeft een groot ruimtelijk inzicht en een zeer ruime woordenschat. Gelukkig dat ze een juf heeft die haar op juiste waarde schat. 

Maar dan lijkt het wel of er in vijftig jaar niets is veranderd. Ondanks dat in 2014 Passend Onderwijs verplicht werd. 
Oké we hebben internet, een digibord, leren met i=pads, geven vanaf groep 1 Engels en leren kinderen heel veel andere zaken, die er niet toe doen. Alleen maar, omdat de politiek of de overheid dat wil. Een echte pedagogische visie ontbreekt.

“Hé, joh, let eens op!” riep mijn meester kwaad,

Omdat ik even naar buiten keek. Op dat moment waren we klassikaal aan het lezen.
Maar ik zag, hoe een huisvrouw 100 meter verder een kleed bewerkte met een mattenklopper. De klop hoorde ik pas, als ze het ding weer omhoog deed. Zo ontdekte ik dat licht sneller was dan het geluid. En mijn meester sneller bij me was om me een draai om de oren te geven.

Ik leerde een iglo bouwen toen ik vijf jaar was, terwijl ik op school had moeten zijn. Mijn broer en zus, die ijsvrij hadden, trokken me door het hek van de kleuterschool. Samen bouwden we een echte iglo van sneeuw. Dat leerde ik niet op school.

Als een onderwijzer ging uitleggen, viel ik bijna in slaap. Waarom mocht ik al vast niet beginnen met m’n werk?
Had ik m’n rekenwerk af, kreeg ik nieuwe opgaven. Liever was ik aan het tekenen, mijn favoriete bezigheid.

Ik werd soms recalcitrant. Ik merkte dat ik scherp van tong en adrem was. Steeds vaker had ik een weerwoord. Steeds vaker werd ik er uitgestuurd. Leraren konden het meestal niet waarderen, als ik een scherpe analyse had, of een zeer kritische vraag stelde. Voor mij was het de enige mogelijkheid om aandacht te vragen.

Onderpresteren schuld leraar

Nu, 50 jaar later, zijn we mijns inziens nog steeds geen stap verder. Passend onderwijs is nog steeds afhankelijk van de man of vrouw voor de klas. Hoogbegaafde kinderen hebben het nog steeds moeilijk in school. Als je ziet hoeveel aandacht kinderen met leerproblemen krijgen, is het begrijpelijk dat hoogbegaafde kinderen gaan onderpresteren, of er met de pet naar gooien. Juist hoogbegaafde kinderen willen hun plafond verkennen.

Een kind wat letters spiegelt is meteen dyslectisch. Gemakkelijk, toch. Maar misschien doet Pietje dat met opzet. Pietje is namelijk hoogbegaafd en wil gewoon aandacht. Net zo als die andere kinderen, die alle aandacht krijgen.

Mijn oproep aan alle onderwijsgevenden is daarom ook:

  • Let op de kleine signalen, niet iedereen is dyslectisch.
  • Verdeel de aandacht eerlijk over ALLE kinderen.
  • Let vooral stille en verlegen kinderen, ontdek hun mogelijkheden.
  • Durf nee te zeggen tegen alle externe druk, kies voor je leerlingen!
  • Laat hoogbegaafden vooral zichzelf zijn.
  • Een echte juf of meester heeft hart voor haar/zijn leerlingen en kent hun mogelijkheden, zonder dat deze te hoeven worden geregistreerd.
  • Wie dat niet kan, heeft volgens mij voor het verkeerde beroep geleerd. 

Tenslotte

Helaas gebeurt het nog te vaak, dat wat de ene leraar opbouwt en weet te realiseren, de daaropvolgende leraar dat weer afbreekt. Enerzijds komt dat, door slecht overleg. Anderzijds heeft dat te maken met kwaliteit. Niet alle leraren hebben de zelfde hoge kwaliteit in hun pedagogisch en didactisch handelen. Dat zou niet moeten, maar het is helaas zo. Daar ligt de grootste taak van de directeur: vertrouwen is goed, controle is beter. 

Print Friendly, PDF & Email