Vlieland vuurtorenpad

Vlieland Koffervolgedichten is een subpagina van de Wadden gedichten van mees Peet. Ook Vlieland bezoek ik regelmatig. Als eerste keer in 1967 en 1969. Koffervolgedichten heeft eveneens een Texel pagina en Ameland pagina. Vlieland, het kleine autoloze eiland, is nog steeds de moeite van een trip waard. 

Poëzie op het strand

Bandensporen in het strand
met letters die woorden vormen
tot zinnen van een gedicht
in het nog vochtige zand

Ik lees ze en neem ze in mij op
denk na over de zin ervan poëzie op Vlieland
wie dicht dit zo bijzonder
of staan de letters op z’n kop

Geen meeuw leest wat er staat
toeristen trappen ze plat
zo is er altijd wat
de vloed komt en gaat

Verdwenen het bijzondere gedicht
slechts in het rubber van de wielen
waarvan de letters in ’t zand
traag naar beneden vielen

 

Dodemansbol

Bijna achteloos tussen ’t hout verscholen,
staat een zwart klein houten bord,
op een simpel omheind stukje grond,
’t is toeval dat ik ben gestopt.

Vlieland koffervolgedichten

Zacht beweegt de wind de kale takken,
ritselen de bladeren onder mijn voeten,
als mijn ogen de woorden aftasten,
lijkt de betekenis ervan mij opeens te pakken.

Slechts het stof van de onbekende doden,
verborgen in een houten kist,
als eenvoudige herinnering aan hen,
die stierven aan de pest.

Eenzaam in hun laatste dagen,
levend in een woest stuk land,
geen antwoord op al die vragen,
voor de resten onder het zand.

Willem de Vlamingh (haiku)

Zwijgend staat hij daar,
al speurend over het wad,
Willem de Vlamingh.

Langs de branding (haiku)

Langs de branding en strand
spoelen mijn gedachten weg
dan ben ik op Vlie.

Mooi helmgras (haiku)

Zuinig, taai en slank,
bestand tegen zout en wind,
oh, helmgras, zo rank.


Ode aan Vlieland:

Veel woorden zeggen niet veel
als ik deze belevenis met u deel,
lopend langs het strand en de zee
neem ik het zout en de zon met me mee.

Denkend aan de zorgen van elke dag,
om de dingen in de wereld die ik zag,
leken teveel voor dat moment,
als ik Vlieland niet had gekend.

Dwalend over het verlaten strand,
speurend over het lege vlakke land,
streelt de zilte lucht langs mijn gezicht,
is de late zon die mij verlicht.

Waar de zee zich inhoudt bij afnemend tij
en al eeuwenlang beukt op de zachte duinenrij.
besef ik pas goed hoe rijk een mens kan zijn,
zo kuierend genietend langs de waterlijn.

Zwijgend aanschouw en ervaar ik dit wonder,
voel me opeens een ware strandvonder,
dan pas voel ik het ware geluk:
Oh, Vlieland, je kunt niet meer stuk.

 

4 1 vote
Article Rating