Op de pagina fietsgedicht over klassiekers en renners en de fiets vind je poëzie over de wielersport. Over gewone zaken die de racefiets betreffen, tot bijzondere situaties uit de fietssport.
Natuurlijk kunnen de klassiekers niet achter blijven. En aandacht voor helden uit de fietssport: de legendarische renners. Speciaal zijn de uitdrukkingen en gezegdes in de wielersport. De fietsgedichten over klassiekers en renners staan op volgorde van plaatsing. Veel plezier met het lezen ervan. Nog meer fietsgedichten op deze site.
Het Geitenpad (Vuelta)
Een monster van een berg
dit jaar in de Vuelta
bedacht vanachter het bureau
maar op de fiets
voor alle renners
een kwelling van jewelste
ruim 12 km lang
een stijgingspercentage
van 15 tot 23 procent
met ijzige dieptes onder
en rotsen boven je
het asfalt zuigt
meters lijken mijlen
het einde nadert niet
je hart slaat over
de benen op slot
waas voor je ogen
slijm uit je mond
recupereren is er niet bij
pas als de finish
is bereikt, ja pas dan
kun je happen naar adem
en ben de dood nabij
dat doet de Angliru
het monster in de Vuelta
Tour de France 2025 (sonnet)
In een langgerekt peloton en met veel val gevaar,
over verweven asfaltwegen door het Franse land,
van berg tot vlakte, strijdend met hart en tand,
door weer en wind vol passie en juichgebaar.
Een lint van kleuren gloeit in middaglucht,
van geel naar groen, bolletjestrui en helder wit,
elke pedaalslag schreeuwt nieuw succes, of pure shit,
toch houdt men stand, hoe grimmig ook de zucht.
Tourmalet en La Plagne zien hun kampioenen rijzen,
met de blik op Parijs is de droom nog onuitgesproken,
vervolgt het peloton koplopers en deels nu al gebroken.
Pas bij de Champs‑Élysées kan de winnaar zich bewijzen,
snel pedalerend, een lang gerekt kleurig lint en strak
wordt een gloriereis, voor de laatste winnaar die niet brak.
Alp d’Huzes
Lopend, of op de fiets
stoempend, of zwoegend
doen ze het niet voor niets
één met datzelfde doel:
opgeven is geen optie.
Bochten en meters zweet
geen rustig rondje
want het gaat om het leed
die slopende ziekte
die kanker heet
Geen motortje of zo
’t is de wil om het te halen
boven jezelf uitstijgen
te horen die verhalen
voor hen die geen tijd meer kregen
Eén zijn met z’n allen
samen presteren, afzien en
niemand laten vallen
dat is Alp d’Huzes pas echt
dat is waarvoor men vecht
Heerser van de Hel
Uit nevel en vuur, van modder gemaakt,
rees een krijger waar men zijn naam al sprak.
Niet zomaar een renner, geen ster van de dag
maar Mathieu, de zoon van de wind, met een goddelijke lach.
Door het Noord-Frans gebulder, over kasseien van pijn,
reed hij alsof de tijd zelf wilde stilstaan in zijn lijn.
Waar anderen braken, krom van smart,
reed hij met woede en vuur in het hart.
Zijn fiets geen stalen ros, maar een strijdros van licht,
zijn blik als bliksem, zijn aanval een gedicht.
Geen muur, geen mens, geen kassei te groot,
Mathieu reed door ondanks de bidon van een idioot.
Op de Velodrome, waar de Hel eindigt in pracht,
zag men geen mens meer, maar pure macht.
Hij hief zijn handen en fiets, de wereld stond stil
want dit was geen zege, maar dit was pure wil.
De wil van een kampioen, door bloed getekend,
om zijn grootse daden voor altijd bekend.
Van Roubaix tot in de eeuwigheid zal men het horen:
“Mathieu van der Poel – uit stof en steen geboren.”