Ik ben geen BN’er
Nee, ik ben geen BN’er. Nog niet. Maar ik weet niet of ik dat wel wil. Het brengt ook heel wat nadelen met zich mee. Leuk is het wel als je herkend wordt vanwege je werk.
Tegenwoordig kun je geen krant open slaan, of je ziet wel een aantal BN’ers. Op de televisie is dat ook al schering en inslag. Vooral in praatprogramma’s (talkshows) kom je steeds weer dezelfde bekende nederlanders tegen. Het lijkt wel of die zichzelf overal voor uitnodigen. Ik noem dat beeldbuisvervuiling. Ook is het een bewijs hoe armoedig ons tv-landschap is. Daarom ben ik geen bn’er.
Gek is het wel. Hoe vaker je in talkshows optreedt, des te groter wordt je status. Ook al presteer je minder dan de gemiddelde stratenmaker. Af en toe word ik in Putten en omgeving herkend. Dat komt dan doordat ik de eerste Dorpsdichter was van Putten. En omdat ik een wekelijkse column mag verzorgen in De Puttenaer.
Hoewel ik al zes bundels met verhalen en gedichten heb geschreven, hoor ik nooit iemand zeggen: “Hé, ben jij niet die schrijver van De Wadden bijeen gedicht?”
Ik verwacht dat overigens ook niet. Alhoewel mijn bundels wel in diverse bibliotheken zijn te vinden.
Het kan ook zijn, dat ik te bescheiden ben en geen bravoure babbels heb. Toch is mijn interessegebied groot. Daarnaast is mijn kennis over onderwijs, opvoeding en management best bijzonder. Niet alleen door mijn zeer ruime onderwijservaring, maar eveneens door mijn universitaire studie aan de RUG. Wat dat betreft zou ik over heel veel dingen gewoon mee kunnen kletsen.

Ach, maar ook bekendheid is relatief. Het heeft ook voordelen. Ik word nooit belaagd door fans. Ik hoef niet elke avond naar Hilversum. En ik kan ongestoord boodschappen doen. Zo heb ik weer alle tijd om anderen te observeren. Dat kan ik dan weer gebruiken in mijn verhalen, columns en gedichten. Nee, ik ben geen bn’er. Zo zie je maar: elk nadeel heb z’n voordeel!
