Alledag

Een wereld vol woorden, een koffer vol emoties

Geen gewicht

Het spiegelbeeld wat ik zie, wil ik niet zien,
want ze is me te dik, te vet,
ik walg van haar, ik haat haar tot en met.
Het is niet wat ik verdien.

Ik en zij houden ons groot,
’t eten is te vet, te groot en te veel,
zij krijgt het net zoals ik niet door de keel.
Zo is het altijd met dat dagelijks brood.
Samen, zij en ik, lijden zoveel pijn,
zij geeft het bijna op, ja echt,
ik kan bij niemand terecht.
Waarom zegt iedereen “t leven is zo fijn”?
Zij spuugt, terwijl ik weer eens kots,
ik bibber over heel mijn lijf en leden,
zij troost me, maar is op weg naar t ‘verleden,
in de verte zie ik een flat, een rots.

Nog even, dan ben ik ook gezwicht,
mijn lijf en leven hebben blijkbaar,
voor niemand enig gewicht.
Staat er dan niemand voor me klaar?
Dan voel ik, dat ik huiver,
een Hand die mij steunt, een Licht dat schijnt,
Zijn Stem Die tot mij fluistert:
“Ik zorg ervoor dat je pijn verdwijnt.”

Kopschoppers

Het is in ons land toch bijzonder raar gesteld
dat kopschoppers op clementie kunnen rekenen,
nadat rechters de videobeelden hebben bekeken,
van de daders van zinloos en grof geweld.

Het is het slachtoffer die dus het gelag mag betalen
en dat vanwege dergelijke loslopende lamstralen.

MH-17, een jaar later

Nog steeds met stomheid geslagen
en nog meer onbeantwoorde vragen,
blik ik terug naar dat moment,
een vuurbal aan het firmament,
de brokstukken op de zwarte grond,
de spullen, speelgoed wat men vond.

Krachtige woorden werden gesproken,
al gauw beloftes gebroken,
de waarheid wordt niet achterhaald,
met bijna 300 levens werd dat betaald.
Duizenden langs de route van de stoet
voor een laatste eer, een laatste groet.

Maar zijn we hen nu al weer vergeten?
Is ons geheugen zo snel versleten?
Nu klinken even mooie woorden,
nieuwe beloftes worden gedaan,
maar nog steeds zie ik die knuffel
de ring die wordt ontvreemd.

Heer, reik hen Uw Liefde, Uw Hand,
en leidt hen naar het beloofde Land,
en leer ons om te zien naar elkaar
onophoudelijk en niet maar voor een jaar.

Parijs ontwaakt

Het is nog maar vijf uur in de morgen,
als de vele doden worden geteld.
Groot zijn verdriet en zorgen,
door al dat onmenselijk geweld.

De balans wordt opgemaakt,
cafés maken hun terrassen schoon.
Parijs is uit een nachtmerrie ontwaakt
Kijk ik op Rue de Crusso, waar ik woon.

De Eiffeltoren trilt van pijn en kou,
geraakt door de wrede daden.
In Bataclan huilt een jonge vrouw,
als agenten tussen de doden waden.

Op Boulevard Voltaire is het stil,
gek, honderden staan er op straat,
maar ’t is er zo ijzig, surrealistisch kil,
als een veegmachine langs de goten gaat.

Parijs is nu ontwaakt
en is in haar hart geraakt,
maar geeft zich nimmer gewonnen
aan terroristen, die zo iets zijn begonnen!

Route du Soleil

De weerman voorspelde zon
de wolken spraken hem tegen
mijn bandjes bespeelden t beton
maar ik reed in de regen

De druppels in mijn gezicht
lekken langs m’n nek in de kleren
mijn ogen op de einder gericht
rijd ik door, of zal ik keren

De wolken die eindelijk breken
getemperd zonlicht in mijn ogen
mijn kleren als een natte deken
maar nu zullen ze snel drogen

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiëren. Stuur een mail als u inhoud van deze website wilt gebruiken.