stoffige onderwijs geheimen
Laatst had ik eindelijk eens wat tijd om van alles op te ruimen. Je zult misschien zeggen: “Hoe kan dat nou? Zoveel vrije tijd heb je tegenwoordig als onderwijsgevende toch niet meer.”
Nee, het was ook heel bijzonder. Want ik ben gepensioneerd. Daarom zijn de stoffige onderwijs geheimen van vijftig jaar geleden het vermelden waard

Maar goed. Ik was bij mij thuis de zolder aan het opruimen. Ik stuitte daar op een grote doos met allerlei spullen van zeker vijftig jaar geleden. Er zat van alles is: een oud leerplan (dat in die tijd alleen veranderde, als men een nieuwe methode aanschafte) van slechts 10 pagina’s; een oud schriftje met de gegevens van de teldata; een schrift met verslagen van de teamvergadering (die werd 1 of 2 keer per jaar gehouden); een schrift met de besteding van de gelden voor leer- en verbruiksmiddelen.

Tenslotte vond ik nog een cahier dat blijkbaar was gepromoveerd tot weekagenda. Hierin stond per dag vermeld, wat het hoofd der school zoal deed naast zijn gewone werk als groepsleerkracht.

De werkweek vijftig jaar geleden

Van maandag tot en met zaterdag werd er lesgegeven. Elke dag van 8.30u. tot 11.45u. en van 13.45u. tot 15.30u. ’s Woensdags- en zaterdagmiddag hadden de kinderen vrij. Af en toe kwam er een leverancier met slechts één aktetas aan de deur.
Soms werd er opgebeld. Dan rinkelde de zwarte bakelieten telefoon in de klas van het hoofd. Lesgeven aan zo’n 40 tot 45 leerlingen was normaal.

Orde en netheid stonden hoog in het vaandel. Enkele cactussen en vetplanten trachtten de huiselijkheid in het lokaal te bevorderen.
Eén keer per jaar kwamen de Kinderzegels, Sinterklaas en Piet, de schoolarts en de tandarts. Ook kregen de kinderen eens per jaar een filmvoorstelling op zolder. De ene keer ‘Jantje in Dromenland’, het andere jaar een stoterige film over een als egel uitgedoste marionet.
Het leukste vonden wij, leerlingen, als de films achteruit werden teruggespeeld. Dan gierden we het uit.

De harde realiteit van stoffige onderwijs geheimen

Pleinwacht was er niet. Het team dronk in de pauze gezamenlijk koffie. De meeste leerkrachten rookten voor de klas. Regelmatig mocht een leerling zelfs naar de sigarenboer om een pakje sigaretten te halen voor zijn of haar meester.

’s Zomers werd er op het plein wel eens gevolleybald door het team. Het was niet alleen spannend om te zien, maar ook heel komisch: je meester in een te lange korte broek met daaronder een paar ultra witte benen.
Bij ziekte van een collega werd het hoofd niet geplaagd door vervangingsfondsen, invallijsten, wachtgeldverplichtingen en dergelijke. Nee, de kinderen werden naar huis gestuurd.

“Ik moet jullie iets vervelends vertellen”, sprak het hoofd dan tot de desbetreffende klas.
“Jullie meester is ziek. Dus gaat allen naar huis.”
Een gejuich was meestal het gevolg. En met wat leedvermaak naar de anderen zwermden de leerlingen uit, in groepjes of alleen.

Geen Formatieplan,  Schoolwerkplan of Nascholingsplan. Laat staan een  Strategisch Beleidsplan, of Personeelsbeleidsplan. Functioneringsgesprekken en Beoordelingsgesprekken bestonden helemaal niet. Het personeel werkte gewoon hard.

Werkvergaderingen, commissiebijeenkomsten, werkgroepen en cursussen waren helemaal niet nodig. Onze voorgangers moesten het allemaal alleen doen. Wat wisten ze toch weinig.

Tegenwoordig is alles beter? Vergeet het maar.

Nee, er is veel veranderd. Maar of dat ook tot verbeteringen heeft geleid betwijfel ik. Kijken we naar de essentie van ons werk, dan gaat het maar om één ding: het begeleiden van elk kind in zijn groei naar volwassenheid. Dat vraagt niet om stapels papier, maar om inzicht, liefde en realiteitszin.

Juist de bedrijfsmatige aanpak van het onderwijs is funest voor de leerlingen en leraren. Al het geld, dat opgeslokt wordt door managers, bestuursgebouwen en het middenmanagement kan vele malen beter besteed worden. Namelijk aan de leerlingen zelf en de leraren.  Stoffige onderwijs geheimen van vijftig jaar geleden kunnen je ogen openen.

Print Friendly, PDF & Email