Veldrijden
Stoempen en wroeten
diepe sporen volgen
soms zwabberend
modderspatten als sproeten
Blijf in het goede spoor
zwoegend vaak lopend
modder kruipt overal
ren glijd gewoob door
Het snot uit de neus
bulten beklimmen
harken, hijgen en zweten
de renner heeft geen keus
Stevig stampen door de slijk
ogen nauwelijks te ontdekken
een harnas van modder om je lijf
als ik de meet maar bereik
Water
Vermoeid uitgedroogd
na een zware klim
dan pak ik de bidon
met het lauwe vocht
dan drink ik het
met volle teugen
het water als bron
voor nieuwe energie
giet nog wat over
mijn bezwete hoofd
traag siepelt het
door mijn helm
word ik verliefd
op dit wonderlijke vocht
Aan de boom schudden
Het was weer eens flink raak
het peloton lette even niet op
een krachtpatser ging aan kop
voor menig renner een slechte zaak
Hij vloog van kopaf ervan door
schudde toen flink aan de boom
het peloton reageerde te sloom
de ontsnapte renner ging er vandoor
Maar na een lange slopende jacht
kreeg men hem uitgeput te pakken
moest hij wel naar achter zakken
hij miste uiteindelijk de nodige kracht
Start wielerseizoen
Het wielerseizoen is er weer
talloze groepen fanaten op de weg
gaan vaak als beulen te keer
’t is gek als liefhebber, dat ik dat zeg
Bij de profs is het een andere zaak
die weten meestal wat ze doen
sprinten om de zege, dan is het raak
krijgen van de rondemiss een zoen
De klassiekers zijn er om van te smullen
in weer en wind, of in de hete zon
bij profs is het knallen en niet lullen
en zijn euforisch dat het weer begon
Wat wil je worden
‘Wat wil je worden’, vroeg de ploegbaas
hangend uit zijn luxe automobiel
zwaaiend met zijn arm naar mij
Ik keek hem aan en was verbaasd,
want dacht dat ik als coureur opviel,
door mijn strijdlust en mijn sprint,
eerste natuurlijk met een voorsprong van één wiel
maar blijkbaar zat ik er toch best naast
‘nee, gek’, sprak hij boos ‘de kopman wint’.