In Texel gedichten, gedichten over Texel, het grootste Waddeneiland. Vele vakanties breng ik daar door. Bijzonder is de natuur en de ruimte.
Grenzeloos
Zand waait
ligt nooit stil
wandelt
rent soms
samen met de wind
stapelt omhoog
gras vindt
vaste grond
wolken jagen
of vluchten weg
haast geen
mens te zien
een paradijs
dat is De Muy
Levenslang besmet
Op zoek naar iets nieuws
naar verwondering
naar het ongewone,
op zoek naar het onbekende
naar wat ik weet
en al beter ken.
Een weergave van het blote oog
zichtbaar voor mij
nieuwe vergezichten,
overlappen oude herinneringen.
Sta ik stil,
verzonken in mijn gedachten
mijmer ik
voel ik inspiratie
door de wind die mij striemt
door de beelden
die verschijnen op m’n netvlies
dan hoor ik, voel en ervaar
mijn Texel:
ben ik levenslang besmet.
De Spang
Verscholen in het bos op Texel oost
ligt nog een oude eendenkooi
een plek waar vroeger de kooiker
talloze eenden ving voor de kost
Achter gevlochten schermen
ontdek je wat men toen deed
het mysterie uit vroeger tijden
vervlochten met dierenleed
Over kronkelpaadjes gelopen
ontwaar je de schoonheid
van de natuur en dit monument
een eendenkooi zijn wij ontwend
Bezoek Texel
Dit eiland bezoeken
in elk seizoen
altijd zon en zee
met strand en duin
omgeven door de wind
en het eeuwige water
met polders en velden
en schapen overal
met zilte kwelders
overspoeld bij vloed
of dwalen door de bossen
en wandelen langs het wad
Dat is het eiland Texel
niet te klein of te groot
De Muy pakt me
Een blik van mijn ogen
ik ontwaar
en ervaar De Muy
zomaar
aan de kust
achter een dijk
guichelheul
vlierbes
en duinweiden
ik hoor
leg ik vast
in mijn hart
de rietgors
de zwartkop
en lijster
die er leven
die er eten
van de overdaad
natte valleien
en droog stuifzand
als vrienden naast elkaar
ik ben verliefd
en kan niet zonder
De Muy
Texel mijn eiland
Vanaf de Hoge Berg zie ik het land,
verdeeld in vakken met wallen,
waar de schapen rustig grazen,
zie het werk van mensenhand.
Lopend door de mooie bossen,
liggend achter de duinen aan de zee,
ruik ik de hars, hoor ik vogels fluiten,
vliegen vlinders met mij mee.
Wadend door die imponerende Slufter,
door geulen en door kreken,
zie ik het slib gerimpeld onder mijn voeten,
hoor ik in de verte de zee.
Staande op het duin tussen helmgras en duinroos
kijk ik naar het strand en de golven,
snuif ik de zilte lucht in mijn longen
en droom: ‘k wou dat ik Texelaar was!
Dreigend
Donker de lucht
boven het duin
het strand
en de zee
het zand
verwaait
met de zucht
die ik slaak
de zee vormt
en kneedt
mijn Texel
eiland in de zee
Eiland Gevoel
De afstand is niet groot
het vasteland is nog te zien
toch de rest van ons land
zo ver weg te zijn
de overdaad aan ruimte
de oorverdovende rust
jagen stress en drukte
steeds verder van je weg
het leven van vroeger
wordt er opnieuw geboren
je groet elkaar
en je neemt de tijd
je praat met elkaar
en geniet van de natuur
het liefst blijf je hier
dat is het Eiland Gevoel
