Daarom werd ik dichter

De enige Dichter op de Veluwe

Daarom werd ik dichter

29-05-2026 blog 0
Daarom werd ik dichter

Daarom werd ik dichter

Vroeger werden gedichten vooral geschreven door mensen met een coltrui, een melancholische blik en met een drankprobleem. Tegenwoordig schrijft iedereen gedichten. Wil je bekend worden bij de elite, dan moet je minstens drie onverwerkte trauma’s hebben. Of je moet zo ingewikkeld schrijven dat mensen doen alsof ze het snappen. Dan kun je zomaar een grote prijs in de wacht slepen. Ook daarom werd ik dichter. 

Maar nu schrijft echter iedereen poëzie. Je buurman. Je kapper. De collega die ooit “hun” verkeerd schreef in een e-mail over de kerstborrel. De gedichtenbundels zijn niet aan te slepen. Elke stad of dorp heeft wel een stads- of dorpsdichter. Zelfs in Moddergat hebben ze een dorpsdichter. Trouwens, ik heb die functie in Putten ook drie jaar met plezier mogen vervullen. Op het internet staan eveneens tientallen websites met gedichten En grappig, hé, dit is er één van. 

En eerlijk? Dat is toch prachtig. Maar misschien ook wel een beetje zorgwekkend. Het schrijven van gedichten begint namelijk altijd onschuldig. Je kijkt uit het raam. Het regent zachtjes. Je denkt: hé, gevoelens. Voor je het weet, zit je om half twee ’s nachts op de bank woorden als “ziel”, “maanlicht” en “verlangen” op willekeurige plekken onder elkaar te zetten. Want dat is het mooie van poëzie: niemand weet precies wat het is.

Neem bijvoorbeeld deze regel: Mijn borrel huilt in stilte tegen dinsdag.
Betekent het iets? Geen idee. Klinkt het diepzinnig? Absoluut. Grote kans dat iemand er langzaam bij knikt en fluistert: “Pijnlijk actueel.”
Gedichten schrijven heeft ook bijwerkingen. Plotseling ga je overal metaforen zien. Een kapotte fiets is niet langer een kapotte fiets, maar “een vermoeid skelet van mobiliteit”. Een lege koelkast wordt “de witte echo van financiële keuzes”. Een dode vogel laat zien dat het bestaan kort kan zijn. 

Daarnaast ontstaat er tijdens het schrijven altijd een strijd tussen ambitie en realiteit. Je begint met het idee een moderne Shakespeare te worden, maar eindigt na twintig minuten met:

Liefde is rood
Mijn pen is stuk
Ik wilde iets moois schrijven
Maar had geen geluk

En tóch voelt het goed. Dat komt omdat poëzie een van de weinige kunstvormen is waarbij complete verwarring vaak wordt gezien als talent. Als niemand begrijpt wat je bedoelt, noemen mensen het “geslaagd”. Als jij zelf niet begrijpt wat je bedoelt, ben je waarschijnlijk klaar voor een literaire prijs. Het mooiste moment komt echter wanneer je jouw gedicht voordraagt. Er valt een stilte. Mensen kijken ernstig. Iemand zegt: “Wauw.” Terwijl jij eigenlijk gewoon woorden zocht die rijmen op “plantenspuit”.

Zelf heb ik dat tientallen malen mogen doen. De ene keer voor een volle schouwburg, dan weer voor demente bejaarden. Of met Koningsdag op een podium, voor Radio NPO2, in een bibliotheek of op het marktplein. De reacties waren soms erg divers. Als ik dacht “dit gedicht slaat aan”, dan reageerden toehoorders lauw. Vond ik het gedicht matig, dan werd ik beloond met een flink applaus. 

Mijn advies aan iedereen is daarom: “Schrijf vooral gedichten. Gebruik te veel komma’s. Of juist geen enkele. Zet woorden cursief. Kijk peinzend naar bomen. Noem iets “existentiëel”, laat af en toe een snik of een stilte vallen. Succes zal niet uitblijven. Niemand die je tegenhoudt. Behalve misschien bekenden. Maar die begrijpen kunst gewoon niet. Juist daarom werd ik dichter. 

Leuk als je reageert