Column schrijven

Een column schrijven lijkt zo eenvoudig. Als je een column leest, dan denk je vaak “Zo, dat heeft de columnist mooi en snel geformuleerd”. Maar de praktijk is anders.
Column schrijven
Sinds een jaar ben ik de vaste columnist van De Puttenaer. Wekelijks schrijf ik een column. De ene keer over Puttense zaken. Dan weer over een thema dat in het nieuws is, of iets wat me opvalt. Alleen schud ik ze niet zo maar uit mijn mouw. Meestal gaat er toch een heel proces aan vooraf.
Voorwerk
Regekmatig maak ik korte notities over iets wat me opvalt, mij te ore komt of wat ik lees. Dat laat ik dan even rusten. Een dag of wat later begin ik te brainstormen en schrijf ik wat trefwoorden en zinnen op.
Meestal gebeurt dat in het weekend. Reden is dat de deadline voor mijn column donderdag of vrijdag is. Uiterlijk vrijdag moet de column bij de redactie zijn.
Op dinsdag begin ik dan een ruwe schets te maken van de column met: een inleiding, het middenstuk en een conclusie. De inleiding moet scherp zijn. In het middenstuk komt de uitwerking. De conclusie vormt de uitsmijter, of buitenwipper, zoals de Belg dat noemt.
Kenmerken
In principe neem ik geen blad voor de mond en schrijf ik wat ik wil, zonder echter mensen te beledigen. Het is vooral mijn mening of visie over dat onderwerp. Graag wil ik de lezer prikkelen en aan het denken zetten. Daarbij hoort ook de nodige humor.
Mijn columns houd ik altijd onder de 400 woorden. De zinnen zijn vaak kort. Herhaling van woorden probeer ik te voorkomen.
Als de column klaar is, leg ik deze weg. Pas de volgende dag lees ik alles nog eens na en breng ik verbeteringen aan. Daar waar nodig streep ik woorden weg.
Tenslotte print ik de column nog een keer uit. Dan lees ik alles nog eens goed na. Zo haal je de laatste foutjes eruit.
Uiteindelijk stuur ik de column op naar de redactie. Al met al kost een column van 400 woorden me toch al gauw een 6 tot 10 uur, afhankelijk van de moeilijkheid. Een column schrijven lijkt zo gemakkelijk. Maar niets is minder waar.
