Klimmen
Optimisme, lacherigheid, flauwe grappen vooraf,
een goed begin, op het grote blad,
dan weer terug naar 42 tandjes voor,
het hartritme gaat omhoog,
de weg met zuigend asfalt ook,
de knuisten knijpen in het stuur
de blik grimmig vooruit,
zweet loopt over het gezicht,
de benen worden zwaarder,
het ronddraaien der pedalen wordt stroperig,
ingehaald worden door anderen,
soms door een dame,
soms passeer je nog een langzamere,
eindelijk na het derde vals plat,
is de top bereikt
en is een slok lauw water
een prijs om te beminnen,
de ademhaling reguleert
zich weer tot normaal,
achterom kijkend
ploeteren nog anderen,
maar ik heb het gehaald!
Koude start
Gepoetst, schoon en glimmend,
nog zonder modder en spatten
hangt hij daar in ’t donker
te wachten op de eerste korte tocht.
Denkend aan de snelle koersen,
aan de warmte van zijn berijder,
de zekere handen die hem sturen,
doet ‘m soms even trillen
tot in het diepste van de naaf.
Even beweegt een der pedalen,
alsof ie zeggen wil,
ik wil klimmen, ik wil dalen,
ik verlang naar lange tochten,
ik hunker naar mooie bochten.
Maar, ach, ’t is eigenlijk niets:
’t blijft gewoon maar een dooie fiets.