Leraren op vakantie

Er zijn wezens op onze aardkloot die in de zomerperiode een merkwaardige gedaante wisseling ondergaan. Dan heb ik het niet over een kameleon, vlinders of dergelijke. Nee, dan heb ik het over leraren op vakantie.
Het is een opvallend fenomeen. Tien maanden van het jaar hult de leraar zich in zweet, de muffe lucht van het klaslokaal en een gebrek aan gezag. Zeker als het om pubers gaat. Maar zodra hij/zij de schooldeur achter zich dicht trekt, transformeert de leraar tot iets dat het midden houdt tussen een postmoderne naturist en een enthousiaste fietstoerist uit Lutjegast.
Laatst ontmoette ik er één op de Veluwe. Gewapend met een boek van Sartre en een petje op van de ANWB zat hij voor zich uit te staren. Hij had net zo goed een kookboek kunnen pakken, want zijn bruine vingers van de nicotine raakten de pagina’s niet aan om ze om te slaan. Zijn blik was leeg- niet van domheid, maar van een diepe, wel gekoesterde desinteresse in alles wat om hem heen gebeurde.
“Ik werk in het onderwijs,” fluisterde hij, alsof hij zich verontschuldigde voor het feit dat hij hier op de camping zat. Zijn vrouw en beide kinderen waren even op het kleine speelterrein om hem blijkbaar even rust te gunnen.
Vaak wordt gezegd, dat leraren teveel vakantie hebben. Maar dat zijn leken, die nog nooit geprobeerd hebben veertig pubers in een te klein lokaal het verschil uit te leggen tussen een bijzin en een levensvraag. Als je dat wel hebt gedaan, is het begrijpelijk dat je verlangt naar rust met een intensiteit die grenst aan religie.
De ironie is dat de leraar juist in de zomervakantie precies dat mijdt wat hem tijdens het schooljaar zo dierbaar is: de correctie, de planning en de vaste structuur. En nu laat hij dat los. Wat er resteert is een wezen dat zich in sandalen of op teenslippers voortbeweegt. Een T-shirt dragend met een tekst, die op school verboden zou zijn, versierd met vlekken van de zonnebrand, waar hij normaal de rode pen zou hanteren. Dan begeeft de leraar zich op campings, door steden en natuurgebieden. Niet om te leren, maar vooral om te vergeten.
Nadert eind augustus wordt de leraar weer onrustig. Want langzaam zal hij moeten terug keren naar zijn natuurlijke staat: mopperend op de leerlingen, idealistisch, nu al vergadermoe en ondanks alles toch goed betaald. De muffe klasselucht roept hem als een verre echo uit zijn beroepsethos. Zo zal hij, zoals de zalm tegen de stroom in zwemt, terugkeren naar zijn klaslokaal. Om daar opnieuw verse leerlingen te redden, de mensheid te verbeteren en zijn klas het verschil bij te brengen tussen ‘hen’ en ‘hun’. Leraren op vakantie, altijd bijzonder.
