Gedichten en gedachten over de Veluwe, Wadden en Natuur van Dichter bij de Natuur

Label: kinderen Pagina 1 van 4

9 Dingen die goede leraren nooit doen

9 Dingen die goede leraren nooit doen

Misschien is het wel mosterd na de maaltijd: 9 Dingen die goede leraren nooit doen . Als leraar ben je de regisseur en directeur van een groep leerlingen. Jij krijgt en draagt alle verantwoordelijkheid die daar bij hoort.

Daarmee krijg je een zekere mate van gezag. Dat gezag heb je nodig. Maar dat gezag kun je eveneens zo verspelen. Deze misstappen voor de leraar kun je voorkomen. Realiseer je, dat we allemaal wel eens zo’n blunder hebben begaan. Als je dat beseft, is het gelukkig mogelijk om je handelen als leraar weer op de rails te krijgen.

9 Dingen die goede leraren nooit doen.

1. Gebruik alleen de methode
Als je alleen les geeft door nauwgezet de methode te volgen, dan doe je je leerlingen te kort. Maar dat is niet alleen saai voor hen. Je bewijst je leerlingen hiermee een slechte dienst.

Gebruik je alleen het boek, dan zullen ze heel veel missen. Leerlingen willen graag oefenen, ontdekken en experimenteren. Ze leren juist van jouw kennis en ervaringen.

Uiteindelijk is een boek gewoon een gids met suggesties. Het is de kunst om een verbinding te leggen tussen hetgeen in het boek wordt beschreven, de realiteit, jouw kennis en ervaring en de belevingswereld van de kinderen.

2. Zorg dat je te laat komt

Je wilt graag, dat je leerlingen allemaal op tijd komen. Je kunt het dan niet maken zelf te laat te komen, omdat jij wel hun voorbeeld bent. Wat je van je leerlingen verwacht, moet jezelf kunnen tonen.

Te laat komen heeft nog andere nadelen. Je mist tijd voor de eigen rustige start van die dag. Je mist het contact met je collega’s en je mist het persoonlijke contact met de leerlingen bij de start van de dag.

3. Zittend lesgeven kan best

Een leerkracht, die veel zit, wordt wel eens luiheid en desinteresse verweten. Natuurlijk zijn er uitzonderingen (ziekte, blessure). Maar lesgeven vanuit je bureaustoel kan echt niet.

Als je wat uitlegt, zorg dan dat je voor je groep staat. Loop door het lokaal en maak echt contact met de groep en individuele leerlingen. Zijn de leerlingen aan het werk, loop dan ook door de klas en help, waar het nodig is.

4. Kinderen uitlachen

Het mag duidelijk zijn, dat je nooit een kind moet uitlachen. Of nog erger: een leerling voor schut zetten. Dat is een pedagogische doodzonde. Een onschuldige grap van jou, kan een kind juist veel pijn doen. Wees daarin eveneens een goed voorbeeld voor je leerlingen.

Je dient als opvoeder en onderwijsgevende oprecht en integer te zijn. Daarentegen is het een groot talent, als je in staat bent om op een juiste wijze humor te gebruiken in jouw klas tijdens de lessen.

5. Een favoriete leerling hebben

Het is verleidelijk bepaalde leerlingen meer (positieve) aandacht te geven dan andere leerlingen. De sportieve leerling wordt b.v. meer gewaardeerd, dan de ‘stijve’ leerling met gym.

Maar onthoudt, dat elke leerling jouw aandacht en zorg nodig heeft. Je kunt het niet maken, de ene leerling meer aandacht en complimenten te geven, dan de andere leerling.

6. Eten, mobiele telefoon voor de klas

Een kopje thee, of koffie drinken voor de klas? Tuurlijk mag dat. Maar doe het dan, als de kinderen wat drinken, of eten. Mogen de leerlingen hun smartphone tijdens jouw uitleg, of les gebruiken?

Waarschijnlijk niet. Doe het dan zelf ook niet. Een goed voorbeeld doet goed volgen. Je kunt best een paar uur zonder.

7. Je geduld verliezen

Het tonen van een sterke negatieve emotie is één van de ergste dingen, die je kunt doen. Ultieme kwaadheid over een leerling, of groep uit je niet in de klas. Gebeurt dit echter vaker, dan kan dat rampzalig zijn. Je bent voor altijd de band met je groep kwijt.

Misschien is het beter om bij een opkomende boosheid even een time-out te nemen. Gewoon even een korte pauze voor jou en de groep? Houd jezelf altijd in de hand.

8. De controle over de groep verliezen

Stel duidelijk je grenzen en regels. Bespreek die met de klas en pas ze consequent toe: er valt niet over te onderhandelen.
Kinderen hebben het haarfijn door, als ze die grenzen steeds kunnen verleggen. Kinderen, die zich er strikt aan houden, voelen zich beet genomen, als ze merken dat die regels niet voor alle leerlingen gelden.

Ben je de controle kwijt over je klas, dan krijg je die bijna niet meer terug. Je moet niet die ‘leuke’ meester of juf willen zijn.
Heb je op een bepaald moment niet de aandacht van je groep, zorg er dan voor dat je die op een positieve manier weer terug krijgt.

9. Veel van het zelfde

Een leuk werkblad is altijd welkom. Maar bij elk vak steeds maar weer een werkblad is oervervelend. Zoek bij verwerkingen en bij het inoefenen naar variatie. Laat leerlingen ook meedenken: Wat vinden jullie leuk? Hoe zullen we dit gaan oefenen?

Kijk eens bij je collega’s. Overleg met parallelcollega’s. Daarnaast is er op internet genoeg te vinden om voor de broodnodige variatie te zorgen.

9 Dingen die goede leraren nooit doen

Herken je bepaalde misstappen? Of zijn ze je helemaal vreemd? Ik ben reuze benieuwd naar jouw persoonlijke ervaringen. En misschien heb je nog tips voor collega’s. Deel ze met mij.
Vast hartelijk bedankt.

Zin en onzin van toetsen

Zin en onzin van toetsen

Na een verlengde kerstvakantie gingen de meeste kinderen weer naar de basisschool. Ook onze kleinkinderen. Maar ze waren nog maar koud gestart, of de LVS-toetsen kwamen als kinderkwellingen weer tevoorschijn. Daarom verdiep ik me graag in de Zin en onzin van toetsen in het onderwijs. 

Al tientallen jaren werken onderwijsgevenden slaafs aan het in stand houden van deze Toetscultuur. Ik vraag me terecht af, waarom dat gebeurt. Voor de kinderen levert het in ieder geval geen meerwaarde op. Alleen maar stress en een minderwaardigheidscomplex. 

Zin en onzin van toetsen

Volgens mij toetsen we ons maf. In ieder geval lijkt het daar wel heel erg veel op. Maar voldoen we dan aan de opgelegde norm van de Inspectie? De vraag die ik me terecht stel: waar is het kind in al die toetsen, analyses en groepsplannen?

Als ik kijk naar deze periode: lvs-toetsen in alle groepen zijn afgenomen en geanalyseerd. We hebben een datamuur gemaakt, kinderen bestempeld met A’s, B’s, of hoge E. De eindtoets wordt straks door de leerlingen van groep acht gemaakt. Gezegend de leerlingen die goed zijn in begrijpend lezen. Jammer voor die kinderen die daar moeite mee hebben.

Geweldig al die getallen, percentielscores, standaardscores en uitkomsten. Vaak lijken dergelijke uitkomsten op de AEX-index in economisch zwaar weer.

We toetsen ons maf

Ik vind dat aan een dergelijke toetsmanie een halt toe geroepen moet worden. Anders zullen over een paar jaren nog andere toetsen hun intrede doen, of we het willen of niet. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de peuter-entreetoets voor driejarigen, de kruip- en smijttoets voor éénjarigen, de zuigelingen-eindtoets en de baby-zuigreflextoets voor pasgeborenen.

En dan praat ik nog niet over de toetsen die daar voor nog allemaal kunnen plaatsvinden. Of zou er toch een oudergeschiktheidstoets moeten komen, voordat men aan kinderen denkt?

Als ik naar me zelf kijk, werd er in mijn jeugd nog niet zoveel getoetst. Ik weet wel, dat critici zullen zeggen “Dat is ook niet zo moeilijk, want dat is een halve eeuw geleden”, maar toch. Maar tegenwoordig toetsen we ons maf.

Pak je oor

Toen ik een aantal jaren op de kleuterschool had gezeten, moest ik op een dag met de vingers van mijn rechterarm proberen over mijn hoofd m’n linkeroor aan te raken. Zelf vond ik het een vreemde manoeuvre. Mijn moeder keek echter verheugd, toen ze zag dat het lukte.

“Je mag naar de grote school”, zei ze blij.
“Oh”, zei ik minder blij.
Enkele weken later ging ik naar de eerste klas. Er was niet veel aan. Ik moest vooral stil zitten. Met weemoed dacht ik terug aan de zandbak, blokken en verkleedkleren.

Nog een enkele keer werd ik getoetst: de menstekening, toevallig kon ik erg goed tekenen. Later nog een vlekkentest, die door mijn creativiteit ook al mooi uitviel.
“Oh, wat goed. Jij moet wel slim zijn”, riepen de deskundigen.
“Och”, zei ik, “Ik heb me nog ingehouden om niet teveel op te vallen”.

Dat was het dan. In 8 jaar onderwijs slechts drie proeven van bekwaamheid. Hoe simpel en doeltreffend.
Jaren en jaren later bleek, dat ik genoeg in m’n mars had om het onderwijs in te gaan en er 42 jaar te blijven en zelfs mijn doctoraal Onderwijskunde te behalen.

Meer toetsen? Of meer ruimte?

Wat nodig is in ons onderwijs is ten eerste bezieling, de ongebreidelde drive om alles voor je leerlingen te willen doen, om ze uit te dagen, hen te begeleiden en te stimuleren in hun ontwikkeling. Iedereen, die in het onderwijs werkt, dient die ‘drive’ te hebben en uit te stralen. Daarnaast zijn kennis en allerlei vaardigheden onmisbaar om je werk op professionele wijze te doen.

Ja, maar dan wel als het past binnen de onderwijsvisie van de school. Uitkomsten daarvan moeten handvatten bieden om de onderwijskwaliteit te verbeteren, zodat het kind er beter van wordt. Maar altijd met mate.

Geef vooral ruimte. Ruimte aan kinderen om zich te ontwikkelen en te groeien. Zeker net zo belangrijk is de ruimte voor onderwijsgevenden. Zo kunnen zij eveneens hun talenten ontwikkelen en benutten. Daar worden kinderen, leerkrachten en de school beter van.
En daar gaat het toch om?

Hoogbegaafdheid in de klas, oh nee!

hoogbegaafdheid in de klas

Tegenwoordig is de samenstelling van een klas op de basisschool zeer divers. Het Speciaal Onderwijs is sterk terug gebracht (vooral vanwege het geld). Daarom werd het Passend Onderwijs uitgevonden. Nu zitten er zoveel niveaus in één groep, dat menig leraar de wanhoop nabij is. Hoogbegaafdheid in mijn klas, oh nee!

Waarom passend onderwijs hoogbegaafdheid beknot

Mijn kleinzoon is hoogbegaafd. Af en toe haal ik hem van school. Ik vraag dan : “Hoe was het vandaag?”
“Saai”, zegt hij dan. Voor hem is het gesprek dan al voorbij.
Ik denk dan verder na. Maar ik snap het niet.

In deze tijd, waar het onderwijs beschikt over talloze middelen om het onderwijs aantrekkelijk te maken. Dan zou je toch elk kind datgene moeten kunnen geven wat het nodig heeft?

“Op donderdag vind ik het wel leuk”, vervolgt mijn kleinzoon opeens.
“Dan zit ik in de trajectklas en doen we leuke dingen die moeilijk zijn.”

En zo mag Sven één keer per week 3 uur op niveau werken. Wat is ons onderwijs toch goed!
Sven is echt een kei. Hij schaakt je van het bord af. Speelt zonder moeite gitaar  Hij zet in no-time de moeilijkste toestellen van technisch lego in elkaar. Heeft een woordenschat waar een volwassene trots op zou kunnen zijn. Maar hij krijgt de lesstof, die iedereen moet maken. 

Hoogbegaafdheid in de klas, oh nee!

Zoiets kan toevallig zijn. Maar het lijkt tekenend te zijn voor de kwaliteit van ons onderwijs. Mijn kleindochter zit nu op een (kleine) school, waar ze wel oog hebben voor de individuele onderwijsbehoefte van elk kind. Ze doet het prima. Ze krijgt extra aandacht en wordt positief gestimuleerd.

En dan wordt wel eens gesteld dat kleine scholen het minder goed doen, dan hele grote scholen. Ik weet uit ervaring dat dat niet zo is. Het kind  is bijzonder creatief, heeft een groot ruimtelijk inzicht en een zeer ruime woordenschat. Gelukkig dat ze een juf heeft die haar op juiste waarde schat. 

Maar dan lijkt het wel of er in vijftig jaar niets is veranderd. Ondanks dat in 2014 Passend Onderwijs verplicht werd. 
Oké we hebben internet, een digibord, leren met i=pads, geven vanaf groep 1 Engels en leren kinderen heel veel andere zaken, die er niet toe doen. Alleen maar, omdat de politiek of de overheid dat wil. Een echte pedagogische visie ontbreekt.

“Hé, joh, let eens op!” riep mijn meester kwaad,

Omdat ik even naar buiten keek. Op dat moment waren we klassikaal aan het lezen.
Maar ik zag, hoe een huisvrouw 100 meter verder een kleed bewerkte met een mattenklopper. De klop hoorde ik pas, als ze het ding weer omhoog deed. Zo ontdekte ik dat licht sneller was dan het geluid. En mijn meester sneller bij me was om me een draai om de oren te geven.

Ik leerde een iglo bouwen toen ik vijf jaar was, terwijl ik op school had moeten zijn. Mijn broer en zus, die ijsvrij hadden, trokken me door het hek van de kleuterschool. Samen bouwden we een echte iglo van sneeuw. Dat leerde ik niet op school.

Als een onderwijzer ging uitleggen, viel ik bijna in slaap. Waarom mocht ik al vast niet beginnen met m’n werk?
Had ik m’n rekenwerk af, kreeg ik nieuwe opgaven. Liever was ik aan het tekenen, mijn favoriete bezigheid.

Ik werd soms recalcitrant. Ik merkte dat ik scherp van tong en adrem was. Steeds vaker had ik een weerwoord. Steeds vaker werd ik er uitgestuurd. Leraren konden het meestal niet waarderen, als ik een scherpe analyse had, of een zeer kritische vraag stelde. Voor mij was het de enige mogelijkheid om aandacht te vragen.

Onderpresteren schuld leraar

Nu, 50 jaar later, zijn we mijns inziens nog steeds geen stap verder. Passend onderwijs is nog steeds afhankelijk van de man of vrouw voor de klas. Hoogbegaafde kinderen hebben het nog steeds moeilijk in school. Als je ziet hoeveel aandacht kinderen met leerproblemen krijgen, is het begrijpelijk dat hoogbegaafde kinderen gaan onderpresteren, of er met de pet naar gooien. Juist hoogbegaafde kinderen willen hun plafond verkennen.

Een kind wat letters spiegelt is meteen dyslectisch. Gemakkelijk, toch. Maar misschien doet Pietje dat met opzet. Pietje is namelijk hoogbegaafd en wil gewoon aandacht. Net zo als die andere kinderen, die alle aandacht krijgen.

Mijn oproep aan alle onderwijsgevenden is daarom ook:

  • Let op de kleine signalen, niet iedereen is dyslectisch.
  • Verdeel de aandacht eerlijk over ALLE kinderen.
  • Let vooral stille en verlegen kinderen, ontdek hun mogelijkheden.
  • Durf nee te zeggen tegen alle externe druk, kies voor je leerlingen!
  • Laat hoogbegaafden vooral zichzelf zijn.
  • Een echte juf of meester heeft hart voor haar/zijn leerlingen en kent hun mogelijkheden, zonder dat deze te hoeven worden geregistreerd.
  • Wie dat niet kan, heeft volgens mij voor het verkeerde beroep geleerd. 

Tenslotte

Helaas gebeurt het nog te vaak, dat wat de ene leraar opbouwt en weet te realiseren, de daaropvolgende leraar dat weer afbreekt. Enerzijds komt dat, door slecht overleg. Anderzijds heeft dat te maken met kwaliteit. Niet alle leraren hebben de zelfde hoge kwaliteit in hun pedagogisch en didactisch handelen. Dat zou niet moeten, maar het is helaas zo. Daar ligt de grootste taak van de directeur: vertrouwen is goed, controle is beter. 

Pagina 1 van 4

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik op akkoord als je geen bezwaar hebt. Of kies anders voor geen cookies. Voor de privacy policy zie onder aan deze website in de footer.

View more
Akkoord