Citotoets, bah!
Zwetend staar ik naar de zinnen
de rijen woordjes in het boek
schieten mij de antwoorden niet te binnen
als ik de oplossing van de opgaven zoek
Niemand die me helpt of steunt
maar de tijd tikt gestaag gewoon door
de meester die lamlendig op zijn tafel leunt
en mijn vragen, mijn smeken niet hoort
Wat zijn grote mensen toch gemeen
vragen te bedenken over zotte zaken
over inhoud, topo en kilo’s rode steen
om je zelfvertrouwen te kunnen kraken
Voor jou geen Havo, of wellicht VWO:
je leest te traag, ondanks al je tienen
voor rekenen, topografie en taal,
door die stomme CITO,
dat is waar van ik baal!
Onderwijzer
Een oude onderwijzer uit Ede
had altijd internet vermeden.
Opeens zag hij een digibord in zijn klas,
was daar niet mee in zijn sas.
Wanhopig is hij toen naar huis gereden.
’t Kofschip
Mijn meester spreekt opeens vreemd
hij zeurt steeds maar weer
en de klas doet gewoon mee
is het nu met een d of t?
Wat maakt het mij nu toch uit
maar t Kofschip terroriseert
dat heb ik van hem wel geleerd
‘Let op ’t Kofschip’ roept hij luid
Het jaar erop werd het fokschaap geintroduceerd
toen kon ik het niet meer bevatten
en was ’t kofschip blijkbaar getorpodeerd
Mijn leerlingen
Talloze kinderen zaten er in mijn klas
om te leren en om te worden onderwezen
om te ontdekken wie Willem van Oranje was
om te leren rekenen, schrijven en lezen
Ik leerde ze kennen als klas en individueel
kende hun kwaliteiten en hun vragen
zij leerden mij kijken met andere ogen
zo’n prachtig stel leerde mij juist veel
Echter was het meest leerzame van die jaren
wat je als mens samen kon vergaren
het verdriet, plezier, de moeite en het succes
dat is voor het leven pas een wijze les
Stil zitten
De armen over elkaar
in de bank steeds een paar
dat is wat we moeten
geen geschuif met je voeten
mijn meester commandeert
vertelt ons wat hij heeft geleerd
op zijn bevel pas mogen schrijven
of alweer een uurtje na blijven
zo leven we als een tamme kudde
nee, de school van toen
dat was pas knudde
Vroeger is niet meer
Vroeger is niet meer
toen wij jong waren
stoeprandje deden
voetbalden op straat
hoe wij papieren pijltjes schoten
door een witte plastic pijp
we paddenstoelen zochten
voor de herfsttafel in de klas
hoe we vroeger gewoon
politie en boef speelden
met plastic revolvers
wat toen nog mocht
we ’s winters sleetje reden
in een lange sliert
achter de enige auto aan
uit onze toen nog lege straat
Hoe we ademloos luisterden
naar de prachtige verhalen
van die ene meester
die dat zo goed kon
Of hoe we met ontzag keken
naar de juf die de mooiste
tekeningen kon maken met
een simpel doosje krijt
Nu zijn we verdwaald
allen de weg kwijt voor altijd
het wordt nooit meer zoals vroger
toen we kind waren in een naoorlogse tijd
