IMG_20210608_140917700

In het onderwijs kennen we ze allemaal wel. De goede leraren, de meesters en juffen, die je wat echt bijbrengen en de onderwijsgevenden, die geen orde kunnen houden. Dit verhaal gaat over een bijzondere man: De Schriftgeleerde die geen grapjes kent. 

“Goeden middag jongelui”, klonk het langzaam en deftig, terwijl de deur van het klaslokaal traag open ging.
Vol verwachting keken we allemaal gespannen vanuit onze banken naar de nieuwe godsdienstleraar.
Tot dan hadden we nog geen enkele voorstelling kunnen maken van de opvolger van meneer Swaanstra, die ons tot nu toe altijd eens per week onderwezen had in al dat gene wat tot de identiteit met een hoofdletter van onze school behoorde. Maar wegens zijn pensioengerechtigde leeftijd moest hij stoppen.

De Schriftgeleerde die geen grapjes kent 

Een mager bebrild manspersoon met een kapsel uit de jaren zestig trad statig binnen. Even bleef hij staan, terwijl de loodgrijze ogen vanachter de dikke brillenglazen over onze hoofden dwaalden, alsof hij ons persoonlijk even taxeerde. Dan liep hij verder. Zijn leren schoenen maakten bij elke stap een zacht krakend geluid.

Stram nam hij plaats achter de lessenaar, legde zijn leren aktetas er op en plaatste toen plechtig de beide handen op het bovenblad.
Even wachtte hij. Dan begon hij met een zalvende stem te spreken: “Jongelui, ik ben jullie nieuwe godsdienstleraar.”
We luisterden aandachtig. Niemand durfde zich te roeren in de anders zo rumoerige klas.

” Mijn naam is Van Stipthout. Ik wens graag aangesproken te worden met mijnheer”, klonk de bijna metaalachtige stem. Hierbij hief hij zijn magere rechterhand enigszins bezwerend omhoog. 
We zwegen en stemden dus toe.

Ik duld geen tegenspraak ……

“Mijn voorganger, niets dan goeds over hem, heeft een nogal licht programma gevolgd. Dat zal met mij anders zijn. Ik houd van degelijkheid en kwantiteit!”, hierbij fronste hij zijn donkergrijze wenkbrauwen. Even zweeg hij.
“Ik duld geen tegenspraak en eis jullie medewerking en inzet, dit tot meerdere glorie van ons allen”, sprak hij gedreven.

Zijn wat vale kleren en gekreukeld overhemd verhulden een mager lichaam. Gevoegd bij de bleke huidskleur, toonde aan dat Van Stipthout weinig buiten kwam. Blijkbaar vond hij meer vertier in het bestuderen van oude teksten, geschriften in vreemde talen en allerlei vertalingen van profeten en schriftgeleerden.

De teksten vlogen het lokaal in

“Pak allemaal je boek voor je en wel op pagina 147”, vervolgde hij.
En zo begon zijn betoog over de remonstranten en contraremonstranten. Hoewel hij zo nog een half uur door ging, luisterden slechts weinigen naar datgene wat hij te zeggen had. Zelf tekende ik in de marges van mijn lesboek allerlei karikaturen van onze docenten. Af en toe keek ik quasi geïnteresseerd naar Van Stipthout. De ene na de andere tekst ‘vloog’ het lokaal in. 

Pas toen de bel ging, die het eind van dit lesuur inluidde, kwam er een eind aan zijn betoog. Maar voordat we weg konden naar onze volgende les, klonk zijn stem ijzig en een bijna hatelijk: “Voor volgende week leren jullie allemaal de hele Heidelbergse Catechismus.”
We dachten dat het een grapje was.

“Dat hele boek?”, vroeg ik voorzichtig.
“Ja zeker . Dat heb je goed begrepen Van Brederode”, reageerde Van Stipthout geïrriteerd. 

Een week later merkten we, toen we een toetsblad met 50 vragen over de Heidelbergse Catechismus onder onze neus geschoven kregen, dat van Stipthout nooit grapjes maakte.

Print Friendly, PDF & Email