Het oog boven
Duistere lucht
flarden grijs
donkere figuren
in wolken
aaneen geregen
door de wind
een oog van
de blauwe hemel
knip oogt
vriendelijk
naar mij
Zomaar een boom
Het lijkt zo gewoon
zomaar een boom
al eeuwen geketend
aan de grond
waar ik sta
Mijn omvang groeit
een taille
jaarlijks dikker
zo sta ik hier
het hele jaar door
Ik zie de seizoenen
traag komen en gaan
ik doe mijn best
voor al die vogels
die rusten en schuilen
in mijn takken
en tussen mijn loof
Ik geef mensen
die voorbij gaan
schaduw op hete dagen
en zag zoveel moois
een stelletje
de liefde bedrijven
of wanhopige mensen
die mij slaan
en huilend verdwijnen
ik zag mensen in ’t veld
die vochten
gewond werden geveld
en langzaam stervend
tot hun laatste snik
het lijkt zo zinloos
zo vast gekluisterd
aan de grond
maar ik besef
dat ik moet blijven
voor mens en dier
vooral die wezens
die al zoekend
mij vinden
en rust vinden
bij mijn stam
