Zin en onzin van toetsen

Na een verlengde kerstvakantie gingen de meeste kinderen weer naar de basisschool. Ook onze kleinkinderen. Maar ze waren nog maar koud gestart, of de LVS-toetsen kwamen als kinderkwellingen weer tevoorschijn. Daarom verdiep ik me graag in de Zin en onzin van toetsen in het onderwijs. 

Al tientallen jaren werken onderwijsgevenden slaafs aan het in stand houden van deze Toetscultuur. Ik vraag me terecht af, waarom dat gebeurt. Voor de kinderen levert het in ieder geval geen meerwaarde op. Alleen maar stress en een minderwaardigheidscomplex. 

Zin en onzin van toetsen

Volgens mij toetsen we ons maf. In ieder geval lijkt het daar wel heel erg veel op. Maar voldoen we dan aan de opgelegde norm van de Inspectie? De vraag die ik me terecht stel: waar is het kind in al die toetsen, analyses en groepsplannen?

Als ik kijk naar deze periode: lvs-toetsen in alle groepen zijn afgenomen en geanalyseerd. We hebben een datamuur gemaakt, kinderen bestempeld met A’s, B’s, of hoge E. De eindtoets wordt straks door de leerlingen van groep acht gemaakt. Gezegend de leerlingen die goed zijn in begrijpend lezen. Jammer voor die kinderen die daar moeite mee hebben.

Geweldig al die getallen, percentielscores, standaardscores en uitkomsten. Vaak lijken dergelijke uitkomsten op de AEX-index in economisch zwaar weer.

We toetsen ons maf

Ik vind dat aan een dergelijke toetsmanie een halt toe geroepen moet worden. Anders zullen over een paar jaren nog andere toetsen hun intrede doen, of we het willen of niet. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de peuter-entreetoets voor driejarigen, de kruip- en smijttoets voor éénjarigen, de zuigelingen-eindtoets en de baby-zuigreflextoets voor pasgeborenen.

En dan praat ik nog niet over de toetsen die daar voor nog allemaal kunnen plaatsvinden. Of zou er toch een oudergeschiktheidstoets moeten komen, voordat men aan kinderen denkt?

Als ik naar me zelf kijk, werd er in mijn jeugd nog niet zoveel getoetst. Ik weet wel, dat critici zullen zeggen “Dat is ook niet zo moeilijk, want dat is een halve eeuw geleden”, maar toch. Maar tegenwoordig toetsen we ons maf.

Pak je oor

Toen ik een aantal jaren op de kleuterschool had gezeten, moest ik op een dag met de vingers van mijn rechterarm proberen over mijn hoofd m’n linkeroor aan te raken. Zelf vond ik het een vreemde manoeuvre. Mijn moeder keek echter verheugd, toen ze zag dat het lukte.

“Je mag naar de grote school”, zei ze blij.
“Oh”, zei ik minder blij.
Enkele weken later ging ik naar de eerste klas. Er was niet veel aan. Ik moest vooral stil zitten. Met weemoed dacht ik terug aan de zandbak, blokken en verkleedkleren.

Nog een enkele keer werd ik getoetst: de menstekening, toevallig kon ik erg goed tekenen. Later nog een vlekkentest, die door mijn creativiteit ook al mooi uitviel.
“Oh, wat goed. Jij moet wel slim zijn”, riepen de deskundigen.
“Och”, zei ik, “Ik heb me nog ingehouden om niet teveel op te vallen”.

Dat was het dan. In 8 jaar onderwijs slechts drie proeven van bekwaamheid. Hoe simpel en doeltreffend.
Jaren en jaren later bleek, dat ik genoeg in m’n mars had om het onderwijs in te gaan en er 42 jaar te blijven en zelfs mijn doctoraal Onderwijskunde te behalen.

Meer toetsen? Of meer ruimte?

Wat nodig is in ons onderwijs is ten eerste bezieling, de ongebreidelde drive om alles voor je leerlingen te willen doen, om ze uit te dagen, hen te begeleiden en te stimuleren in hun ontwikkeling. Iedereen, die in het onderwijs werkt, dient die ‘drive’ te hebben en uit te stralen. Daarnaast zijn kennis en allerlei vaardigheden onmisbaar om je werk op professionele wijze te doen.

Ja, maar dan wel als het past binnen de onderwijsvisie van de school. Uitkomsten daarvan moeten handvatten bieden om de onderwijskwaliteit te verbeteren, zodat het kind er beter van wordt. Maar altijd met mate.

Geef vooral ruimte. Ruimte aan kinderen om zich te ontwikkelen en te groeien. Zeker net zo belangrijk is de ruimte voor onderwijsgevenden. Zo kunnen zij eveneens hun talenten ontwikkelen en benutten. Daar worden kinderen, leerkrachten en de school beter van.
En daar gaat het toch om?

Print Friendly, PDF & Email