Hun hebben iets gedaan

Hun hebben iets gedaan

De Nederlandse Taal is een moeilijke taal. Niet alleen Nederlanders hebben er moeite mee. Vaak zie je BN-ers haspelen en klungelen met onze taal. ‘Hun’ hebben iets gedaan, of nagelaten. Gezegden worden verkeerd gebruikt ‘de zanger kreeg een staande ovulatie’ of ‘dat is niet tegen dobermannsoren gezegd’. Laat staan dat een vluchteling de taal snel leert. Toch is het frappant, dat menig buitenlander, soms beter Nederlands spreekt, dan degenen die hier geboren zijn.

Vervoegen van werkwoorden

Gelukkig hebben we in onze taal veel buitenlandse woorden overgenomen. Dat scheelt weer een slok op een boterham. Maar onze taal blijft lastig. Eén van de meest lastige thema’s is het vervoegen van werkwoorden. Dat is door het bestaan van zwakke, sterke en onregelmatige werkwoorden vaak niet te beredeneren.

Vandaag ga ik vliegen, maar morgen is het we vlogen. Dan zou wiegen toch wogen zijn. Maar nee, dat is van wegen. Zou vogen dan van vegen zijn? Nee, want dat is geveegd.
Bij bezoeken is de verleden tijd bezochten. Maar wordt vloeken dan we vlochten? Nou ja, dat komt van vlechten. Toch is beslocht niet de verleden tijd van beslechten.
Als ik vandaag roep, is het morgen riep. Maar poepen wordt geen piep. En ik doop wordt geen diep. Je kind is gedoopt, maar kopen wordt weer gekocht.

’t Is toch raar, zoals het gaat. Ik ga wordt ik ging. Maar ik sta wordt geen ik sting. Dat verandert juist in stond. Maar ik sla wordt ik sloeg en ik krijg wordt geen ik kroeg.
Bij het Oudjaar wordt heel wat gedronken. Maar hinken wordt geen gehonken. En verlinken wordt niet verlonken. Dat is gewoon verlinkt. Zo kan men diep zinken. Red je de Nieuwjaarsduik niet, dan ben je wel gezonken.

Nog raarder en vreemd

Na alle drank en oliebollen heb je misschien wel een kater. Zo heet de mannetjes kat in onze taal. Toch heet een mannetjes rat geen rater. Een vrouwtjes leeuw heet leeuwin, maar een dames spreeuw geen spreeuwin.
Het meervoud van slot voor deze column is toch sloten? Waarom is het meervoud van bot dan geen boten? En meer dan één gat is gaten. Toch is het meervoud van lat geen laten.

Zo blijft onze taal met al die uitzonderingen erg moeilijk. Het schrijven is al een opgave. Toch is het fijn, dat ik het heb besproken. Nee, niet preken, want dan werd het geproken. Dan had u wel heel raar opgekoken. Maar zoals u zeker wel weet ‘Staan de beste stuurlui op de brug!’

Analfabetisme

In de week van het Alfabetisme, tegenwoordig de Week van Taal, word je met de mond op de feiten gedrukt. Dan pas besef je hoe fijn het is, dat je kunt schrijven en lezen. Vandaar het onderstaande gedicht waarmee ik Hun hebben iets gedaan wil eindigen:

Week van taal en lezen

Analfabetisme
mijn harnas
wat ik ontken
gevangen door de taal
speel ik met mensen mee
doe alsof ik mijn bril vergat
schrijf dan niet door mijn pijnlijke arm
stotter om mijn gevangenis dan maar te verbloemen
zo geven zij ongeduldig het dan maar eindelijk op
en haal ik opgelucht adem en denk ‘wat een getob’

(Tientje)

 

Print Friendly, PDF & Email