De Elfstedentocht van weleer

Deze week had het ’s nachts lekker gevroren. Menig fervent schaatser deed de ijzers onder om toch nog enkele keren te genieten van alle vrijheid op het ijs. Maar waar is de Elfstedentocht van weleer? Hier een verslag.
“En hoe gaat het?” vroeg de verslaggever aan de dodelijk vermoeide schaatser met rugnummer 2789, die als één van de laatste net voor sluitingstijd de finish passeerde. Hijgend, zwetend en reutelend zeeg de met ijzel bedekte wintersporter neer op een oud groentekistje, dat daar nog stond voor de huldiging van de winnaar. Met holle ogen keek hij de verslaggever aan en het enige wat hij wel kon uitbrengen was, dat het nog niet ging.
De verslaggever rook echter nieuws op dit late uur en zocht het startnummer in zijn paperassen op.
“Aha”, klonk het triomfantelijk.
“Als ik het goed heb, bent u Johan Drost, bijgenaamd ‘De Tempobeul van Biggekerke’, onderwijzer van beroep.”
Even wachtte hij om de reactie te peilen van de aangesprokene.
Toen hij zag dat de dodelijk vermoeide ‘Tempobeul’ opkeek, vroeg hij wat doordringender: “Was het echt zo zwaar?”
“Het was vreselijk zwaar”, antwoordde de verkleumde Johan Drost. “Ik heb nooit geweten dat 200 kilometer zo lang kon zijn.”
“Hebt u ook veel getraind? Hoe was uw voorbereiding?” vroeg de reporter om de vaart er in te houden.
Johan Drost nam een hap zemelen uit een verfrommeld zakje en sprak enigszins sputterend: “Ik heb veel getraind. Heel veel. Dat is het voordeel als je in het onderwijs werkzaam bent. Al mijn weekenden, mijn adv-uren, mijn vakanties heb ik getraind om met dit evenement mee te kunnen doen. Zelfs tijdens de lessen schaatste ik door de klas. Mijn leerlingen moedigden me
zelfs aan als ik een sprintje naar het bord trok. Ook bij gym had ik altijd de ijzers onder. Je zou kunnen zeggen dat ik ermee opstond en mee naar bed ging. En dat alles zonder ooit een scheve schaats gereden te hebben.”
Even wachtte hij om een slok geitenmelk uit een smoezelig flesje te nemen.
“U zult zich wel een gelukkig man voelen, nu u het gehaald hebt”, sprak de verslaggever meelevend en daarbij wijzend op het door velen zo fel begeerde ‘Kruisje’, dat enigszins scheef op zijn trainingsjack gespeld was.
“Och. Vindt u dat? Dat valt wel mee”, reageerde ‘de Tempobeul’ uit Biggekerke.
“Ik heb wel eens erger dingen meegemaakt. Ik kan me nog goed de winter van ’71-’72 herinneren. Helaas lag er nauwelijks ijs. Dat was pas zwaar. Slechts weinigen hebben toen de finish gehaald.”
“U zult uw leerlingen wel veel te vertellen hebben na zo’n belevenis als deze”, besloot de reporter om een eind aan het gesprek te maken.
“Ik hoop het”, antwoordde Johan Drost,”veel zal afhangen van mijn conditie en de vloer in het lokaal. Met een beetje geluk en wat extra zemelen en zonnepitten moet dat lukken”.
Toen stond hij op. Deed zijn jack dicht en trok de muts verder over de oren. Met wat zwabberende slagen kwam hij in beweging en reed op zijn noren de donkere nacht in, richting Biggekerke.
Een bijzonder relaas van de Elfstedentocht van weleer.

Eén reactie
Mooi en komisch stuk!
Reacties zijn gesloten.