
De Natuur gedichten uit Nederland schetsen onze prachtige flora en fauna en natuurverschijnselen. Tijdens wandelingen en fietstochten zie ik zoveel bijzondere dingen en landschappen, die mij inspireren.
Een aparte pagina is bestemd voor de Veluwe, de streek waar ik nu woon.
Maannacht
De maan hangt stil te dromen
boven het slapend veld
zij fluistert aan de bomen
een zilver zacht verhaal verteld
De nacht houdt haar gevangen
toch straalt zij zonder spijt
in licht dat blijft verlangen
naar zon die ’s nachts verdwijnt
Natte sneeuw
Natte sneeuw valt traag neer
glijdend door de straat
zomaar een glibberige tango
geen haast bijna een spagaat
Licht dat glanst in grauwe mist
Straten druppelen glimmen traag
daar lopend voel ik me een toerist
de stad verstikt, een natte traan
valt galmend op de straat
De nacht ademt, nat en grijs
natte sneeuw, niets is er bij gebaat.
Vlieg maar op
Vooral in de zomer hebben we last
van vliegen die naar binnen komen
overdag koesteren ze zich in de zon
maar ’s avonds zijn ze vooral binnen
dan trippelen ze over het aanrecht
en bezoeken je bord met eten
vegen de voorpootjes tegen elkaar
of kijken geplakt aan het raam even naar buiten
koffie is ook niet veilig voor hen
laat staan een glas met geestrijk vocht
ik probeer ze te vangen om ze
geduldig naar buiten te leiden
maar de stofzuiger wint het echter meestal
geen vlieg die daar aan ontsnappen kan
Druppeltjes (* tritriplicate)
zo aan takken hangend
gevormd door mist als kleine lenzen
wie die schoonheid niet ziet
is pas blind

* Tritriplicate heeft een lengte van 3 tot de macht 3 lettergrepen. Oftewel 3 keer 9, of simpelweg 27. De eerste regel 3, de tweede 6, de derde 9, dan weer 6 en de laatste 3.
Wat eens groen was
Waar koeien graasden
heerst glas en gif
zonnepanelen
zover je kunt zien
Aan de dorre rand
ijzige stilte
geen geloei
noch vogelgeluid
Kabels vuist dik
als slangen
op de grond
De natuur is dood
leve het klimaat
De herfst
tijd van vallend blad
Bladeren
zijn niet echt dood
Ze dansen
springen in de wind
Voedsel
voor de grond
Leven
brengend aan de aarde
Zodat in de lente
er weer iets kan groeien
Aan de Rijn
Bij de pontweg
naar het veer
staar ik zwijgend,
zittend op een krib,
op het kabbelend water neer.
Peinzend over
alles wat het leven biedt
en soms ook neemt,
zie ik de kleine golven,
en een zwaan in het riet.
Kijk ik op
naar de ganzen hoog in de lucht,
luid gakkend in formatie,
en vraag ik me af,
hoe is mijn laatste vlucht?

