Schoonschrijven
Toen je nog op school echt les kreeg
in rekenen, topo, taal en schrijven
en de meester keek over de gebogen lijven
als een volleerde beruchte strateeg
Dan schreef je keurig alle regels over
met ’t puntje van de tong uit de mond
vooral de o’s maakte je echt mooi rond
dan leek je wel een ware uitslover
Als de meester erover tevreden was
was de beloning een stempel op het blad
een kroontjes pen was het enige wat je had
bij vlekken kreeg je een ferme rode kras
Nog geen balpen, welnee, een potje inkt
verborgen onder een schuifje in je tafelblad
dat door aangekoekte inkt vaak vast zat
of soms door kinderhanden verminkt
Nog weet ik hoe dat vóelde, ja echt
op lijntjespapier, of met ruitjes gevuld
het was volharding in bergen geduld
Schoon schrijven bleef altijd een gevecht
De Tafels van weleer
Ach, tafels leren — was een heerlijk feest!
Wie hield er niet van zes keer acht tot tien?
Zo’n cijfersoepje, koud geserveerd het meest,
waar gezond verstand niet werkte bovendien.
De juf zei blij: “Wie weet nu vier maal vier?”
Ik zweeg — het leven vraagt nooit zo direct.
Ik werd tenslotte niet opgeleid tot bankier
en ach een foutje mocht, niemand is perfect.
Lekker dreunen en herhalen was de leus
geen ruimte voor nuances, het was goed of fout
als leerling had je toen geen enkele keus.
Dyscalculie, of verlegenheid liet de juf ijzig koud,
haar gedrag werd dan nogal rigoreus:
“De tafel van zeventien schrijven in tienvoud!”
Autisme is mijn sticker
Vaak zit ik heel alleen
eet mijn brood op de wc
speel weinig met anderen
want niemand wil met me mee
ik ben anders dan anderen,
heb autisme, zoals de juf zegt
haat de school en de grote mensen
want opletten gaat bij mij zo slecht
ik zie en hoor altijd teveel
ben gewend aan veel structuur
waarom krijg ik geen hulp
de school vindt dat te duur
dictee doe ik het allerliefst
haal altijd tienen en nul fout
de klas vindt dat stom
dan word ik uitgejouwd
ik ben bang voor anderen
en als ik in de spiegel kijk
dan vooral voor mezelf
dan denk ik, ben gewoon onbelangrijk
was ik maar zoals ieder gewoon
dan pas ik in het schoolpatroon
en zit ik niet zo te kijk
want autisme is mijn sticker
en alleen mijn dossier wordt dikker
Roken in de klas
Toen was het op school nog heel gewoon
de meester gezeten voorin de klas
stopte traag zijn pijp en rookte
alsof het de gewoonste zaak van de wereld was
Traag kringelde dan de rook omhoog
en nam hij bedachtzaam nogmaals een trek
overzag hij ons allen, zijn groep zes
had hij aan goede tabak geen gebrek
Soms werd dan een leerling uitverkoren
om bij de sigarenboer nieuwe tabak te halen
zomaar onder schooltijd wel te verstaan
kreeg een gulden mee om te betalen
De geur van zoete toffee dwaalde dan
nog lange tijd na door het lokaal
niemand die er wat van vond of zei
ja, toen was roken nog gewoon legaal
Linksonhandig
Tegenwoordig is het reuze fijn
om als beginnend schrijver,
zowel met potlood of inkt
gewoon links of rechts te zijn.
Vroeger was het vreselijk fout,
want met rechts was de norm
en deed je dat toch met links
dan was dat heel erg stout.
Menig kind werd zo onderdrukt,
links schrijven was verboden,
een harde tik op je hand,
of het schrift werd weg gerukt.
Met rechts schrijven omdat het moet,
schrijven met die hand was gewoon slecht,
het bleef zes jaren een verloren gevecht
en mijn linkerhand kon het juist zo goed.
Nablijven
Het was weer eens zo ver
moest nablijven van de juf
vanwege mijn herhaaldelijk geklets
zoals ze me dat pinnig zei
Ik was me van geen kwaad bewust
had gewoon mijn klasgenoot
geholpen met dictee
ja, daar zat ik niet mee
De bel rinkelde hard door de gang
de juf zond de hele klas heen
daar zat ik dan alleen
hopelijk duurde het niet te lang
Pas na vieren mocht ik naar huis
‘hoop dat je je lesje hebt geleerd’
sprak ze me belerend toe
‘doe dat morgen niet meer’.
Eindelijk was ik vrij en holde snel
naar huis, waar mijn moeder me vroeg
‘Weer nablijven op school?’
Ik knikte en bloosde enigszins
Ze streek me over mijn haar
‘Hier een koekje en wat thee’
ze begreep me maar al te goed
dus zat ik er niet meer mee
De Lagere School
Babysokjes breien voor de meiden
alle tafels moeten leren
en vermenigdvuldigen onder elkaar
schoonschrijven in een schrift
met een kroontjespen wel te verstaan
Een kwartje voor een goed rapport
met cijfers voor netheid, vlijt en gedrag
nablijven als ultieme straf
soms een flinke draai om je oren
of honderd strafregels op papier
om zo je fouten af te leren
Veel rekenen, taal en lezen
schrijven tot kunst verheven
dezelfde lessen voor allemaal
in houten banken twee aan twee
een inktpotje en een pennenbak
zo ging het vroeger in de klas
We zaten met z’n dertigen in de klas
de slimsten zoals altijd vooraan
dat was op school al jaren zo gegaan
ik droomde weg bij het boek dat ik las
Plots riep de meester ‘Opletten,jij luie vent!’
maakte het vaker mee, dus ook dat went.
Meester ziet het niet
Na schooltijd begon het vaak
als de bel net was gegaan
en ik naar buiten sloop
en de meester ons niet meer zag
Dan kwamen om de hoek daarginds
grote jongens aan met een stoere blik
lachten en wezen naar mij
duwden en trokken me opzij
Ze wisten dat ik driftig kon zijn
juinden elkaar op en genoten ervan
scholden me uit voor alles en nog wat
van schele tot vieze brillenjood
Dan rende ik weg, als het plots kon
droogde mijn tranen voor de deur
zodat mijn moeder het niet zag
en trad binnen met een ‘lach’
Later gaf ik zelf vele jaren lang les
liep altijd met hen naar buiten
speelde mee in het speelkwartier
zo wist ik een boel ellende te voorkomen
