Moord in Houtdorp bij GarderenIn dit verhaal over de Moord in Houtdorp bij Garderen met veldwachter Coeleman, een terugblik wat er in 1921 gebeurde. Op 18 oktober 1921 werden de inwoners van Houtdorp opgeschrikt door een vreselijk bericht: twee vrouwen werden in hun woning dood aangetroffen. Waarschijnlijk door een misdaad. 

“Coeleman, je moet met spoed bij de burgemeester komen”, sprak de gemeentebode, terwijl hij de geopende deur van de kamer van Coeleman vast hield en daarna weer sloot. 
Teunis Coeleman, rijksveldwachter in de Gemeente Nunspeet, stond op, trok zijn uniform recht en verliet zijn kamer. 
Even later klopte hij op de deur van de burgemeesterskamer, wachtte even en trad toen naar binnen.

“Coeleman, je moet direct naar Houtdorp bij Ermelo om daar te assisteren bij het oplossen van een vreselijke gebeurtenis”, legde de burgemeester Mackay uit. Als burgemeester van Ermelo/Nunspeet was hij toevallig die dag in Nunspeet. 
“Mij is nog niet veel bekend”, vervolgde hij, “maar zover ik weet gaat het om een dubbele moord. Je begrijpt dat dit alle voorrang heeft”.
Daarmee was de burgemeester klaar.

Mijn opa, Teunis Coeleman, salueerde en antwoordde “Tot uw orders”.
“O ja”, riep de burgemeester “en neem Beerdsen mee”.
Snel lichtte Coeleman zijn collega in en samen reden ze door de bossen naar Houtdorp, een klein gehucht dat net buiten Garderen lag. Onderweg vertelde Coeleman aan Beerdsen, wat hij wist. Maar dat was tot nu toe nog niet veel. 

De Moord in Houtdorp

Na een fietstocht van 20 kilometer kwamen beide veldwachters aan in Houtdorp. Het plaats delict was niet moeilijk te vinden. Talloze nieuwsgierigen verdrongen zich voor het huis, een eenvoudige boerenwoning, gelegen aan een breed zandpad. Enkele agenten hielden de kijklustigen op afstand. Zelfs enkele leden van de militaire politie uit Milligen waren ter plaatse.

Coeleman en Beerdsen stapten af en plaatsten hun rijwielen tegen de muur naast de voordeur. Even spraken ze kort met de bevelvoerende rijksveldwachter en één der militairen.
In het kort werden Beerdsen en Coeleman op de hoogte gebracht van wat er zich in de eenvoudige boerenwoning mogelijk zich heeft afgespeeld. De woorden ‘moord’ en ‘roof’ maakten een diepe indruk op beide dienders.

Het werd steeds drukker. Meer mensen kwamen kijken. Er werd van alles gezegd en verzonnen. 
Uiteindelijk trad de dienstdoende dokter naar buiten en kon meedelen, dat beide vrouwen dood waren, mogelijk door verstikking.
Coeleman, Beerdsen en de bevelhebbende veldwachter traden het huisje binnen.

Wat er zich afgespeeld heeft

opahoudorp

Veldwachter Coeleman

Door de kleine ramen kwam niet veel licht naar binnen. Maar dat er flink geworsteld was, moge blijken uit de grote hoeveelheid huisraad, die over de vloer verspreid lag. Alle kasten stonden open, niets leek meer op zijn plaats te staan.

Half in de schemer zagen Coeleman en Beerdsen de twee levenloze lichamen op de houten vloer liggen. De arts had over beide lichamen een wit laken gedrapeerd. Even namen beiden eerbiedig hun pet af. 

Hier lagen de beide slachtoffers van het brute geweld: Lijstje Pater 78 jaar en haar nichtje Rikje Brouwers , oud 48 jaar. 
Voorzichtig zochten beide veldwachters de woning af. Coeleman, die al in Deventer bij de recherche zat, vond dit spannend werk. Ze vonden een lap, een paar handschoenen en wat papieren, die ze niet direct konden ontcijferen.

Voorzichtig werd alles mee naar buiten genomen en veilig gesteld. De lap had een vreemde geur. Op de handschoenen bleken kleine bloeddruppels te zitten. De stapel papier, bleken Russische waardepapieren te zijn. 
Alles werd in bewaring gegeven van de bevelvoerend agent. Nu was het even afwachten, of er nog nieuwe ontwikkelingen zouden volgen. In ieder geval bleven Coeleman en Beerdsen de hele dag in Houtdorp.

Arrestatie en berechting

Het liep tegen het einde van de middag, dat er opeens geroep en geschreeuw opklonk uit de meute mensen, die zich nog steeds ophielden rond het huis van Lijsje Pater. 

Twee agenten voerden een sjofel persoon tussen zich in mee, geboeid en wel. Achter hen liep een derde agent. Het bleek één van de mogelijke daders te zijn van de dubbele moord. De mensen lieten horen, wat ze van hem vonden. Hij mocht van geluk spreken, dat hij zo’n mooi escorte kreeg.

Het bleek elektricien Emmer te zijn, de eigenaar van de Indian Motorcar. Enkele buurtgenoten hadden hem als zodanig herkend en de politie gewaarschuwd. Emmer dacht er anders over en zette het op een sprint. De agenten startten de achtervolging, waarbij ze geholpen werden door enkele boeren uit de omgeving. 

Tenslotte werd hij onder bedreiging met het dienstwapen overmeesterd en geboeid door de agenten. En zo werd hij naar het plaats delict gebracht om zijn ‘verhaal’ te doen. Daarna werd hij in een gesloten automobiel van de politie afgevoerd.

Voor Veldwachter Coeleman geen dagelijks werk

De Moord in Houtdorp bij Garderen was geen dagelijks werk voor veldwachter Teunis Coeleman. Ondanks dat hij tijdens zijn werk een groot gebied bestreek waren de ‘gevalletjes’, waar hij mee te doen kreeg eenvoudig te handelen. Van kattenkwaad van de jeugd, tot het illegaal slachten, of het verduisteren van een rijwiel. 

Een kleine week later werden in Amsterdam vier arrestaties verricht. Deze vier bleken samen gespannen te hebben om de brute roof uit te voeren. Er werd chloroform gebruikt om beide vrouwen buiten bewustzijn te brengen. Tevens hadden de onverlaten de vrouwen gekneveld en proppen diep in de mond geduwd. Volgens de lijkschouwer waren beide vrouwen hierdoor gestikt. De overvallers hadden zich niet meer bekommerd om hun slachtoffers. Ze gingen er vandoor met ruim 1400 gulden.

De dag na de moord gingen veldwachter Teunis Coeleman en gemeentebode Berend Mulder aangifte doen van het overlijden van Lijsje Pater en Rikje Brouwers op het Gemeentehuis van Ermelo. 

Veldwachter Coeleman bleef een stille man

Mijn opa was altijd een stille en bedachtzame man. Maar dergelijke gebeurtenissen grepen hem aan. Een dubbele moord op twee weerloze vrouwen, daar kon hij niet bij. Wie deed nou zo iets? 

Uiteindelijk werden de verdachten veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 later, wat later in hoger beroep werd verhoogd tot 15 jaar. Emmer (hoofdverdachte), Dijkslag en de Graaf zouden hun straf volledig uitzitten. Emmer werd in 1933 overgeplaatst naar een gesticht te Woensel. Van het geroofde geld werd slechts een deel terug gevonden. 

Coeleman mocht graag een pijpje stoppen en dan zittend in zijn rookstoel rustig de pijp helemaal leeg roken. En dat zonder deze opnieuw aan te steken. Als mijn oma zag, dat opa zijn pijp vaker aanstak, dan gewoonlijk, wist ze, dat hij terug dacht aan deze gruwelijke zaak. De Moord in Houtdorp bij Garderen liet bij hem ook zeker zijn sporen na. 

Print Friendly, PDF & Email