Een bezoek aan de schoolarts

Een bezoek aan de Schoolarts is altijd de moeite waard. Kent u ze ook? Van die alleswetende en neerbuigende figuren die op een universiteit jarenlang, vaak te lang, over hun studie medische wetenschappen hebben gedaan?

Zulke figuren die na tientallen sollicitaties en bij gebrek aan financiële middelen en relaties het nimmer lukt een eigen praktijk te beginnen in een of andere nieuwbouwwijk of achter gebleven plattelandsgebied? Schoolartsen zijn van die figuren.

Een bezoek aan de schoolarts is de moeite waard

Een paar maal in de loopbaan van een basisschoolleerling kom je als ouder ze tegen. Meestal is dat dan de moeder. Als het de vader is kijkt men al bedenkelijk of niet begrij­pend. Het hele gebeuren doet mij vaak denken aan een vorm van werkverschaffing, waarbij je af en toe nog het geluk hebt dat er wat ontdekt of gedaan wordt.

Het begint trouwens al met de oproep. Een onooglijk kaart­je met daarop naam, adres, geboortedatum van het te onderzoeken kind en de tijd waarop men geacht wordt aanwezig te zijn. Maar zelfs dat laatste is niet direct verplicht.

Op de achterkant wordt aangegeven wat er zoal moet worden meegenomen: een trouwboekje, inentingskaarten, terwijl de meesten toch niet direct de grens over gaan, een fles ochtendurine en andere belangrijke zaken, waaruit de specialist kan afleiden wat het kind allemaal zou kunnen manke­ren. Eventuele protheses mogen meegenomen worden.

Een bezoek aan de schoolarts 1986

Zo ging ook mijn vrouw eens naar de rondreizende ‘Albert Schweizer’. Die ochtend had Anke Kyra goed verschoond. Het meisje zag er blozend uit. Ze had haar de opdracht gegeven niet meer, of zo min mogelijk te bewegen. Tenslotte wilde zij als ouder ook een keurige indruk maken.
Die ochtend had Anke Kyra op tijd naar school gebracht en haar nog eens bij het afscheid nemen overtuigd om vooral schoon te blijven. Nou was Kyra toch niet zo’n wildebras, dus dat zou wel los lopen.

Maar tot de tijd van het onder­zoek zou ze haar dochter moeten toevertrouwen aan de zorg van de leerkracht. En dat valt dan op zo’n dag niet echt mee. Uiteindelijk was het ongeveer 10.00u. En Anke besloot haar dochtertje uit de klas op te halen. Nadat ze op de deur geklopt had en een zware stem “Binnen” riep, deed ze de deur voorzichtig open, om vooral maar niet te storen en vroeg ze vriendelijk aan de lesboer achter het bureau: “Mag ik Kyra even mee hebben voor de schoolarts?”

Hij kijkt in je onderdroek

De andere leerlingen schoten enigszins in de lach, want de meesten waren al aan de beurt geweest.
“Pas op”, riep er één ondeugend, “Die dokter kijkt in je oren en in je onderbroek.
” Met het schaamrood op de kaken troonde Anke haar spruit mee en ze hoopte dat Kyra die laatste opmerking niet gehoord had.

Toen ze beiden beneden waren namen ze plaats op twee kunst­stof stoelen. Deze waren speciaal daar voor neergezet. Strategisch goed doordacht, want in noodgevallen kon je of zo naar de wc, of zo naar buiten vluchten.
“Altijd handig”, dacht Kyra bijna hardop.
Ondertussen bekroop een lichte vorm van examen­vrees mijn vrouw: “Zal ik slagen als ouder? Vertelt mijn kind geen gekke dingen?”

Maar plotseling werd ze wreed verstoord door de harde werkelijkheid: De deur van het onderzoekskamertje ging open en er kwam een andere moeder en haar kind schoorvoetend naar buiten.
Van uit de in schemer gehulde kamer klonk ietwat bekakt: “De volgende.”

Schoorvoetend duwde Anke haar oudste dochter naar voren het kamertje in.
“Dag mevrouwtje. Gaat u maar zitten”, klonk het lichtelijk geaffecteerd vanachter het door de dokter geannexeerde bureau. “En wie hebben we daar?” vroeg de medicus pseudo-kind­vriendelijk.
“Dat kunt u toch zien op het kaartje, of kunt u niet zo goed lezen”, klonk het verontwaardigd uit de mond van haar kleine meid.

“Nou, nou, jij bent niet op je mondje gevallen”, reageerde de arts gevat.
“Jawel”, zei Kyra voordat Anke had kunnen reageren, “Laatst nog. Toen viel ik van de trap af. Toen had ik blauwe plekken. Zielig, hè?”
“Ach, wat vervelend”, antwoordde de arts en keek Anke bedenkelijk en wat achterdochtig aan.

Mijn moeder doet altijd de was

Gelukkig ging hij nu aan het echte onderzoek beginnen. Zo werd het kind gewogen gemeten, beklopt, geknepen, betast. En dat allemaal straffeloos. Eigenlijk toch te gek, zo’n vreemde die aan je kind zit.
Uiteindelijk waren alle gegevens vastgelegd en alle apk controlepunten doorgenomen. Toen vond de medicus het nog nodig allerlei intieme vragen te stellen over school, thuis, vriendjes, vriendinnetjes, ruzies, buikpijn en dergelijke.

“Wat doet je moeder”, vroeg hij terloops aan Kyra.
Zonder na te denken antwoordde ze doodeerlijk: “Mijn mamma werkt. Ze doet altijd de was.”
“Zo”, zei de arts en bekeek Anke nog nauwkeuriger.
“Ben je wel eens verdrietig?” was de volgende vraag.
“Oh, ja”, zei Kyra, “Eigenlijk best vaak”.
“Vertel”, sprak de ‘spuit’ direct tot haar en greep potlood en papier.
“Nou, toen onze zebravinkjes dood gegaan waren. En toen de haren van Opa naar de Hemel gingen. En….. toen de hond van onze buren het niet meer deed en begraven werd. Maar ook vond ik het heel zielig toen er een arm van mijn pop kapot was”, bekende ze alsof haar leven ervan af hing.

Uiteindelijk leek de nieuwsgierigheid van de arts te zijn bevredigd en sloeg hij de map met gegevens dicht.
“Nog even een klein testje en we zijn klaar”, deelde hij Anke mede.” Meisje, spring eens op deze tafel”. En hij wees daarbij naar een tafel met een hoogte van 80 cm., gemeten vanaf de grond. Het kind keek hem ongelovig aan en richtte haar blik toen smekend naar haar moeder, alsof ze wilde aangeven dat de arts het onmogelijke vroeg.

“Toe, maar, lieverd. Probeer het maar”, zei Anke liefdevol.
Tenslotte raapte Kyra alle moed bijeen, nam een kleine aanloop, waarbij ze bijna over haar eigen benen struikelde en sprong tegen de tafel aan. En daar hing ze, als een worst aan een haak. Haar handjes klemden zich aan de rand, terwijl haar toen nog te korte beentjes in de lucht bungelden.

Dat is niets, haar motoriek is slecht

“Dat is niets. Haar motoriek is slecht”, sprak de medicus bikkelhard. Anke hoorde deze conclusie met stijgende verba­zing aan en zei toen: “Man, je bent niet goed. Die tafel is veel te hoog voor een kind van die lengte. U kunt toch ook niet vanaf de grond in één keer op een tafel springen van twee meter hoogte. Of wel soms?”

De man schrok zichtbaar en probeerde zich te verontschuldi­gen. Maar daarvoor was het te laat. Resoluut nam Anke Kyra bij de hand en zei boos: “Wij gaan. Onze tijd is kostbaar. Kostbaarder dan die van u.”
Verbaasd de dokter achterlatend in de ingepikte stoel van school stapte ze het kamertje uit. Terwijl ze met haar moeder meeliep. draaide Kyra zich nog één keer om en zei ten afscheid: “U hebt een gekke kop. Jammer voor uw mamma.”

Wat de arts toen dacht kon Anke niet meer van zijn gezicht aflezen. Daarvoor was haar snelheid te groot.
In het eindgesprek van de arts met de leerkracht was ze er echter niet goed afgekomen, zo bleek uit latere contacten met de desbetreffende leerkracht. Maar goed. Tenslotte kan niet iedereen arts worden. Een bezoek aan de schoolarts is altijd de moeite waard.

Kijk hier eens naar mijn onderwijsgedichten.

Print Friendly, PDF & Email