Koffer vol gedichten en verhalen

Gedichtensite en gedachten over de Veluwe, Wadden en nog meer van mees Peet

Het jaar van corona: 2020

Het jaar van corona: 2020
Gelukkig zijn we aangeland in een nieuw jaar. Het jaar 2021 zal anders zijn dan vorig jaar. Het jaar van corona:2020. Waren we vorig jaar in de ban van dit virus. Dit jaar zijn we in de ban van de prikgekte.

Begin vorig jaar, toen de eerste skitoeristen terug kwamen uit Italië, werden vooral in Brabant velen ernstig ziek. Daarna zorgde carnaval voor nog meer zieken. Uiteindelijk bleek een gevaarlijk virus uit Wuhan de boosdoener.
De IC-s stroomden vol en veel mensen overleden helaas. Duizenden mensen bleken ook besmet te zijn en al snel verspreidde het corona zich als een olievlek over ons land. Het jaar van corona: 2020 begon heftig.

Het jaar van corona: 202o in lockdown

In maart ging ons land in een intelligente lockdown. Het kabinet schakelde het RIVM in en Jaap van Dissel werd een beroemdheid. Irma Sluis werd al snel nog beroemder en vooral geliefder bij het volk. Het OMT (Outbreak Management Team) deed zijn intrede. Diederik Gommers en Ernst Kuipers werden ZBN-ers (zeer bekende Nederlanders).

Al snel ging onze taal met corona aan de haal. De anderhalvemeter samenleving deed zijn intrede. Het zorgpersoneel kreeg een zorgapplaus. Het balkonapplaus werd een hit.

Balkoningsdag was een geweldig feest. Sporters gingen in een eigen bubbel. Het bedrijfsleven kenmerkte zich door vooral thuiswerken en de anderhalvemeter economie.

Menig amateur viroloog deed van zich spreken. Viruswaanzin werd omarmd door complotdenkers, Willen Engel en door #ikdoenietmeermee figuren. Tegenwoordig noemen we die wappies.  
Het ellebooghoesten werd de norm en velen hadden last van hoestgene. Terwijl anderen bewust hoestten, zoals coronahoesters en andere coronahufters.

Het jaar van corona: 2020 en zelfisolatie

Al snel volgden coronaboetes. Kuchschermen hingen opeens overal. Mondkapjes werden verplicht. De triage tent kwam bij ziekenhuizen te staan. Personeel ontving een zorgbonus, maar helaas niet iedereen.

Mensen moesten in quarantaine en zelfisolatie. Het samenscholingsverbod voor meer dan 1 persoon werd ingevoerd en verplichte looproutes in winkels en straten werden gerealiseerd. Overal kwam je ontsmettingszuiltjes tegen.

En nu, nu zijn we in het jaar van nieuwe kansen. Het jaar 2021 wordt het jaar van vaccinatie. De GGD’s zijn er klaar voor. Ja echt waar. Niet alleen zijn er teststraten, maar begin dit jaar kon je ook al vaccinatiestraten in het nieuws zien.

Deze week is de eerste Nederlandse ingeënt. Ene Sanne kreeg het vaccin toegediend, alsof ze een wereldster was. Alle nieuwszenders waren er bij.

je moet mij het eerst prikke, de rest kan stikken

En deze week zijn er tal van organisaties die voorrang claimen bij de vaccinaties. Zorgpersoneel, zeker die van de IC-s gaan voor. Maar ook onderwijspersoneel wil voorrang, evenals de politieagenten en de boa’s. Thuiszorgpersoneel eist ook voorrang.
Misschien krijgen we beelden van bestormingen van GGD-kantoren, of vaccinatiestraten. En schreeuwt men “Ik wil eerst, ik heb voorrang, ikke ikke, je moet mij het eerst prikke, de rest kan stikken”.

Tenslotte dit gedicht:

Prikgekte

Ons land is vergeven van fascinatie
over de eerste Nederlandse vaccinatie,
de prikgekte stijgt een ieder naar het hoofd
voor de realiteit lijken we verdoofd.

Het vaccin is nu opeens de redder in de nood,
helaas gaan er nog steeds onnodig mensen dood,
vanwege losse regels en grenzen verleggen,
of geen mondkapje, waar je niets van mag zeggen.

Derhalve is mijn bubbel nog ff een veilige oase,
want niets is zo gek als die vaccinatie-extase.

De lekkerste oliebollen bakken: oliebollenregistratie

de lekkerste oliebollen koffervolgedichten

Tot vorig jaar bakte ik de heerlijkste oliebollen. Dat was dan natuurlijk met Oudjaar en op Koningsdag. Volgens een oud recept van mijn moeder. Niet op papier, maar gewoon door wat ze me in goed vertrouwen vertelde. Tot vorig jaar ging alles goed. Maar de laatste keer op 31 december ging het helemaal mis. De lekkerste oliebollen bakken: oliebollenregistratie deed me de das om. 

Heerlijke oliebollen van mijn moeder

Mijn schoonzoon kwam op bezoek en zei: “Wat een lekkere oliebollen maak jij. Mag ik het recept?”
Ik antwoordde, dat ik dat gewoon uit mijn hoofd deed, zoals mijn moeder me dat geleerd had.
“Als je nou eens opschrijft wat je er in doet en hoe je ze klaar maakt, dan is dat heel gemakkelijk. Ook voor anderen”, legde hij uit.
Ik vond dat geen gek idee, maar twijfelde wel. Dus maakte ik een soort recept met wat de ingrediënten zijn. Er boven zette ik trots ‘Oliebollenrecept van moeder’.

Toevallig moest ik op 31 december even naar de winkel en vroeg mijn oudste dochter in het beslag te roeren. Maar ze vroeg nadrukkelijk: “Waarmee, hoe en hoelang moet ik in het beslag roeren?”
Dus schreef ik gauw onder het recept precies wat ze moest doen. Er boven schreef ik ‘oliebollen overdracht.

Oliebollen brandvoorschriften

Toevallig kwam de buurman langs. Hij werkte jaren lang bij de brandweer. Hij fronste zijn wenkbrauwen en sprak me vermanend toe: ”Zo te zien heb je lak aan de veiligheidsvoorschriften. Wat doe je als de vlam in de pan slaat? Helemaal als jezelf niet thuis bent?”
Ja, daar had ik nog niet aan gedacht. Dus kocht ik eerst een blusdeken. En liet ik het fornuis checken. Om helemaal zeker te zijn van mezelf volgde ik later nog een EHBO en BHV cursus. Een mooi certificaat prijkte vanaf die dag in mijn keuken.

En zo stond ik ’s middags op Oudejaarsdag eindelijk oliebollen te bakken. Daarbij hield ik me keurig aan alle voorschriften.
Ze waren heerlijk, tenminste dat vond ik zelf. Totdat de overbuurvrouw langs kwam en vond dat ze wel wat luchtiger konden. Toevallig wist ze een cursus voor het bakken van heerlijke oliebollen.

In de weken daarop leerde ik in vijf lessen de heerlijkste bollen bakken. Ik kreeg zelfs een ‘oliebollenbakdiploma’.
Dolgelukkig kwam ik die avond thuis. Ik wist het zeker: mijn oliebollen zullen met oudjaar en Koningsdag niet meer te versmaden zijn.

De lekkerste oliebollen en de oliebollenregistratie

Totdat mijn broer in januari met een soort controlelijst op bezoek kwam. Hij had gehoord dat ik prima oliebollen kon bakken. Hij stelde heel nuchter, waaraan de goede oliebol moest voldoen. Daarbij had hij zich laten leiden door de jaarlijkse AD-oliebollentest. De eisen zijn aldus:

  • de bollen moeten niet te groot en niet te klein zijn
  • van buiten moeten ze bruin zijn en van binnen gaar
  • de temperatuur van de olie moet 180 graden zijn
  • de pan moet een diameter van 25 cm hebben
  • de olie moet plantaardig zijn zonder E-nummers
  • de rozijnen moeten biologisch verantwoord zijn
  • het beslag moet bij 25 graden precies 32 minuten rijzen
  • de afzuigkap moet minimaal 76 cm boven de kookplaat hangen
  • de schoenen, die je draagt, moeten een ruw profiel hebben
  • trek een degelijke schort aan die tevens brandwerend is
  • houdt op een lijst bij, wanneer je de keuken hebt schoongemaakt en waarmee
  • je moet kunnen aangeven, hoe vaak je geroerd hebt in het beslag
  • in elke oliebol moeten evenveel rozijnen zitten
  • tenslotte moet het vetpercentage van elke bol vast gelegd worden

Oliebolleninspectie

Ik dacht, dat hij klaar was. Maar vrolijk ging hij verder: “Je bent ook verplicht om bij deze mensen, hij overhandigde me enkele adressen, te    gaan kijken, hoe zij het doen. We noemen dat oliebollen-consultatie. Daarnaast ben je ook verplicht om een evaluatiegesprek te voeren met iedereen die een oliebol van jou gegeten heeft. Twee keer per jaar krijgt iedereen een rapportage van het oliebollen bakproces. Op die manier kunnen we nieuwe ‘targets’ stellen.”

Mijn broer overhandigde me een stapeltje formulieren om alles volgens de richtlijnen in te kunnen vullen.
Pas toen zag ik zijn speldje op zijn jas met de tekst ‘Oliebolleninspectie’.
“O, ja”, zei hij streng “voordat ik het vergeet, je mag je kinderen niet meer in de keuken laten. Zij hebben geen certificaat.”

Daarna stond hij op om weg te gaan. Bij de deur draaide hij zich om en zei: “Wat ik echt mis, is jouw visie op een goede oliebol. Misschien eens goed om dat in je gezin plenair te bespreken.”

Het werd even groen en geel voor mijn ogen. Ik voelde me niet goed worden.
“Wat een oliebol” dacht ik. Ik wist het zeker: “Ik bak nooit meer oliebollen. Ik koop ze op Oudejaarsdag gewoon bij ‘Crescendo’, het lokale Fanfare corps. Lekker gemakkelijk !” 
De lekkerste oliebollen bakken: oliebollenregistratie, weg ermee!!

Scholen weken dicht: ben woedend!

Scholen weken dicht

Scholen weken dicht: ben woedend aldus veel ouders. Maandagavond kondigde premier Rutte deze als één van de vele maatregelen af. De Lockdown was een feit in ons land. Al snel kwamen de reacties los. Vooral veel boosheid onder ouders, docenten, organisaties en andere groepen. Vijf weken geen school, gewoon schandalig. Scholen weken dicht: ben woedend, aldus deze reaguurders. 

Scholen weken dicht: ben woedend

Toen dit bericht door drong bij scholen, ouders en organisaties bleek dat velen hier niet op zaten te wachten. Het was de zoveelste teleurstelling van ons volk. Eerst al vreselijke rijen bij de Black Friday uitverkopen. Met op de koop toe een toename van besmettingen. Vervolgens het weekend erop nog meer lange rijen voor de winkels en opnieuw een toename van besmettingen.

En dan als klap op de vuurpijl (wat ook niet meer mag) een sluiting van alle scholen tot 19 januari. Veel mensen hadden zo’n sluiting eerder gewild. Maar nu het een feit was, werden velen boos. Hoe kan men zo stom zijn om scholen vijf weken te sluiten. Voor deze mensen, die blijkbaar niet kunnen rekenen, help ik ze graag uit de droom.

Geen 5 weken, echt niet!

Zelf heb ik meer dan 43 jaar in het basisonderwijs gewerkt. Ik weet dus heel goed, hoe dat rond deze dagen op school toe gaat. In de laatste week voor kerst wordt er nauwelijks nog wat serieus gedaan. Geen toetsen, want de rapporten zijn al klaar. Het is veel knippen en plakken en kerstkaarten maken. Of leuke kerststukjes maken van overgebleven groenblijvers. Oefenen voor de kerstviering. Een kerstontbijt ontbrak ook nooit. Dus deze week kun je al niet meetellen.

Dan gewoon twee weken kerstvakantie. Dat hebben ze elk jaar. Dan zijn het nog 10 lesdagen na de kerst tot 19 januari. De eerste dag wordt er ook weinig gedaan. Kinderen moeten toch ook hun verhaal kwijt. Dan is er nog niet eens rekening gehouden met lesuitval door ziekte van het personeel. Tegenwoordig worden de leerlingen dan ook naar huis gestuurd. Veelal gaat het dan nog maar om een dag of 8. 

Als de achterstand door deze lesuitval groot zou zijn, dan is er toch iets mis in ons onderwijs. Of zijn docenten niet in staat om achterstanden weg te werken tegenwoordig? Of is Passend Onderwijs misschien niet zo passend als de bedenkers ervan hadden uitgedacht?

Scholen weken dicht: ben woedend

Eigenlijk is het juist een goed besluit. Het blijkt uit onderzoek, dat juist scholen bijdragen aan een grote verspreiding van het corona virus. Eigenlijk wisten we dat al. Maar het Rijks Instituut voor Misleiding (RIVM) wist het weer beter. Het is ook heel logisch.

Ouders mogen niet meer in school komen. Want dat is veiliger. Ben het daar niet mee eens. Nu staan alle ouders aan het einde van de dag aan de rand van het schoolplein hun kinderen op te wachten: zonder afstand en zonder mondkapjes. Gezellig keuvelend over alles wat de school doet. Of boos met stemverheffing hun ongenoegen verkondigen over alle maatregelen. De aerosolen komen je tegemoet.

Wees creatief

Misschien kunnen scholen ook de grenzen opzoeken, zoals Hema, Action en Wibra probeerden. Gewoon vanaf 4 januari buiten les geven. Of thuisonderwijs in clusters geven bij wisselende ouders. Want kinderen tellen niet mee in de corona groepsgrootte. 

Of doe gezellig en ruil eens je kinderen met anderen. Er is genoeg te bedenken in deze Corona tijd. Wees creatief en niet boos. Er zijn al genoeg slachtoffers

Passend Onderwijs vooral veel bureaucratie

DSC_2914

Tegenwoordig moet alles vast gelegd worden. Of dat nu op papier is, of digitaal. Door de toename van de bureaucratie neemt de werkdruk ook toe. In de praktijk blijkt, dat Passend Onderwijs vooral veel bureaucratie is. En de leerling is de pineut.

Bureaucratie kan worden opgevat als het geheel van administratieve- en overleg taken in het onderwijs. Vooral speelt dit probleem rond de leerlingenzorg. Door de invoering van het Passend Onderwijs zijn er tal van nieuwe taken bij gekomen. Je kunt dan denken aan het opstellen van ontwikkelingsperspectieven en het uitvoeren van de zorgplicht. In het speciaal onderwijs zie je een daling van het aantal leerlingen. Het aantal zorgleerlingen in het reguliere basisonderwijs is echter sterk toegenomen.

Dat is een probleem, zeker als daarvoor geen routines en deskundigheid hebt op de school. Men kan die wel ‘inkopen’ via het Samenwerkingsverband. Dat betekent dat je allerlei formulieren bij je aanvraag moet invullen. Uiteindelijk beslist de PCL of de aanvraag wordt gehonoreerd.  De meeste onderwijsprofessionals geven aan dat deze administratieve taken veel extra tijd kosten.

Passend Onderwijs: papier, papier, papier

Tegenwoordig heeft elke school een boekenkast met protocollen. Of het nu gaat om schaatsen met de klas, het schoolkamp, het begeleiden van studenten, of huiselijk geweld, er is een prachtig protocol voor.
Komt je kind in de zorg rond passend onderwijs terecht, dan begint er een heuse papiermolen te draaien. Of dat nu digitaal is, of op papier, dat maakt geen verschil.

Handelingsplannen, groepsplannen, ontwikkelingsperspectieven, leerlijnen, leerroutekaarten en zo zou ik er nog een paar kunnen opnoemen.
Het maken van al deze plannen en het uitwerken en bijhouden ervan kost heel wat tijd. En er moet er veel overlegd worden. Want je werkt tegenwoordig als leraar niet meer alleen met een leerling. Zo is er de remedial teacher, de intern begeleider, de bouwcoördinator en de zorgcoördinator. Zij moeten ook meepraten en meebeslissen. Oh, ja, de ouders, die zou je bijna vergeten.

Passend Onderwijs: de praktijk

Onlangs had ik een gesprek met een leraar uit groep 6 van ‘De Bokkensprong’ uit Doorn. Meester Jan van Lispelen liet me zien wat hij allemaal moest doen om een kind met adhd te begeleiden in zijn groep van 32 leerlingen.
“Kijk, dit is het dossier van Diederik” en hij toonde me twee dikke ordners vol met papieren, onderzoeken, verslagen, aanvragen etcetera.

Ik was meteen onder de indruk.
“Maar”, zei hij enthousiast, “ik heb gelukkig ook alles digitaal. Voor de zekerheid print ik altijd alles uit, want je weet het maar nooit. Laatst hadden we een storing op onze server, waardoor we drie dagen niet bij onze dossiers konden.”
“Heb je al die papieren nodig?” vroeg ik belangstellend, terwijl ik de ordners eens doorbladerde.
“Nee, ik zelf niet. Ik ken Diederik heel goed. Gewoon een hartstikke leuk kind. Ik weet wat ik aan hem heb. Hij weet precies wat hij aan mij heeft. Daarvoor hebben Diederik en ik die hele papierwinkel niet nodig”, zo legde van Lispelen mij uit.

“Maar waarom doe je dit dan allemaal?”, vroeg ik bijna. Even wachtte hij en keek mij strak aan.
Toen ging hij in op mijn vraag: “Allereerst hebben we de inspectie. Die wil vooral verantwoording zien van alles wat je doet, of niet gedaan hebt. Vervolgens hebben we het Samenwerkingsverband: je krijgt geen ondersteuning, als je niet een hele batterij aan aanvraagformulieren hebt ingediend”.

Passend Onderwijs Kafka-achtig

Van Lispelen nam een slok van de lauwe koffie en vervolgde zijn betoog: ”Onze zorgstructuur vraagt eveneens het nodige. Want zij willen zich eveneens kunnen verantwoorden naar de Inspectie en het bestuur. We leggen bijna elke zucht die we slaken, of scheet die we laten vast.”
“Hoe houd je dit vol en hoeveel tijd ben je er mee kwijt?” vroeg ik verbaasd.
“Och, dat valt best mee, ik besteed ongeveer twee uur per dag aan deze Kafka-achtige routines”, lachte hij me ondeugend toe.
“Maar, ik zou die tijd veel liever besteden aan mijn leerlingen”, reageerde hij fel.

“En weet je wat nu zo raar en rot is? Door al die onnodige taken, die je er bij moet doen, heb ik bijna geen tijd voor m’n eigen kinderen”, sprak hij gewetensvol.
“Mijn kinderen kennen me alleen van de zondag”. En even zakte zijn hoofd in z’n handen.
“Gelukkig zijn mijn vrouw en kinderen geweldig en begrijpen ze me en daar ben ik erg dankbaar voor”.

We moeten nooit vergeten het kind te zien in de leerling

Ik nam afscheid van meester van Lispelen en wenste hem veel sterkte toe. Hij borg de ordners op in een kast, waar er nog dertig stonden.
“En denk er aan”, riep hij me na, “We moeten nooit vergeten het kind te zien in de leerling en niet het dossier!”
Dat was voor mij het bewijs, dat van Lispelen een kanjer was, die alles deed voor zijn groep en niet keek naar etiketten en protocollen. Passend Onderwijs vooral veel bureaucratie, helaas!

Echte topleraren vergeet je nooit

Echte topleraren vergeet je nooit

Wie was je favoriete leraar? Van welke leraar stak je het meeste op? Bijna iedereen is in staat hierop antwoord te geven. Was het die leraar geschiedenis, die zo geweldig kon vertellen? Of de tekenleraar, die jouw talenten ontdekte en stimuleerde daar mee verder te gaan? Of de leraar, die je regelmatig een schouderklopje gaf? Want echte topleraren vergeet je nooit. 

Topleraren waar leerlingen mee weglopen

De topleraren, waar de leerlingen mee weg lopen, dat zijn leraren die niet alleen pedagogisch sterk zijn. Nee, dat zijn leraren die didactisch eveneens het nodige in hun mars hebben. Zij zijn in staat op effectieve wijze les te geven. Zij gaan (en hun leerlingen ook) effectief om met de lestijd. Daardoor lukt het hen om tijd over te hebben voor de zogenaamde ‘leuke dingen’.

Een effectieve leraar is gek op les geven. Hij/zij bezit die passie en straalt dat helemaal uit. Heb je dat niet, dan is het bijna niet mogelijk om effectief les te geven. Kinderen voelen feilloos aan of je ervoor gaat, of niet. Merken ze, dat je om één of andere reden, niet die passie hebt, dan kan een klas je maken en breken.

Een effectieve leraar demonstreert een zorgzame houding. Zo’n leraar raakt niet verstrikt in de hectiek van alle dag, toetsen en externe invloeden. Zij blijven oog houden voor hun leerlingen en hun thuissituatie. Zo’n leraar zegt niet ‘Dat is na schooltijd, of buiten het plein, dus jammer dan’. Maar zulke leraren zijn tevens zeer bekwaam om de balans te bewaren in wat kan, of niet kan, als het gaat om persoonlijke zaken.

 Zo’n leraar kent elke leerling en de leerlingen kennen hem

Effectieve leraren zijn bijzonder goed in staat om te kijken wat een leerling bezig houdt. Zij kennen de persoonlijke interessewereld van hun klas. Ben jij zo’n leraar, dan vind je altijd wel een klik met elke leerling. 

Een effectieve leraar kan ‘Outside the Box’ denken. Jij geeft niet op een standaard manier les. Elke keer op dezelfde manier. Dat is toch vreselijk saai. Jij bent in staat om steeds weer op nieuwe manieren dingen uit te leggen. Wat werkt bij de ene groep/leerling, hoeft niet te werken bij de andere groep/leerling. Jij bent creatief en adaptief als het gaat om lesmethoden. Jij weet alle kinderen te triggeren.

Als effectieve leraar ben je sterk in de communicatie. Jij bent open, duidelijk en best direct. Maar altijd met gevoel en de nodige empathie. Als jij praat met iemand, dan spreekt daar respect uit. Kinderen, collega’s, ouders voelen zich veilig en gehoord. Aan jou hebben ze wat.

Een topleraar heeft niet meer nodig dan zichzelf

 Jij bent als effectieve leraar pro-actief. Natuurlijk ben je goed in plannen en je organisatie. Juist daardoor zie je van te voren risico’s, gevaren en mogelijkheden. Jij denkt dan in oplossingen en kansen. En al helemaal niet in problemen. En een effectieve en topleraar staat boven de stof. Heeft veel kennis en ervaring.

Een effectieve leraar gebruikt diverse media tijdens de lessen. Je gebruikt ze niet omdat dat in is. Je zet ze in op die momenten, waarop ze het beste tot hun recht komen. Maar je beperkt de inzet er ook van. Te vaak een PowerPoint is de doodsteek voor de actieve leerling. Jouw beste mediamiddelen: dat ben je zelf, je mimiek, je stem, je gevoel en uitstraling.

En effectieve leraar daagt zijn leerlingen uit. Zij vragen meer van hun leerlingen dan de gemiddelde leraar. En dat niet altijd met dank van die leerlingen. Zij zijn in staat om leerlingen goed te laten presteren, mede omdat zij hoge verwachtingen hebben. Pas als we ouder zijn, herinneren we ons deze topleraren.

Een effectieve leraar staat altijd boven de stof. Zij zijn in staat onderwijs te geven op een manier, die bij de leerlingen past. Zonder schijnbaar enige moeite kunnen ze inspelen op de individuele behoefte van de leerlingen. Zo’n leraar lijkt wel een jongleur. Alles onder controle, niets gaat mis en hij beheerst de techniek tot in de puntjes.

Echte topleraren vergeet je nooit

Een effectieve leraar, of topleraar word je niet zo maar. Zoiets gaat niet vanzelf. Je moet open staan voor goede adviezen en nieuwsgierig zijn naar nieuwe ontwikkelingen en mogelijkheden. Je dient kritisch naar je zelf en jouw handelen te zijn. Maar daarnaast moet je de drive en de passie hebben om het onderwijs tot een waar feest te maken, zowel voor je leerlingen, als voor jezelf. De effectieve leraar doet recht aan zijn leerlingen en aan zichzelf. En durft fouten toe te geven en kan zich kwetsbaar opstellen. Echte topleraren vergeet je nooit. 

Kijk ook eens naar mijn onderwijs gedichten.

Sinterklaas Intocht 2020

sinterklaas intocht 2020

Sinterklaas Intocht 2020 is anders dan in andere jaren. Om iedereen tegemoet te komen in de discussie rond Zwarte Piet, zou de steun en toeverlaat van Sinterklaas met zwarte vegen geschminkt kunnen worden. Dan ontstaat de zogeheten Roetveeg Piet. Zelfs zag ik al witte en andere gekleurde pieten bij de Sinterklaas Intocht 2020. Door de corona was alles al op een geheime plaats opgenomen.

Opnieuw wordt in diverse media ingegaan op de vroeger niet bestaande problematiek rond de rol van Zwarte Piet. Het lijkt een nationaal probleem te worden, waarbij een zeer kleine groep buitengewoon vasthoudend is. KZOP en andere broeders en zusters, die hetzelfde geloof aanhangen, blijven demonstreren. Ook tegen de roetveeg en andere gekleurde pieten.  En dat terwijl er in de wereld zich grote rampen afspelen. Waar blijft de tijd?

Winkels en Sinterklaas

Bepaalde groepen en ondernemers gaan echter mee met de fanatiek protesterende minderheid. Zo maakte de HEMA vorig jaar bekend geen zwarte pieten meer af te willen beelden in hun winkels. Zelfs is men van plan om de chocolade pieten niet meer te verkopen. Het lijkt me verstandig dat de HEMA (=Hollandse Eenheids Markt) de naam verandert. Hollandse zou verkeerd opgevat kunnen worden door allochtonen, met dien verstande dat alleen autochtonen daar hun boodschappen en rookworsten mogen kopen. Misschien beter dat het UEMA wordt (Universele Eenheids Markt). Dan stoot men niemand meer voor het hoofd.

Nog beter lijkt het me dat deze winkelketen gewoon van het toneel verdwijnt. Maar dan vind ik dat chocolade letters ook niet meer kunnen, dat lijkt me een belediging voor analfabeten. Ook DUPLO haalt de populaire Zwarte Pietjes uit het assortiment. Daardoor staat de Sint er helemaal alleen voor. Best triest. Bol.Com heeft ook geen zwarte pieten meer. Ja, zelfs in bibliotheken zijn de boeken met de zwarte piet verdwenen.

Anti-Piet demonstranten

De betogers, die tegen Zwarte Piet zijn en vooral in Amsterdam wonen, laten nog steeds van zich horen. Wekelijks staat men te protesteren in allerlei steden in ons land. Maar gelukkig is Amsterdam niet het gemiddelde van Nederland. Zeker 70% van onze bevolking is het met deze pressiegroep totaal oneens. Dit jaar, terwijl er helemaal geen intocht is vanwege corona, blijven deze groepen van leer trekken tegen het feest.  Tegendemonstranten maken er een dagje uit van. 

Wel is het jammer dat er officiële instanties zijn die ook nog olie op het vuur gooien en zich wel kunnen vinden in deze protesten, zoals Ineke Strouken. Het is triest dat deze vrouw zich zo laat manipuleren. Blijkbaar heeft ze een trauma over gehouden van het Sintfeest in haar jeugd. Of misschien heeft ze met de roede gehad, of moest ze mee naar Spanje. Nee SInterklaas Intocht 2020 is niet meer zoals het was. 

Gekleurde Pieten en roetveeg Pieten 

Daarnaast gingen er stemmen op om Zwarte Piet te vervangen door een zogenaamde Roetveeg Piet, een niet opgemaakte Piet met roetstrepen op zijn gezicht als verwijzing naar het feit dat deze knecht door de schoorsteen kruipt. Alsof dat kan. Zelf vind ik dit weer discriminerend, want al snel ligt de verbinding naar roetmop. En dat is ongepast.
Anderen vinden gekleurde Pieten een oplossing: paarse, gele, bruine, groene, blauwe en rode Pieten zouden in het gevolg van Sint moeten komen.
Maar dat stuit volgens mij op nog meer bezwaren:

  • Paarse Piet: volgens mij één die het erg benauwd heeft  IMG_0957
  • Gele Piet: een vieze piet, daar wil ik niet eens aan denken
  • Bruine Piet: deze trek ik gewoon door
  • Groene Piet: een piet die kotsmisselijk is en op ’t punt staat te gaan overgeven
  • Blauwe Piet: teveel gedronken of familie van de smurfen
  • Rode Piet: piet die zich schaamt zo mee te moeten lopen
  • Witte Piet: piet die al lang dood is

Sinterklaasliedjes

Helaas staan nu ook deze leuke en aloude liedjes ter discussie. Zo zou Zwarte Piet, of Piet vervangen moeten worden door ‘medewerker’, of collega. Dus ‘Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht’ wordt dan ‘Sinterklaasje kom maar binnen met je medewerker, want we zitten allen achter de versterker’. En ‘Dag Sinterklaasje, dag dag dag Zwarte Piet’ wordt dan ‘Dag Sinterklaasje, dag dag dag beste Piet, dag Sinterklaasje, dag dag luister naar ons afscheidslied’.
Maar wat doen we met ‘Sinterklaas Kapoentje’? Een kapoen is een gecastreerde haan. Da’s pas erg. Dit is echt iets wat niet meer kan in deze tijd van dierenleed. Zoiets zou juist verboden moeten worden.

De Zak van Sinterklaas

Het lijkt me beter dat Zwarte Piet blijft en dat Sinterklaas zich eens duidelijk uitspreekt over wat  hij wil. Tenslotte loopt hij het langst op onze aarde rond en bezoekt hij ons land al sinds 1850. Ik ben er dan ook een groot voorstander van dat de roe en de zak weer worden ingevoerd door de goedheiligman. Het wordt tijd dat Sint de koe bij de horens vat, of liever gezegd uit een ander vaatje tapt en uit de kast komt, zodat hij laat zien waar hij voor staat.

Ik kan me voorstellen dat de HEMA bijvoorbeeld in de ban wordt gedaan (Sint koopt er niets meer). Dat geldt dan ook voor andere winkels, die de Sint duperen.
Ook  kunnen we  eens vaker demonstreren voor zaken die er toe doen, zoals bijvoorbeeld het onderdrukken en verjagen van bepaalde bevolkingsgroepen op deze wereld, het vernietigen van de flora en fauna op onze planeet; of men kan er voor kiezen in de zak te worden gestopt en mee genomen te worden naar Spanje, alwaar men geheel op zich zelf de boontjes moet doppen.

Ondanks de hele heisa rond Sinterklaas, hoop ik dat de scholen en de leerlingen op 5 december een geweldig Sinterklaas feest kunnen vieren. Wij gaan zelf in ieder geval met kinderen en kleinkinderen er een gezellig Sinterklaas feest van maken. Zwarte Piet is bij ons nog steeds van harte welkom is, want wij zijn wel gastvrij. Nu stop ik en ga ik een bruine boterham eten en drink ik een kop zwarte koffie met een lekkere moorkop erbij, of vindt iemand dat soms racistisch? Of is dat tegen BLM?

 

Derde Groot Dictee der Nederlandse Taal 2020 vanuit Utrecht

Groot Dictee der Nederlandse TaalDit jaar was het weer raak: het Derde Groot Dictee der Nederlandse Taal vanuit de nieuwe bibliotheek te Utrecht. Gerdi Verbeet las dit keer het dictee voor. Helaas zien we dit tumultueuze gebeuren niet meer voor de televisie. Dat is jammer, ja zelfs een taalkundig verlies voor ons land. 

Zelf heb ik ook een keer mee gedaan aan een dergelijk gebeuren. Niet dat ik mezelf had opgegeven. Nee, op aandringen van een aantal collega’s. Het was georganiseerd door de Rotaryclub Veenendaal en nog een aantal gulle gevers, zover je daar van kon spreken. Een groot aantal deelnemers had zich er voor opgegeven. 

Het doel van een dergelijk dictee is, dat de deelnemers foutloos opschrijven wat de voorlezer uitspreekt voor zijn toehoorders. Je zou denken, dat het gaat om taalvaardigheid, maar niets is minder waar: het gaat vooral om een foutloze spelling. Degene met de minste fouten mocht zich de beste speller, of taalpurist van Veenendaal noemen.

Op onverklaarbare wijze en een fles wijn had ik me laten overhalen om mee te doen, een vriendelijke geste van één van mijn oud-collega’s. En daar zat ik dan, te midden van andere gelukkigen, geflankeerd door onze algemeen directeur en drie collega-directeuren.

Groot Dictee der Nederlandse Taal begint

In de hal van de plaatselijke scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs, waar het zweet van de pauzerende pubers nog na ‘galmde’, stonden zo’n zeventig leerlingen setjes in strakke rijen geplaatst met in de rechter bovenhoek een nummer geplakt. Op de door passers beschadigde bladen lagen de te beschrijven proefwerkbladen en ballpoint al klaar, uitnodigend voor de steeds zenuwachtiger worden deelnemers. Tenslotte wenste niemand af te gaan.
Een combo produceerde harde jazzmuziek om de deelnemers te vergasten op een warm onthaal. De kruisen en mollen geselden mijn trommelvliezen.

Precies om acht uur werden we gesommeerd onze plaatsen in te nemen. Ik keek eens rond en zag het gemêleerde deelnemersveld: jonge scholieren, mannen in een keurig pak, vrouwen van middelbare leeftijd en pokdalige pubers. Daarna nam ik plaats achter tafeltje nummer 30 en voelde hoe aan de onderkant de kauwgom zich in de voorbije jaren had opgehoopt tot een bijna prehistorische stalagtiet.

Een keurig uitziende man posteerde zich achter de lessenaar en begon met de bril half op zijn neus gewichtig de uitleg van het dictee voor te lezen. Toen er geen vragen bleken te zijn vanuit de deelnemers, stak hij van wal. De zinnen werden in een rustig tempo, bijna overdreven goed gearticuleerd voorgelezen. Soms hakkelend, maar zich dan weer gauw herstellend, overzag hij als een veldheer ‘zijn’ zaal met zwoegende deelnemers.

Spiekende algemeen directeur zoekt steun

De sfeer kreeg steeds meer iets van een belangrijk examen. Zelfs de burgemeester, die voor mij zat, deed zijn uiterste best. Vooral bij moeilijke woorden zag ik zijn rug krommen, alsof hij Alpe d’Huez moest beklimmen.

Slechts het geronk van de koffie- en snoepautomaten verbraken de stilte.
Enkele surveillanten slopen als roofdieren rond het zwoegende deelnemersveld.

Mijn voormalig algemeen directeur probeerde een een-tweetje met mij, zodat hij ook wist hoe je bepaalde moeilijke woorden moest schrijven. Maar ik had geen behoefte aan een sidekick.

Uiteindelijk konden we onze pen neerleggen en vergenoegd of panisch achterover leunen. Even ontstond er nog paniek onder een aantal deelnemers over het woord 55-+. Of was het 55-plusser, of toch vijfenvijftig plusser? Als 63+’er zat ik daar niet meer mee.
Het was een bijzonder verhaal met vooral veel moeilijke woorden. Degene die de meest bizarre, meest ongebruikelijke en meest nutteloze woorden uit het jongste Groene Boekje uit zijn hoofd geleerd had, werd waarschijnlijk de winnaar. Ik was dat in ieder geval niet. En daar was ik niet rouwig om.

Eloquente schoonzoon en gehypete hond

Mijn vrouw hoort me al zeggen: dat ik de geëxalteerde talkshow van Paul en Witteman redelijk waardeer. Of dat haar hapjes van exquise kwaliteit zijn. En mijn kleinzoon zal me waarschijnlijk een schop geven, als ik zeg dat hij eloquent is. Kan ik meteen eens tegen mijn postbode zeggen, dat zij niet zo dedaigneus moet doen en dat zij wat moet doen aan haar peroxide blonde kapsel, want een dergelijke gehypete vertoning kan mijns inziens niet meer voor PostNL. Nee, dan kijk ik liever naar mijn pico bello gestylede Tibetaanse terriër en zeg ik gewoon dat ‘ie braaf is. 

Page 1 of 5

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén

We use cookies to personalise content and ads, to provide social media features and to analyse our traffic. We also share information about your use of our site with our social and analytics partners.  You find the privacy policy in the footer.

View more
Accept
Decline